| Stratego | ||||
|---|---|---|---|---|
Speelveld | ||||
| Aantal spelers | 2 | |||
| Leeftijd | 8+ | |||
| Voorbereidingstijd | 3-6 minuten | |||
| Speelduur | 10-60 minuten | |||
| Kennis | inzicht | |||
| Uitgever | MB, Jumbo, | |||
| Auteur | Jacques Johan Mogendorff | |||
| ||||
Stratego is een op oorlog gebaseerd bordspel dat sinds de Tweede Wereldoorlog in het Nederlands wordt uitgegeven, sinds 1958 door Jumbo. Voor distributie in de Verenigde Staten verstrekte Jumbo van 1958 tot 2010 een licentie aan MB, en vanaf 2010 aan Spinmaster.
Het bord is verdeeld in 10 × 10 velden. Daarbinnen bevinden zich twee meren van 2 × 2; dit deel van het bord is gedurende het hele spel ontoegankelijk voor alle stukken.
Aan het begin van het spel staan aan beide zijden van het bord een rood leger en een blauw leger tegenover elkaar, elk bestaand uit 40 stukken in verschillende rangen zoals die ook in het echt bestaan. Om te voorkomen dat de spelers elkaars stukken kunnen zien, wordt tijdens het opstellen van de stukken een scherm in het midden van het bord geplaatst. Hiervoor wordt met het spel een speciaal scherm meegeleverd. Als alternatief kan hiervoor ook de doos van het spel worden gebruikt die dan verticaal in het midden van het bord wordt geplaatst. De bedoeling is dat de vlag van de tegenstander wordt veroverd of dat de tegenstander uiteindelijk geen verplaatsbare stukken meer heeft. Stukken mogen hoogstens vijf keer heen en weer tussen dezelfde twee velden bewegen; daarna moet de speler een andere zet doen.
De rode partij begint. De meeste stukken mogen per beurt slechts 1 veld horizontaal of verticaal op het bord bewegen. Uitzonderingen hierop zijn de verkenner, die zowel horizontaal als verticaal zo ver mag bewegen als mogelijk, en de vlag en de bommen die helemaal niet mogen bewegen. Stukken kunnen nooit over elkaar heen springen, en er mag ook nooit meer dan één stuk op hetzelfde veld staan.
De speler aan de andere kant van het bord ziet alleen de achterzijde van de stukken van de tegenstander. Alleen als een stuk een stuk van de tegenpartij aanvalt – door op hetzelfde vak te stappen en het stuk dat daar staat aan te tikken – worden de beide stukken omgedraaid zodat hun rangen bekend worden. Over het algemeen geldt dat in dit geval het stuk met de hoogste rang wint, en het andere stuk voor de rest van het spel van het bord wordt gehaald. Als beide stukken dezelfde rang hebben, worden beide uit het spel verwijderd.
| Rang | Aantal per kleur |
|---|---|
| Bom | 6 |
| Maarschalk | 1 |
| Generaal | 1 |
| Kolonel | 2 |
| Majoor | 3 |
| Kapitein | 4 |
| Luitenant | 4 |
| Sergeant | 4 |
| Mineur | 5 |
| Verkenner | 8 |
| Spion | 1 |
| Vlag | 1 |
Op het speelbord worden stukken naar eigen keuze opgesteld met de volgende aantallen en rangen, van sterk (hoog) naar zwak (laag).
De vier hoogste rangen zijn, in aflopende volgorde: maarschalk, generaal, kolonel en majoor. Daar de meeste andere vijandelijke stukken door deze vier hoogste rangen geslagen kunnen worden, lenen deze vier rangen zich tijdens het spel het best voor zowel aanval als verdediging. Ze zijn echter met weinig en wie ze kwijt is, is sterk verzwakt. Het wordt daarom aangeraden om weinig hoge rangen op de eerste rij op te stellen, zodat ze niet al vroeg in het spel worden onthuld.
De kapitein, luitenant en sergeant vormen de middelste rangen. Deze zijn vooral handig om de nog lagere stukken van de tegenstander op te ruimen zonder dat de hogere rangen te vroeg in het spel worden onthuld aan de vijand.
