| The Proov | ||||
|---|---|---|---|---|
| Plaats uw zelfgemaakte foto hier | ||||
| Achtergrondinformatie | ||||
| Ook bekend als | imPROOVment | |||
| Jaren actief | 1997–2011 | |||
| Oorsprong | Leeuwarden, Nederland | |||
| Genre(s) | Hiphop, jazzrap | |||
| Label(s) | Soul Relation, imPROOVment records | |||
| Leden | ||||
| Rap | Cee Major (Cor Giesing) | |||
| Rap | Gumshoe (Sven Willemsen) | |||
| Draaitafels | dj S-Dub | |||
| Oud-leden | ||||
| Rap | Omar Rey | |||
| Draaitafels, productie | Leroy Rey | |||
| Links | ||||
| ||||
The Proov is een Nederlandse hiphopformatie uit Leeuwarden, ontstaan rond rapper Cee Major (Cor Giesing), rapper Omar Rey en dj en producer Leroy Rey. Na een reeks bezettingswisselingen bestond de groep uit Cee Major en Gumshoe (Sven Willemsen), die er in 2003 bij kwam. The Proov rapt in het Engels en zet haar teksten op beats met jazz-, funk- en elektronische invloeden.
De groep kreeg in 2000 landelijke bekendheid door de single "Feel the Heat (Welcome to Masterdam)", waarvan de door Nike betaalde videoclip volgens het Algemeen Dagblad een van de duurste Nederlandse videoclips tot dan toe was. Daarin zijn de voetballers Edgar Davids, Clarence Seedorf en Dries Boussatta te zien. Het debuutalbum Traditions verscheen in november 2000, gevolgd door Battle Mode (2005) en Off the Cuff (2011).
In Leeuwarden kwam de hiphopcultuur halverwege de jaren tachtig op gang met breakdance, waarna zich rond 1987 een vaste kern vormde. Cor Giesing begon op zijn twaalfde als dj in de Leeuwarder crew Megaforce, waar ook Leroy Rey deel van uitmaakte. Toen bleek dat de rapper van de groep moeite had met het schrijven van teksten nam Giesing dat over, en daarna ook het rappen zelf. Vanaf zijn zestiende nam hij demo's op en trad hij op. Giesing en Omar Rey leerden elkaar eveneens in Leeuwarden kennen.
De naam van de groep gaat terug op "Actual Proof" van Herbie Hancock, een favoriet nummer van Giesing en Leroy Rey. Omdat die naam al in gebruik was, kortten zij hem in tot The Proov. Leroy Rey was vanaf 1992 als dj actief en behoorde tot de oprichters.
In 1997 nam de groep een demo van negen nummers op onder de titel Speakerroom. Een radioprogramma draaide er werk van, wat leidde tot een samenwerking met CMC Records en tot de ep Traditions uit 1999. Op de bewaard gebleven opnamen rapt Cee Major alle nummers. Leroy Rey produceerde en mixte het merendeel, met bijdragen van L Geronimo en Ronald Hartsteen. Een deel van de demo verscheen in 2017 alsnog digitaal als Speaker Room EP. Daaraan vooraf ging in 1998 de 12"-single What I'm Not, met teksten van Giesing en producties van Leon en Leroy Rey.
Op 8 maart 2000 speelde The Proov in het VPRO-radioprogramma Club Lek. De groep werkte toen nog met een minidisc en een platenspeler.
Eind mei 2000 kwam de clip bij "Feel the Heat (Welcome to Masterdam)" uit op muziekzender TMF, waar hij daarna geregeld te zien was. De titel speelt met master, straattaal voor geweldig of tof, dat in die jaren onder Nederlandse jongeren opkwam. Nike liet de video maken door de Britse regisseur Nick Gordon en nam het Amsterdamse straatvoetbal waarmee Davids en Seedorf opgroeiden als uitgangspunt. Volgens het Algemeen Dagblad kwam de productie op ongeveer een half miljoen gulden. Woordvoerder Hans Faber van Nike Benelux zei dat het sportmerk niet het voetbal zelf maar het straatvoetbal centraal stelde en zijn logo bewust klein in beeld hield.
Het album Traditions verscheen een half jaar later op Soul Relation. Het Algemeen Dagblad beschreef de groep in die periode als een duo van Cee Major en Omar Rey en gaf de plaat vier van de vijf sterren. Recensent Floris Brandriet wees de Native Tongues-beweging aan als inspiratiebron en vergeleek het geluid met dat van A Tribe Called Quest. Omar Rey rapte op vier nummers en was een van de drie uitvoerend producenten. Leroy Rey produceerde een deel van de plaat. Gumshoe was op één nummer te horen. Verder werkten onder anderen Brainpower, Skate the Great en Couzin Steve aan het album mee. In december 2000 stond de groep opnieuw in Club Lek, nu met een volledige funkjazzband.
