Vlaams stoofvlees (Engels: Flemish stew, Frans: Carbonade Flamande) is een traditioneel gerecht uit Vlaanderen (België) dat bestaat uit rundvlees dat langdurig op laag vuur wordt gestoofd. Het vlees wordt doorgaans bereid met bier, uien en mosterd, wat resulteert in een rijke, bruine, zoet‑hartige saus. Het gerecht geldt als een klassieker binnen de Vlaamse keuken en wordt vaak geserveerd met frieten, aardappelpuree of brood.
De oorsprong van stoofgerechten in de Lage Landen gaat terug tot de middeleeuwen, toen langzaam garen op laag vuur een praktische methode was om taai vlees mals te maken. In kookbronnen uit de 15e en 16e eeuw, zoals Een notabel boecxken van cokeryen (ca. 1514), worden verschillende stoofbereidingen beschreven. Deze gerechten waren doorgaans bedoeld voor de hogere sociale klasse en werden vaak bereid met wijn, bouillon en specerijen. Omdat het graafschap Vlaanderen in deze periode een belangrijke en welvarende handelsregio was, werden rijk gekruide en uitgebreide maaltijden geregeld met de Vlaamse keuken geassocieerd.
Het gebruik van bier als kookvocht was in dezelfde periode vooral gangbaar onder de algemene bevolking. Bier gold als een veilig en betaalbaar alternatief voor water en gaf stoofgerechten een diepe, complexe smaak. In de Vlaamse steden, waar een sterke biercultuur bestond, ontwikkelden zich geleidelijk stoofgerechten waarin bier een essentieel ingrediënt werd.

De bereidingswijze van Vlaams stoofvlees vertoont een duidelijke historische link met middeleeuwse kooktechnieken. In middeleeuwse huishoudens hing vrijwel voortdurend een stoofpot boven het haardvuur, waarin men doorheen de dag ingrediënten toevoegde. Taaiere stukken rundvlees kregen hierdoor de tijd om langzaam mals te worden. Dergelijke stoofpotten evolueerden vaak over meerdere dagen, waarbij de smaak geleidelijk verdiept werd. De middeleeuwse variant was doorgaans eenvoudiger en minder verfijnd dan het hedendaagse stoofvlees, maar de basisprincipes van langzaam garen en smaakopbouw bleven behouden.
Vanaf de 19e eeuw groeide stoofvlees uit tot een vast onderdeel van de Vlaamse huiselijke keuken. In deze periode ontstond de moderne vorm van het gerecht: rundvlees gestoofd in bier, aangevuld met uien, mosterd en brood als bindmiddel. Het oudste bekende gedrukte recept dat duidelijk herkenbaar is als voorloper van het huidige stoofvlees, verschijnt in 1861 in L’Économie Culinaire van de Brusselse chef Philippe Cauderlier, onder de naam Carbonades à la Flamande. Later werd het gerecht een klassieker binnen de Belgische brasseriecultuur en een herkenbaar element van de Vlaams‑Bourgondische eetcultuur.

In de moderne Vlaamse keuken bestaan talloze varianten, vaak doorgegeven binnen families, maar de kernbereiding blijft vergelijkbaar. Stoofvlees wordt doorgaans bereid in een zware stoofpot waarin eerst uien worden gestoofd. Voor het vlees gebruikt men taaiere, doorwerkte stukken rundvlees zoals sukade, runderwangen, schenkel, nekvlees of doorregen riblap, omdat deze dankzij hun hoge collageengehalte bijzonder mals worden na langdurig stoven. Het rundvlees wordt vervolgens rondom aangebakken om de structuur te behouden tijdens het lange garen. Daarna wordt het vlees overgoten met een bruin bier of tafelbier, vaak aangevuld met vleesbouillon. Typisch voor het gerecht is het gebruik van enkele sneden brood, meestal besmeerd met mosterd en soms aangevuld met siroop, die tijdens het stoven als bindmiddel dienen. Het geheel wordt vervolgens gedurende meerdere uren langzaam gestoofd tot een homogene, rijke saus en een volledig mals resultaat.
Er bestaan talloze varianten van Vlaams stoofvlees. Sommige bereidingen voegen extra groenten toe of combineren het rundvlees met spek. Veelgebruikte kruiden zijn onder meer laurierblaadjes en kruidnagels, terwijl sommige recepten het gerecht licht zoeten met bruine suiker of het gebruik van ontbijtkoek (peperkoek). Als bijgerecht worden doorgaans frieten geserveerd, maar ook aardappelpuree, brood of een eenvoudig slaatje komen veel voor. Wat in alle varianten constant blijft, is de lange bereidingstijd: stoofvlees moet ruim de tijd krijgen om te garen, doorgaans tussen twee en zes uur, zodat het collageen in het vlees kan omzetten in gelatine en het gerecht zijn kenmerkende zachte structuur en rijke smaak krijgt.
Het Vlaams stoofvlees wint aan internationale aandacht en wordt steeds vaker omschreven als een signature dish van Vlaanderen en België. In Engelstalige media en op internationale foodplatforms verschijnt de "Flemish (beer) stew" naast andere iconische nationale gerechten, zoals de Zweedse gehaktballetjes (köttbullar) of het Hongaarse goulash, als voorbeeld van een typisch en herkenbaar culinair erfgoed.
De internationale zichtbaarheid groeit vooral via sociale media, food‑influencers en culinaire uitwisselingsprojecten. Buitenlandse bezoekers en studenten die in België verblijven noemen het gerecht geregeld als een van de meest kenmerkende smaken van de Vlaamse keuken. Ook in toeristische communicatie en gastronomie‑promotie wordt stoofvlees steeds vaker gepresenteerd als een culinair uithangbord van Vlaanderen.
Binnen de Lage Landen bestaan verschillende stoofgerechten die qua bereiding verwant zijn, maar duidelijk verschillen van het typische Vlaamse stoofvlees. In Nederland wordt gestoofd rundvlees vaak draadjesvlees genoemd, een verwijzing naar de lange vezels waarin het vlees uit elkaar valt na het sudderen. Hoewel de bereidingswijze — langzaam garen van taai rundvlees — overeenkomt, wijkt het recept doorgaans af. Draadjesvlees wordt meestal bereid met runderlappen die gestoofd worden in water of bouillon, vaak aangevuld met azijn, ketjap, appelstroop of andere zoetzure elementen. Het resultaat is een lichter, minder gebonden stoofgerecht dan de biergestoofde Vlaamse variant.
Daarnaast bestaan regionale varianten zoals het Limburgse zoervleisj, waarin het vlees in azijn wordt gestoofd en een uitgesproken zure smaak krijgt. Ook is er 'Schep' een variant uit Klein-Brabant en de Rupelstreek, maar dan met paardenvlees. Deze gerechten delen de techniek van langdurig sudderen, maar onderscheiden zich door het gebruikte kookvocht, de kruiden en de regionale smaaktradities die de uiteindelijke bereiding bepalen.