De drie laagste rangen zijn de mineur, verkenner en ten slotte de spion. Deze drie laagste rangen beschikken echter elk over speciale, voor het winnen van het spel veelal zelfs onmisbare eigenschappen. De mineurs zijn de enige stukken die de bommen van de tegenstander kunnen opruimen, waardoor ze in de meeste gevallen noodzakelijk zijn om het hele spel te winnen. Doordat de mineurs tegelijk tot de laagste rangen behoren zijn ze ook erg kwetsbaar. Het verdient daarom sterk de voorkeur om ze aan het begin van het spel achteraan te zetten, zodat ze achter de hand kunnen worden gehouden voor het eindspel. Verkenners zijn de op een na laagste in rang, maar kunnen wel als enige meer dan één veld tegelijk lopen. Ze dienen vooral om de rang van vijandelijke stukken te onthullen en staan daarom bij voorkeur in de voorste rijen. De spion is de allerlaagste in rang, maar kan tegelijk de vijandelijke maarschalk uitschakelen door deze aan te tikken (wanneer de twee maarschalken elkaar ontmoeten verdwijnen ze allebei van het bord, in dat geval is er aan beide kanten dus dezelfde schade). Tikt daarentegen de maarschalk de spion van de andere partij aan, dan verdwijnt het laatstgenoemde stuk van het bord.
Een bom blijft gedurende het hele spel op hetzelfde vak staan. Met uitzondering van de mineurs sneuvelen alle stukken van de tegenpartij als ze op een bom lopen, waarbij hun rang er niet toe doet.
Ook de vlag kan gedurende het hele spel nooit worden verplaatst. Dit stuk sneuvelt voor elke rang van de tegenpartij en het veroveren hiervan is tevens het hele doel van het spel: de speler die als eerste de vlag van de tegenstander aantikt met een stuk van willekeurig welke rang, heeft gewonnen. De makkelijkste manier is meestal om met een mineur die eerst de omringende bommen uitschakelt de vlag te pakken. Het geldt soms als een meer "eervolle" overwinning om een ander stuk de vlag van de tegenstander te laten pakken, met name de spion aangezien dat veel moeilijker is.
De vlag, het stuk waar dus het hele spel om draait, staat bij voorkeur op de achterste rij van het bord, dus het verst bij de vijandelijke stukken vandaan. Een veelgebruikte techniek is het omringen van de vlag met enkele bommen, zodat een tegenstander die al zijn mineurs kwijt is de vlag niet meer kan veroveren en dus in principe niet meer kan winnen. Een groot nadeel hiervan is wel dat de tegenstander dan een zeer herkenbaar groepje van drie of vier tijdens het hele spel stilstaande stukken ziet, zodat hij vooral in het eindspel makkelijk zal kunnen raden waar de vijandelijke vlag staat. Een handige aanvullende tactiek is dan ook om een deel van de bommen juist een eind uit de buurt van de vlag te plaatsen, om zo voor misleiding te zorgen.
Behalve een doordachte beginopstelling is het vooral van belang om tijdens het spel de rangen van de vijandelijke stukken te onthouden en af en toe te bluffen.
Een mogelijke tactiek om de vijandelijke maarschalk te lokken en te vangen, is de spion in de nabijheid te zetten van een zeer hoog stuk dat dan als "lokspijs" als eerste wordt geopenbaard (met name de generaal is hiervoor geschikt).
Voordat het spel in zijn huidige vorm bestond, waren er al diverse voorgangers. Een bekend voorbeeld is het Chinese bordspel Jungle, dat in plaats van militaire rangen dieren kent.[bron?] De rechtstreekse voorganger van het moderne Stratego was een in 1908 bedacht bordspel genaamd L'Attaque.
De Nederlandse versie van het spel werd in 1942, tijdens de Tweede Wereldoorlog, bedacht door de Joodse onderduiker Jacques Johan Mogendorff. Hij gaf het spel eind 1945 in licentie aan de firma Smeets en Schippers.
De figuren waren van karton, wat als nadeel had dat ze snel beschadigd en beduimeld raakten. Hierdoor waren de stukken gemakkelijker te herkennen aan de normaal "anonieme" achterkant. Dit was een belangrijke reden dat het spel aanvankelijk geen groot succes kende, net als het feit dat veel Nederlanders na vijf jaar bezetting genoeg hadden van oorlog en daarmee van oorlogsspelen. Desalniettemin maakte het spel deel uit van de inhoud van de rimboekisten, die in 1949 naar Nederlandse militairen op Indonesische buitenposten werden gestuurd.
