| Taigaboomkruiper IUCN-status: Niet bedreigd (2024) | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||
| ||||||||||||
| Soort | ||||||||||||
| Certhia familiaris Linnaeus, 1758 | ||||||||||||
| Geluid | ||||||||||||
Verspreidingsgebied van de taigaboomkruiper ■ leefgebied (groen)
| ||||||||||||
| ||||||||||||
De taigaboomkruiper of kortsnavelboomkruiper (Certhia familiaris) is een zangvogel uit de familie Certhiidae (echte boomkruipers). De wetenschappelijke naam van de soort werd in 1758 gepubliceerd door Carl Linnaeus. De naam 'familiaris' betekent 'vertrouwd' of 'bekend'.
In Nederland en Vlaanderen is de gewone boomkruiper de algemeenste soort, de taigaboomkruiper is daar veel zeldzamer. De verschillen tussen de twee soorten zijn klein. Het geluid van de taigaboomkruiper is anders, verder is de onderzijde lichter wit en de snavel is iets korter.
De taigaboomkruiper heeft witte flanken en wordt ongeveer 12,5 cm lang.
De taigaboomkruiper komt voor in een uitgestrekt gebied in Eurazië tot en met Japan. Binnen dit enorme gebied worden tien ondersoorten onderscheiden (zie tabel en kaartje). De ondersoorten in de Himalaya worden tegenwoordig vaak als aparte soort (Hodgsons boomkruiper; Certhia hodgsoni) beschouwd (magenta op het kaartje).

In Nederland komen twee ondersoorten voor: de taigaboomkruiper (C. f. familiaris) en de kortsnavelboomkruiper (C. f. macrodactyla). De taigaboomkruiper is een vogel die jaarlijks wordt waargenomen, vooral in Noord-Nederland (Waddeneilanden). Deze vogels zijn waarschijnlijk afkomstig uit Scandinavië, waar dit een vrij algemene bosvogel is. Er zijn tussen 1800 en 1994 140 bevestigde waarnemingen.
De andere ondersoort die voor het gemak maar de oude naam kortsnavelboomkruiper heeft gehouden, is een vrij zeldzame broedvogel. Dit werd in 1993 ontdekt. Toen waren er al 16 territoria met zingende kortsnavelboomkruipers in de bossen bij Vaals (Zuid-Limburg). Deze ondersoort is verder een niet zeldzame broedvogel in de bossen op hellingen in heuvelland van de Ardennen en in Duitsland en de rest van West-Europa. Het aantal broedparen in Nederland wordt nu geschat op 75 tot 100. Omdat de vogel als broedvogel kort geleden is aangetroffen, staat de kortsnavelboomkruiper als gevoelig op de Nederlandse rode lijst, maar ontbreekt op de Vlaamse rode lijst.
De grootte van de populatie is in 2021 geschat op 27-48 miljoen volwassen vogels. Op de Rode lijst van de IUCN heeft deze soort de status niet bedreigd.