| Naamvallen | ||
|---|---|---|
|
De terminatief is een naamval met als hoofdbetekenis "naar/tot(aan)" (plaats en tijd). Deze naamval komt vooral voor in Fins-Oegrische talen, het Sumerisch, Mongools en Tibetaans.
In het Estisch wordt de terminatief gemarkeerd door middel van het suffix -ni:
In het Hongaars wordt het suffix -ig gebruikt:
Er kan ook mee worden aangegeven hoelang iets geduurd heeft:
Het is niet altijd duidelijk bij welk interval de terminatief hoort:
Het overeenkomend vragend voornaamwoord is Meddig?, dat niets anders is dan de terminatief van Mi? ("wat?").
In het Kalmuks komt de terminatief met de uitgang -ča of -če nog voor, bijvoorbeeld: xōlāčā "tot aan de keel". Deze naamval is aan het verdwijnen.
| ki-bi-še | baninĝar |
| Plaats-zijn-terminatief | hij legde het daar neer |
| "Hij legde het op zijn plek" |