| Stulpkerk | ||||
|---|---|---|---|---|
2013 | ||||
| Locatie | ||||
| Land | ||||
| Plaats | Lage Vuursche | |||
| Adres | Hoge Vuurseweg 4 | |||
| Coördinaten | 52° 11′ NB, 5° 13′ OL | |||
| Status en tijdlijn | ||||
| Gebouwd in | 1659 | |||
| Restauratie(s) | 1843, 1938, 1989 | |||
| Monumentale status | Rijksmonument (31 oktober 1967) | |||
| Monumentnummer | 8561 | |||
| Kerkprovincie en -genootschap | ||||
| Denominatie | Protestantse Kerk in Nederland | |||
| ||||
De Stulpkerk is een kerkgebouw van de PKN in de Utrechtse plaats Lage Vuursche. De kerk is gelegen in het dorp op kleine afstand van kasteel Drakensteyn. Het gebouw is opgenomen in het register van rijksmonumenten.
Op 5 juli 1657 werd voor de eerste keer een dienst gehouden in de schuur van boerderij de Stulp achter het kasteel Drakenstein. Kasteel Drakestein werd gebouwd in 1640 en Gerard van Rede was de eerste heer van Drakenstein. Nadat deze in 1657 grond had geschonken voor het bouwen van een kerk moest er geld voor de bouw bijeengebracht worden. Adellijke families uit de omgeving schonken geld, maar er kwam ook subsidie uit Amsterdam en Alkmaar. Vermoedelijk is bij de bouw gebruikgemaakt van kloostermoppen uit het afgebroken klooster buiten de Wittevrouwenpoort uit Utrecht. Al in 1659 werd de Stulpkerk in gebruik genomen. De dochter van Van Rede, Henriëtte, schonk een gebrandschilderd raam en een zilveren avondmaalbeker. Het raam is vermoedelijk bij een restauratie in 1843 verwijderd en verkocht, maar de zilveren beker is nog steeds in gebruik. Een koperen kaarsenkroon en luchters aan de muren behoren eveneens tot de kunstschatten van de kerk.
De latere bewoners, familie Bosch van Drakenstein, waren katholiek, waardoor de binding van kerk en kasteel verdween.
Het gebouw is ten minste driemaal gerenoveerd. In 1843 werden onder meer de ramen veranderd en in 1938 werd het koor van de kerk bij het schip getrokken en werd het één-klaviersorgel verplaatst naar de galerij. Bij een restauratie in 1988 werd onder andere het interieur gedeeltelijk veranderd, het dak voorzien van nieuwe leien en het uurwerk in de toren hersteld. Toen zijn ook de twee herenbanken voor de bewoners van Huis Pijnenburg verwijderd.
De voor de protestantse eredienst gebouwde kerk heeft een plattegrond in kruisvorm met korte dwarsarmen en een driezijdige sluiting in traditionele gotische vormen. Deze kruisvorm is vrij zeldzaam voor een protestantse kerk. De wanden zijn aan de buitenzijde geleed door pilasters. Op de kerk bevindt zich een dakruiter met klokkenstoel en een klok van Petit & Fritsen uit 1938. Deze heeft een diameter van 48,8 cm. Het gebouw heeft een houten tongewelf.
In de kerk bevindt zich de zogenaamde koninginnebank, enkele banken die tot 1981 gebruikt werden door de Nederlandse koninklijke familie. De achterste bank was voor de koningin, de voorste voor het hofpersoneel. In 1988 zijn preekstoel en koninginnebank verplaatst. De bijbel uit de koninklijke bank ligt sindsdien op de lessenaar in de kerk. Vier opeenvolgende koninginnen hadden hier een eigen zitgelegenheid, hoewel de huidige bank uit 1938 stamt. De bank is voorzien van een eigen toegang van buiten zodat een koninklijk gezelschap niet de kerk door hoefde om hem te bereiken.

De kerk bezit een eenklaviers orgel, dat in 1881 werd vervaardigd door de gebroeders C.A. en A. van Oeckelen te Glimmen. Het werd in 1881 geschonken door H.A. Insinger, bewoner van het nabije Huis Pijnenburg. In 1906 werd het schoongemaakt en gerestaureerd. In 1938 werd het orgel verplaatst naar de galerij. Bij restauratie in 2003 werd het plafond vooruit geplaatst om meer ruimte te geven aan het orgel. De restauratie vond plaats door Elbertse Orgelmakers uit Soest. Hieronder volgt de dispositie:
|
| ||||||||||||||||||||||||
De oudste graven liggen in de kerk, enkele zerken zijn genummerd. Ze liggen echter niet meer op de oorspronkelijke plaats. Onder de vloer is de grafkelder van de familie Van Rede. Bij de kerk is een begraafplaats. Een bijzonder grafmonument is dat van toonkunstenaar Jacob Vincent, de vader van zangeres Jo Vincent. Op het graf is een gegraveerde luidbel te zien. Vincent schonk op eerste pinksterdag 1938 een nieuwe luidklok aan de gemeente als aandenken aan zijn vrouw Geertruida.
Om te voorkomen dat het kerkhof vol raakte, heeft prinses Beatrix, eigenaresse van het naastgelegen kasteel Drakensteyn en het bijbehorende grondgebied, aan de hervormde gemeente ter uitbreiding circa 400 m² grond geschonken. De tweede zoon van Beatrix, prins Friso van Oranje-Nassau van Amsberg, werd er op 16 augustus 2013 begraven.