
Stro bestaat uit de droge bloeistengels van graanplanten. Bij het maaidorsen van graan blijven de plantenstengels met de uitgedorste aren achter op het land. Deze worden tot grote ronde balen opgerold of tot rechthoekige strobalen (stropakken) samengeperst. Ook wordt meer en meer stro; egaal verspreid over het land door de maaidorser; ondergeploegd.
De volgende soorten stro worden onderscheiden:
Van het in Europa geproduceerde stro bestaat 80% uit tarwe- en gerstestro. Gerstestro heeft een iets hogere voedingswaarde dan tarwestro, maar het neemt minder makkelijk vocht op.
Roggestro is lang stro, dat vroeger gebruikt werd voor het maken van onder andere bijenkorven, manden, strooiendaken en stropoppen ter afdichting tegen sneeuw van daken met holle dakpannen.