Ter ondersteuning van het album trad The Proov op met een liveband, waarin Leroy Rey percussie speelde. In augustus 2000 speelde de groep op Lowlands. Op 14 juli 2001 stond zij op het North Sea Jazz Festival in Den Haag.
In juni 2001 speelde The Proov op het Drum Rhythm Festival in Amsterdam, dat voor zijn tiende editie uitweek naar tenten op het Java-eiland en van twee naar drie dagen ging. De groep stond op de tweede festivaldag, die in het teken van hiphop stond, naast onder anderen Ty, Brainpower, Saïan Supa Crew en beatboxer Rahzel. Op 24 augustus 2001 keerde The Proov terug op Lowlands, waar de groep laat aan de line-up was toegevoegd en opnieuw met liveband in de hiphoptent speelde.
Rond de jaarwisseling van 2002 verliet Leroy Rey de groep om zich op het draaien toe te leggen. The Proov lag daarna korte tijd stil en keerde in een nieuwe bezetting terug, met Cee Major en Gumshoe als rappers en dj S-Dub erbij.
In 2002 reisde The Proov met een aantal andere Nederlandse hiphoppers naar Praag voor het uitwisselingsproject Hiphop Exchange From Amsterdam To Praha. Daar werd opgetreden in een undergroundclub, werd een documentaire opgenomen en schreven de deelnemers samen met Tsjechische rappers materiaal voor een plaat. Cee Major vertelde dat de Nederlanders in het Engels rapten en de Tsjechen in het Tsjechisch. Plaat en documentaire werden op 23 januari 2003 gepresenteerd in de Melkweg. In maart van dat jaar verscheen een nieuwe 12"-single op Unexpected Records.
In 2003 deed The Proov mee aan de Popronde in Utrecht en Enschede en speelde de groep onder meer op het festival Soulclap in Steenwijk. Gumshoe deed naar eigen zeggen zelden mee aan georganiseerde rapbattles, omdat hij het aardiger vond om onderling te battlen met mensen die hij kende. Hij wees erop dat er in Nederland eind jaren tachtig ook al battles waren, waarbij aanhang per bus meekwam en het soms uitliep op een handgemeen.
Het tweede album Battle Mode kwam op 15 maart 2005 uit op imPROOVment records, het label dat Gumshoe in 2003 had opgezet. Cee Major, Gumshoe en dj S-Dub werkten er ruim een halfjaar aan en gebruikten beats van vijf producers, onder wie Colt en L. Geronimo. Gasten op de plaat waren onder anderen Nicolay, Kid Sublime, Couzin Steve en de Amerikaanse rappers Incksalonious en Mercury Waters. De groep had bij grote platenmaatschappijen geshopt zonder resultaat en bracht de plaat daarom in eigen beheer uit. V2 verzorgde de distributie in de Benelux en Rush Hour die daarbuiten. Bij "The Ultimate" verscheen een videoclip, gemaakt door het Utrechtse collectief Complex.
De redactie van 3voor12 zette het optreden in het Amsterdamse Bitterzoet van 23 maart 2005 bovenaan haar wekelijkse lijst. Redacteur Job de Wit schreef dat een groep die zulke muziek maakt bij een label als Big Dada of Stones Throw zou zitten als zij niet uit Leeuwarden kwam.
Twee jaar later zei Cee Major dat er ongeveer duizend exemplaren van Battle Mode waren verkocht, minder dan verwacht. Hij schreef dat toe aan de plaats van de groep tussen de genres in: Engelstalig, weinig commercieel en moeilijk aan een doelgroep te koppelen. In hetzelfde gesprek vertelde hij dat de twee rappers hun podiumpresentatie wilden veranderen, omdat de vaste opzet hun begon tegen te staan.
In 2007 verscheen de ep ART en stond The Proov op Mysteryland. Het album Off the Cuff kwam in augustus 2011 uit.
The Proov speelde in het voorprogramma van onder anderen Masta Ace, Mos Def, Organized Konfusion en J-Live, en werkte samen met Pete Philly, Brainpower, Perquisite en J Rawls. Via dj Optimus werkte de groep ook samen met het jazz- en elektronicacollectief Fremdkunst.
Op Traditions overheerst een jazzy geluid. Het Algemeen Dagblad plaatste de plaat in de lijn van de Native Tongues en A Tribe Called Quest. Op Battle Mode ruilde de groep dat in voor een kaler, elektronisch en industrieel klinkend geluid, met samples uit oudere hiphop en een ingehouden manier van rappen. Cee Major noemde de bredere muzikale smaak van het tweetal als reden voor die verschuiving en zei dat hij geen tweede Traditions had willen maken. Over de eigen positie in de Nederlandse hiphop merkte hij op dat de groep in het Engels rapt en minder maatschappijkritische teksten schrijft dan artiesten als Ali B. Over de Friese hiphopscene zei hij dat commercieel succes daar geen prioriteit is en dat die weinig trendgevoelig is.