| Sunpadh | ||
|---|---|---|
| Algemene informatie | ||
| Geboorteplaats | Nisjapoer | |
| Overlijdensdatum | 756, 755 (juliaans) | |
| Overlijdensplaats | Ray | |
| Werk | ||
| Beroep | religieus leider | |
| Religie | ||
| Religie | zoroastrisme | |
Sunpadh (Perzisch: سندپاد ; ook wel gespeld als Sunpad en Sunbadh) was een Iraanse edelman uit het Huis van Karen, die in de 8e eeuw een opstand tegen het Abbasidische kalifaat aanwakkerde.
Sunpadh was een zoroastrische edelman, afkomstig uit een dorp genaamd Ahan in Nishapur, Khorasan. Hij behoorde hoogstwaarschijnlijk tot het oude Huis van Karen, voorheen een van de zeven grote huizen uit de pre-islamitische Parthische en Sassanidische tijdperken. Khorasan was oorspronkelijk een leen van de Kareniden, maar de familie verloor de controle over de provincie in de slag bij Nishapur tijdens de Arabische verovering van Iran, waardoor veel Karenidische edelen zich moesten terugtrekken naar Tabaristan, waar een tak van de familie, de Qarinvand-dynastie, erin was geslaagd de Arabische invallen te weerstaan.
Na het verraad op en de daaropvolgende dood van de Iraanse generaal Abu Muslim door de Abbasidische kalief al-Mansur (r. 754–775) in 755, kwam de woedende Sunpadh in opstand. Hij veroverde de steden Nishapur, Qumis en Ray en werd "Firuz ispahbadh " ("de zegevierende ispahbadh ") genoemd. In Ray nam hij de schatkisten van Abu Muslim in beslag. De meeste van zijn aanhangers kwamen uit Jibal en Tabaristan. De Dabuyidische heerser Khurshid (r. 740–760) steunde de anti-Abbasidische opstand van Sunpadh en kreeg in ruil daarvoor een deel van Abu Muslims schat.
Volgens Nizam al-Mulk, Ibn al-Athir en Mirkhvand zwoer Sunpadh dat hij naar Mekka zou marcheren en de Kaäba zou vernietigen. Patricia Crone achtte dit echter onwaarschijnlijk en verklaarde het idee dat hij in woede uit Nishapur zou zijn vertrokken om eigenhandig het kalifaat en de islam ten val te brengen als absurd. Andere bronnen stellen dat Sunpadh zichzelf tot profeet uitriep en niet geloofde in de dood van Abu Muslim, waarbij hij beweerde zijn bemiddelaar te zijn. Sunpadh zou hebben gepredikt dat "Abu Muslim niet gestorven is, en toen Mansur hem wilde doden, riep hij Gods grote naam aan, veranderde in een witte duif en vloog weg. Nu staat hij met Mahdi en Mazdak in een koperen kasteel en zij zullen te zijner tijd tevoorschijn komen." Dit is echter een verkeerde voorstelling van Sunpadh, wiens intentie met zijn opstand hoogstwaarschijnlijk was om de moslims van de macht te verdrijven.
Een leger van 10.000 Abbasidische troepen onder leiding van Jahwar ibn Marrar al-Ijli werd kort daarna naar Sunpadh gestuurd. Ze raakten slaags tussen Hamadan en Ray, waar Sunpadh werd verslagen en op de vlucht gejaagd. Volgens de historicus Ibn Isfandiyar werden talloze aanhangers van Abu Muslim en Sunpadh gedood tijdens de nederlaag, zoveel dat hun botten in 912 nog zichtbaar waren Sunpadh vluchtte vervolgens naar Tabaristan, maar werd daar gedood door een neef van Khurshid, zogenaamd omdat hij de man niet het nodige respect had betoond. Het is echter mogelijk dat de moord werd bevolen door Khurshid in de hoop de rest van Abu Muslims schat te bemachtigen.
Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Sunpadh op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.