Mogendorff verkocht het spel in 1958 aan Hausemann & Hötte (de voorloper van Jumbo), en in 1961 kwam het spel via MB op de Amerikaanse markt. De stukken werden aanvankelijk als donkerrood en donkerblauw gelakte houten blokjes gemaakt, later werden ze als plastic modellen vervaardigd.[(sinds) wanneer?]
In 1986 werd een computerversie van Stratego ontwikkeld: Remco Boekhout won daarmee bij de Nederlandse programmeerwedstrijd "Micro Masters Holland" de hoofdprijs. Het spel was ontwikkeld voor een Atari 600XL met 16kB intern geheugen.
In 1992 werd Stratego Barrage, een snelle variant van het klassieke spel, ontwikkeld door de Nijmeegse studenten Marc Perriens en Roel Eefting.[bron?]
Ter ere van de 200ste verjaardag van de slag bij Waterloo in 2015 heeft Jumbo 'Stratego Waterloo' uitgebracht.
Het spel kostte in 1958 fl. 9,50. In het eerste jaar werden 15.000 exemplaren verkocht. In 1980 waren dit er meer dan 700.000. In de periode van 1958 en 2019 is het spel in meer dan 50 landen verkocht.
Stratego komt in veel varianten, waaronder een spel voor vier spelers.
Een bekende afgeleide van Stratego is het bosspel Levend stratego.
Stratego Waterloo heeft 105 stukken in 3 kleuren (Fransen, Engelsen/Nederlanden en Pruisen) die lichte infanterie, infanterie, lichte cavalerie, zware cavalerie, artillerie en de bevelhebbers voorstellen. Bovendien zijn er terreintegels, speelkaarten, een dobbelsteen en een groter speelveld dan de originele versie. Om Stratego Waterloo te winnen moet de speler er als eerste in slagen om de vluchtroute van de tegenstander te bezetten. Een andere manier om te winnen is door de opperbevelhebber (Wellington of Napoleon) én de bevelhebber (Lord Uxbridge of Maarschalk Ney) van de tegenstander te verslaan.
Stratego Barrage is een snelle Stratego-vorm, dat de beste manier zou zijn om Stratego goed te leren spelen.[bron?] Het spel kent dezelfde regels als het klassieke Stratego, maar er worden per speler slechts acht stukken gebruikt: 1 bom, spion, 2 verkenners, 1 mineur, generaal, maarschalk en het vaandel.
De in 1986 ontwikkelde computerversie van Stratego was te spelen op een Atari 600XL met 16kB intern geheugen. Het programma was een van de eerste implementaties waarbij Stratego grafisch op de computer was gerealiseerd. De computer kon ook goede tegenstand bieden aan een speler.
Bij het wereldkampioenschap van 2026 in Leiden konden deelnemers het opnemen tegen Ataraxos, een zelflerende Stratego-bot.
Toernooien van het populaire spel worden gespeeld onder de Strategobond Nederland. Het eerste toernooi, georganiseerd door Roel Eefting, werd meteen ook het Nederlands Kampioenschap en werd in 1991 in het Belvoir Hotel in Nijmegen gehouden. Er deden voor die eerste editie 108 deelnemers mee en Wim Snelleman uit Rotterdam werd Nederlands kampioen.
In 1992 werd door Eefting ook het Duitse Kampioenschap op de Spielmesse in Essen georganiseerd. Weer een jaar later, in 1993, kwam Eeftings hand het eerste Belgische Kampioenschap in Hasselt.
In 1997 kwam op de MindSports Olympiade in Londen het eerste wereldkampioenschap Stratego, wederom georganiseerd door Eefting. De Nederlanders Peter van Bodegom (1997), Luc Adriaansen (1998) en Johnny van Geffen (1999) waren de eerste drie wereldkampioenen.
Sinds 1995 organiseert de International Stratego Federation jaarlijks het wereldkampioenschap in Stratego Classic. Tevens wordt door de ISF jaarlijks het WK Stratego Barrage georganiseerd, een snelle variant van Stratego.