Suzanne Biewinga

Suzanne Biewinga
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Persoonsgegevens
Geboren 1954
Land Vlag van Nederland Nederland
Beroep filosoof
Officiële website
Portaal  Portaalicoon   Filosofie

Suzanne Biewinga (1954) is een Nederlandse filosofe. Ze promoveerde in 2025 op het proefschrift Ouder worden als ervaring, waarvan kort daarna een handelseditie verscheen. Ook legde ze de grondslag voor een aantal filosofiewerkplaatsen, waar ouderen met elkaar reflecteren op ouder worden.

Historie

Tot haar zevenenvijftigste was Biewinga betrokken bij een aantal patiëntenorganisaties en gaf leiding aan een hospice. Na haar werkend leven besloot zij om filosofie te gaan studeren aan de Radboud Universiteit, om haar eigen leven en werk te verdiepen. Na vier jaar studeerde ze in 2015 af op een studie naar het boek De ouderdom (1970) van Simone de Beauvoir waarin de omgang met ouderdom en de laatste levensfase centraal staat.

In januari 2025 promoveerde zij op zeventigjarige leeftijd aan de Universiteit van Amsterdam, met als promotor René Boomkens en als co-promotor Els van Wijngaarden. De handelseditie van Ouder worden als ervaring (Boom, 2025) kwam op de shortlist van de Hypatiaprijs 2026. De Internationale School van Wijsbegeerte heeft een cursus ontwikkeld op basis van het boek en filmmaker Jan Post maakte de documentaire De Filosofiewerkplaats, anders spreken over ouder worden op basis van het boek, financieel mogelijk gemaakt door het ouderenfonds Fonds Sluyterman van Loo.

In de tussentijd wilde ze haar opgedane kennis in de praktijk uitproberen. Een huis-aan-huisblad plaatste in 2016 een oproep van Biewinga met de vraag of er ouderen waren, die in groepen van 12 personen filosofische gesprekken over het ouder worden wilden voeren. Het resultaat was dat bijna 100 mensen aan groepsgesprekken gingen deelnemen. Vanwege dit succes ontwikkelde Biewinga een nieuw concept: ze zette een aantal filosofiewerkplaatsen op. Met als leidraad teksten van bekende filosofen discussieerden de deelnemers over de waarde van levenservaring en over de betekenis van ouder worden.

Werk

Levensverwachting

In haar proefschrift Ouder worden als ervaring constateert Biewinga dat nooit eerder in de menselijke geschiedenis de gemiddelde leeftijd van mensen (in bepaalde delen van de wereld) zo hoog was als nu. Zo werd rond het begin van de jaartelling de gemiddelde Romein niet ouder dan dertig jaar. Pas aan het einde van de negentiende eeuw, ten tijde van de Industriële Revolutie, bereikte men, in de Westerse wereld, gemiddeld de leeftijd van vijftig jaar. Anno 2026 ligt de levensverwachting in Nederland voor mannen op 80 jaar, terwijl de vrouwen gemiddeld 83 jaar oud worden. Het RIVM heeft uitgerekend dat er in 2050 in Nederland bijna 5 miljoen 65-plussers zullen zijn. Hiervan zijn er 2 miljoen mensen 80 jaar of ouder; een verdubbeling van het huidige aantal. Niet eerder was het aandeel van ouderen in de bevolking zo hoog.

In haar boek koppelt Biewinga de uitkomsten van tientallen gesprekken met ouderen aan filosofische verhandelingen over ouderdom door de eeuwen heen. Van de gesprekken in de filosofiewerkplaatsen leerde zij dat ouderen zo lang mogelijk deel willen uitmaken van het normale leven. In de filosofische gesprekken ging het ook over de beeldvorming rond de oudere mensen. Deze beeldvorming was niet altijd erg positief. Biewinga constateerde dat veel mensen zich schaamden voor het het ouder worden.

Indeling levensfasen

Biewinga verzet zich tegen een te starre indeling in levensfasen, zoals dit vaak worden voorgesteld. Volgens die indelingen zouden er in bepaalde delen van de wereld langzamerhand nieuwe fasen bij zijn gekomen vanwege de invoering van de AOW en pensioenregelingen; na de jeugd en het werkzame leven volgt een derde fase, waarin men over het algemeen nog redelijk gezond is, geen betaalde arbeid verricht en de tijd besteedt aan zaken als hobby's en familie, en vervolgens nog een vierde fase, waar mensen vaak lichamelijke problemen ondervinden en afhankelijk van de hulp van anderen kunnen worden. Biewinga meent dat een dergelijke fixatie op fasen ongewenst is voor de beeldvorming van ouderen en dat het tijd wordt op een positievere manier over senioren te gaan praten. Naar haar idee zijn er twee benaderingen van ouderdom in zwang. Het ene verhaal vertelt dat ouderen jong, fit en vitaal moeten zien te blijven, en zoveel mogelijk overal bij zouden moeten worden betrokken. In de praktijk is dat niet altijd mogelijk vanwege die beperkingen die ouderdom met zich mee brengt. Volgens het tweede verhaal is ouderdom vooral verbonden met kommer en kwel en de dood. Dat verhaal doet juist geen recht aan wat ouderen vaak nog wel kunnen. Volgens Biewinga zijn beide verhalen te simpel. Ze bepleit een andere indeling van de levensloop; leren, werken, zorgen en vrijetijdsbesteding zouden in iedere levensfase mogelijk moeten zijn. De ouderdom wordt daarmee niet langer een geïsoleerde periode aan het einde van een leven.

Ze wil een appèl doen op iedereen die met en voor ouderen werkt om ook aan introspectie te doen: "Mijn oproep is om als je werkt met of voor ouderen ook naar jezelf te kijken. Hoe kijk je aan tegen je eigen ouder worden? Welke beelden heb je daarvan? In hoeverre ben je behept met clichés, met aannames en vooroordelen? Wat vind je daar zelf van? Hoe werkt dat door in de manier waarop je werkt met ouderen of beleid maakt voor ouderen?"

Menselijke waardigheid

Van veel senioren hoorde Biewinga dat hun eerste levenshelft niet altijd aangenamer was dan het heden. Het late leven kan ook een verrijking zijn. Mensen kunnen zich ook op latere leeftijd blijven ontwikkelen, bijvoorbeeld door als vrijwilliger aan de slag te gaan, te genieten van kunst en bereid te zijn om kinderen en kleinkinderen een handje te helpen.

Ze betitelt ouder worden als een stoomcursus in verlies. De illusie van onkwetsbaarheid blijkt breekbaar te zijn. Leeftijdsgenoten krijgen chronische kwalen, waaraan ze soms overlijden. Niemand ontkomt hieraan. Voor Biewinga zelf zijn moed en nieuwsgierigheid belangrijke eigenschappen. Levenservaring komt juist als oudere van pas. Uit alle gesprekken die Biewinga met ouderen voerde is haar bijgebleven dat zij vooral willen dat anderen oog hebben voor hun persoonlijke waardigheid om het leven draaglijk te houden. Men is vaak niet in staat om zelf de eigenwaarde te behouden; daarvoor is er vooral behoefte aan waardering van de medemens.