| Eilandengroep van Indonesië | |||
|---|---|---|---|
| Locatie | |||
| Land | Indonesië | ||
| Eilandengroep | Molukken | ||
| Locatie | Arafurazee, Bandazee | ||
| Regio | Zuidwest-Molukken, Melanesië | ||
| Coördinaten | 7° 35′ ZB, 131° 24′ OL | ||
| Algemeen | |||
| Oppervlakte | 5440 km² | ||
| Inwoners | 61.000 | ||
| Hoofdplaats | Saumlaki | ||
| Overig | |||
| Aantal eilanden | 66 | ||
| Detailkaart | |||
| Foto('s) | |||
| Een Tanimbarvrouw demonstreert de werking van een weefgetouw (1910). | |||
| |||
De Tanimbar-eilanden (Indonesisch: Kepulauan Tanimbar) zijn een eilandengroep in het zuidwesten van de Molukken, gelegen tussen de Arafurazee en de Bandazee, twee randzeeën van de Grote Oceaan. De eilandengroep wordt gerekend tot Melanesië[bron?], een regio die zich uitstrekt van Nieuw-Guinea tot Fiji, en vormt een overgangsgebied tussen de Austronesische en Melanesische culturen. De meeste katholieken van de Molukken leven op de Tanimbar-eilanden en de naburige Kei-eilanden.
De eilandengroep bestaat uit ongeveer 65 eilanden, waarvan Yamdena het grootste en meest bevolkte is. Andere belangrijke eilanden zijn Larat, Selaru, Fordata, Molu, Wuliaru en Maru. Bestuurlijk vormen de eilanden het regentschap Tanimbar-eilanden (Kabupaten Kepulauan Tanimbar), dat een landoppervlakte van 10.166,82 km² beslaat en bij de officiële schatting voor medio 2024 een bevolking telde van 132.337.
De Tanimbar-eilanden worden gekenmerkt door tropische regenwouden, koraalriffen en een maritiem klimaat. De kustgebieden bestaan grotendeels uit kalksteen en koraalformaties, terwijl het binnenland heuvelachtig is met dichte bossen. De biodiversiteit is vergelijkbaar met die van nabijgelegen eveneens tussen de Wallacelijn en de Lydekkerlijn gelegen gebieden van Wallacea zoals Aru en Kei en omvat zowel Australaziatische als Indo-Pacifische flora en fauna.
De Tanimbar-eilanden werden in 1629 voor het eerst bezocht door Nederlanders en in 1639 op grond van het ontdekkingsrecht opgeëist door de VOC, maar het effectieve Nederlandse bestuur kwam pas rond 1900 tot stand. De eilanden werden bestuurlijk ondergebracht in de residentie Amboina van Nederlands-Indië.
Vanaf 1902 nam de Congregatie van de Missionarissen van het Heilig Hart (MSC), gevestigd in Langgur op de Kei-eilanden, de katholieke missie in de zuidoostelijke Molukken over van de Jezuïeten. Onder de MSC werden Tanimbar en de Kei-eilanden een centrum van katholieke evangelisatie. Tussen 1915 en 1935 werkte pater Petrus Drabbe op Tanimbar; hij beschreef de Tanimbarese cultuur in onder meer Het leven van den Tanémbarees (Leiden, 1940), nog altijd een standaardwerk over de eilanden. In 1937 telde het apostolisch vicariaat van Nieuw-Guinea, waaronder Tanimbar ressorteerde, bijna 11.000 katholieken in Tanimbar. De katholieke missie onder de MSC vormde een duidelijke confessionele tegenhanger van de protestantse zending van de Utrechtsche Zendingsvereeniging (UZV), die actief was op Ambon en in Noord-Nieuw-Guinea. Dit confessionele verschil zou na de Indonesische onafhankelijkheid van politieke betekenis blijken.
In juli 1942 werden de Tanimbar-eilanden bezet door Japan. Voorafgaand aan de bezetting had Nederland een detachement van dertien KNIL-militairen onder sergeant Julius Tahija in Saumlaki gestationeerd. Op 30 juli 1942 voer een Japanse vlooteenheid de baai van Saumlaki binnen; bij een landingspoging openden de KNIL-soldaten vanaf korte afstand het vuur met hun twee mitrailleurs, waarbij meerdere Japanners sneuvelden. De Japanners landden vervolgens elders op het eiland en namen Saumlaki alsnog in onder dekking van scheepsvuur; zes Nederlandse militairen sneuvelden, de overige zeven vluchtten het binnenland in. Op 31 juli arriveerde een Australisch detachement bij de pier van Saumlaki, onwetend dat de plaats inmiddels was gevallen
Na de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog droeg Nederland op 27 december 1949 de soevereiniteit over aan de Verenigde Staten van Indonesië. De Molukken vielen daarbij onder de deelstaat Oost-Indonesië (Negara Indonesia Timur, NIT), en binnen die deelstaat onder het Daerah Maluku Selatan (Zuid-Molukken). In de Dewan Maluku Selatan (DMS, Raad van Zuid-Molukken) waren acht van de dertig zetels gereserveerd voor afgevaardigden uit het zuidoostelijke deel; Kei, Aru, Tanimbar, Babar en de Zuidwester-eilanden. Tanimbar werd vertegenwoordigd door Abdullah Solisa. Op 25 april 1950 riep een groep onder leiding van voormalig NIT-procureur-generaal Chris Soumokil in Ambon eenzijdig de Republiek der Zuid-Molukken (Republik Maluku Selatan, RMS) uit. De steun voor de RMS was vrijwel volledig geconcentreerd onder de protestants-christelijke Ambonezen op de centrale Molukken (Ambon, Seram, Haruku en Saparua), waaronder veel oud-KNIL-militairen.
In de zuidoostelijke Molukken, waaronder Tanimbar, vond de RMS-proclamatie geen weerklank. Lokale historische bronnen wijzen erop dat de RMS in onder andere Kei werd ervaren als een Ambonees-protestants project dat de zuidoostelijke eilanden niet vertegenwoordigde. Vergelijkbare factoren speelden op Tanimbar: de bevolking was overwegend katholiek door het werk van de MSC-missie en daarmee confessioneel onderscheiden van het protestantse RMS-kerngebied, en had minder banden met het KNIL. Toen APRIS-troepen onder kolonel Alexander Kawilarang in juli 1950 een militaire campagne tegen de RMS begonnen, werden Tanimbar, Buru, Kei en Aru zonder noemenswaardige gevechten ingenomen; alleen rond Ambon en op Seram bood de RMS langdurig verzet. In april 1951 kwamen de acht zuidoostelijke leden van de inmiddels ontbonden DMS, waaronder de Tanimbarese afgevaardigde, bijeen om te pleiten voor de vorming van een afzonderlijk regentschap voor het zuidoostelijke gebied. Deze Resolusi Kelompok 8 leidde in 1952 tot de instelling van het regentschap Zuidoost-Molukken (Kabupaten Maluku Tenggara) met als hoofdplaats Tual, waaronder ook Tanimbar viel.
Vanaf 1999 werden de Tanimbar-eilanden bestuurlijk afgesplitst van het overkoepelende Kabupaten Maluku Tenggara. Sinds 23 januari 2019 vormen de eilanden het zelfstandige regentschap Tanimbar-eilanden (Kabupaten Kepulauan Tanimbar).
De eilanden zijn nog gedeeltelijk bedekt met regenwoud. Dit vormt het leefgebied van een groot aantal endemische diersoorten. Ontbossingen bedreigen het voortbestaan van deze diersoorten.
Vlindersoorten: