De tenlastelegging of telastlegging, door juristen soms afgekort tot t.l.l., of populair 'aanklacht', is het onderdeel van de dagvaarding waarin de openbaar aanklager (in Nederland is dat in eerste instantie de officier van justitie) een exacte, juridische beschrijving van een bepaalde gedraging van de verdachte geeft. Een tenlastelegging ziet er zo uit.
dat [verdachte] op of omstreeks [datum/periode] te [plaats], althans in [land/rechtsgebied],[opzet/schuldvorm: opzettelijk / met voorbedachten rade / door zijn schuld] [feit: de strafbare gedraging, bijv. iemand van het leven beroofd / iets weggenomen / mishandeld], [object/slachtoffer: wie of wat het feit betrof], door [wijze van uitvoering: de concrete handeling(en), middel, snelheid, plaats], [gevolg: het gevolg dat is ingetreden, voor zover het delict een gevolg vereist]; ([wetsartikel], [naam van het delict])
De tenlastelegging moet voldoen aan de eisen uit artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering: Welk strafbaar feit zou de verdachte op welke tijd, op welke plaats en onder welke omstandigheden hebben begaan?
De tenlastelegging heeft twee functies:
De openbaar aanklager zal moeten bewijzen dat het feit heeft plaatsgevonden. In sommige gevallen worden er 'primaire' en 'subsidiaire' feiten ten laste gelegd, bijvoorbeeld "Primair moord, subsidiair doodslag". In het geval de rechter het zware misdrijf moord niet bewezen verklaart, kan de openbaar aanklager altijd nog genoeg bewijs hebben om doodslag, een minder zwaar misdrijf, te bewijzen. Dit gebeurt bijvoorbeeld vaak bij verkeersongevallen waarbij er juridische discussie is over de precieze intentie van de verdachte. De keten loopt hier van moord > gekwalificeerde doodslag > doodslag > dood door schuld.
De rechter splitst de schuldvraag in twee delen: