Testa

Geslachtswapen (1847)

Testa is een van oorsprong Genuese katholieke familie, generaties lang wonend in Constantinopel, waarvan leden sinds 1847 tot de Nederlandse adel behoren.

Geschiedenis

De stamreeks begint met Stephano Testa die omstreeks 1560 in Constantinopel werd geboren; hij was Genuees koopman en podesta van de Genuese kolonie in Pera en Galata (Ottomaanse Rijk). Zijn achterkleinzoon Gasparo Testa (1684-1758) werd dragoman van de legatie van de Republiek der Verenigde Nederlanden te Constantinopel. Tot in de 20e eeuw zouden leden van het geslacht in Constantinopel blijven of geboren worden, en diplomatieke functies voor Nederland vervullen. Hoewel de meeste leden tot in de 20e eeuw in het buitenland werden geboren en er vaak hun hele leven doorbrachten, studeerden leden van het geslacht niettemin in Nederland.

Bij Koninklijk Besluit van 5 april 1847 werd Gaspard Testa (1770-1847), minister-resident van Nederland te Constantinopel, verheven in de Nederlandse adel met de titel van baron bij eerstgeboorte; sindsdien behoort zijn nageslacht tot de Nederlandse adel.

De doornenkroon van Christus bevond zich sinds vele eeuwen in de Sainte Chapelle in Parijs en te­gen­woor­dig in de Notre Dame (uit de brand gered). Het is een van de be­lang­rijk­ste her­in­ne­ringen aan het lij­den van Christus. Echter één doorn bleef achter in Con­stan­ti­no­pel. De familie van de baron Testa kreeg in de 17e eeuw deze bij­zon­dere reliek in han­den. In 1660 redde François Draco Testa met gevaar voor eigen leven een reliekhouder (schrijn) met daarin een doorn van de Doornenkroon van Jezus Christus en een houtfragment van het Heilige Kruis uit zijn brandende San Francescokerk in Galata (waar deze op dat moment werden bewaard).

Paus Alexander VII besloot, als dank voor deze heldendaad, dat deze relikwieën in het bezit van de Testa-familie kwamen. Door de eeuwen heen hebben Testa familieleden zorggedragen dat deze kerkschatten door gelovigen vereerd en aan geïnteresseerden getoond konden worden.

Bij koninklijk besluit van 5 april 1847 werd Gaspard Testa (1770-1847), minister-resident van Nederland te Constantinopel, verheven in de Nederlandse adel met de titel van baron bij eerstgeboorte; sindsdien behoort zijn nageslacht tot de Nederlandse adel.

In de 19e eeuw kwam de reliekhouder terecht in Montpellier (Zuid-Frankrijk), maar in 1911 werd deze weer overgebracht naar Istanbul.

In april 1935 arriveerde het Nederlandse marineschip Hr.Ms. ‘Hertog Hendrik’ uit het Turkse Istanbul in Nederland. Aan boord was de vlootaalmoezenier pater Albada Jelgersma. Met toestemming en ondersteuning van de toenmalige minister van Defensie Laurentius Nicolaas Deckers en op verzoek van de toenmalige eigenaar Karl Victor Testa had hij deze relikwieën, gevat in een kostbare reliekhouder, onder zijn hoede aan boord genomen.

In 1939 werden de relikwieën door de familie Testa in bruikleen gegeven aan hun parochiekerk de Sint-Agneskerk.

In 1968 droeg de weduwe van Karl Victor Testa, Elisabeth Testa - baronesse van Wijnbergen, de reliekhouder over aan André Testa die in verband met zijn gevorderde leeftijd op zijn beurt de reliekhouder eind maart 2025 aan zijn nicht Noepy Beckers-Testa zal overdragen.

Tot in de 20e eeuw zouden leden van het geslacht in Constantinopel blijven of geboren worden, en diplomatieke functies voor Nederland vervullen. Hoewel de meeste leden tot in de 20e eeuw in het buitenland werden geboren en er vaak hun hele leven doorbrachten, studeerden leden van het geslacht niettemin in Nederland.

In november 2024 overhandigde de Turkse ambassadeur Selçuk Ünal in het Yunus Emre Instituut in Amsterdam aan de familie Testa, erfgenamen van de Turks-Nederlandse diplomatie, een historisch document uit de Ottomaanse tijd. Het gaat om een kopie van de geloofsbrief die tolk-secretaris Gaspard Testa aan sultan Mahmud II overhandigde. De familie speelde vijf eeuwen lang een belangrijke rol tussen het Ottomaanse Rijk en het Koninkrijk der Nederlanden.

Op 30 maart 2025, in het Heilig jaar 2025 van de katholieke kerk, mede ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van de stad Amsterdam, is de reliekhouder met dubbel-reliek Relikwieën van het Heilig Kruis in goed overleg met de Sint-Agneskerk door de familie Testa, tijdens een processie en Heilige Mis in aanwezigheid monseigneur Jan Hendriks, bisschop van het bisdom Haarlem-Amsterdam en de deken van Amsterdam, pastoor van de Co-kathedrale basiliek van de Heilige Nicolaas Eric Fennis, pastoor van de Sint-Agneskerk Martin Kromann Knudsen, acolieten, misdienaars, leden van de Heilige Militaire Constantijnse Orde van Sint-Joris, de Orde van het Heilig Graf van Jeruzalem en de Soevereine Militaire Hospitaal Orde van Malta verplaatst naar de co-kathedrale basiliek van de Heilige Nicolaas.. Daar kunnen de jaarlijkse 200.000 (inter)nationale bezoekers de dubbel-reliek bewonderen. Ter gelegenheid van deze gebeurtenis is het boek "De Testa relikwieën" op verzoek van de familie samengesteld door hun familiehistoricus drs. Mehmet Tütüncü.

Enkele telgen

Gasparo Testa (1684-1758), dragoman van de legatie van de Republiek der Verenigde Nederlanden te Constantinopel;