Thomas Macquoid

Thomas Macquoid
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Algemene informatie
Geboren 26 januari 1779
Ierland
Overleden 12 oktober 1841
Sydney, New South Wales
Beroep koloniaal bestuurder, koopman en sheriff

Thomas Macquoid (Ierland, 26 januari 1779 – Sydney, 12 oktober 1841) was een in Ierland geboren koloniaal bestuurder, koopman en sheriff in Britse dienst. Hij werkte achtereenvolgens in Azië en New South Wales en was van 1829 tot zijn overlijden de derde sheriff van die kolonie. Zijn achternaam komt in historische bronnen ook voor als MacQuoid en McQuoid.

Azië

Kaart van West-Java uit The History of Java (1817) van Raffles. Macquoid was onder diens bestuur resident van Buitenzorg en later van de Preanger.

In november 1806 arriveerde Macquoid vanuit Macau en Kanton op Penang. Daar werd hij politiemagistraat en diende hij van 1808 tot 1809 als sheriff bij het plaatselijke Court of Judicature. Vervolgens werkte hij op Ambon en Java. Tijdens het Britse bestuur over Java benoemde Thomas Stamford Raffles hem in juni 1812 tot vertaler voor het Maleis. Een maand later werd hij superintendent van de koffiecultuur en landdrost en resident van Buitenzorg. In 1814 werd hij resident van de Preanger.

Macquoid was tevens voorzitter van de westelijke afdeling van de commissie die overheidsgronden in de Preanger en rond Krawang verkocht. Doordat de voorzitter van de verkoopcommissie zelf grond verwierf, leidden de transacties tot beschuldigingen van belangenverstrengeling. In 1813 kocht hij samen met Raffles, Nicolaus Engelhard en Andries de Wilde de Soekaboemi-landen, in de streek van het huidige Sukabumi. Raffles bezat de helft van de onderneming; Macquoid, Engelhard en De Wilde hadden ieder een zesde aandeel. De Wilde voerde het dagelijkse beheer.

Na het herstel van het Nederlandse gezag keerde Macquoid in 1817 terug naar Engeland. Het daaropvolgende jaar vestigde hij zich opnieuw in Azië. In Batavia was hij aanvankelijk verbonden aan het handelshuis Skelton & Co. en in 1821 richtte hij met zakenpartners Macquoid, Davidson & Co. op. In juli 1825 keerde hij naar Engeland terug. Het handelshuis bezweek tijdens de handelscrisis van 1825–1826, waardoor Macquoid insolvent raakte.

New South Wales

Tuggeranong Homestead omstreeks 1910. In het gebouw werden delen van Macquoids vroegere woning op het landgoed Waniassa opgenomen.
Het monument voor de slachtoffers van de massamoord bij Myall Creek. Macquoid hield in 1838 als sheriff toezicht op de executie van zeven veroordeelden.

In juni 1828 werd Macquoid benoemd tot sheriff van New South Wales. Hij bereikte Port Jackson in januari 1829 en bleef tot zijn overlijden in functie. Het ambt omvatte onder meer de uitvoering van rechterlijke bevelen, het gevangenisbeheer en het toezicht op de voltrekking van doodvonnissen.

In 1835 kocht Macquoid nabij het huidige Canberra een landgoed dat hij Waniassa noemde, naar een eerder landgoed op Java. Het lag in het gebied dat tegenwoordig tot het Australian Capital Territory behoort. Hij liet er door gevangenen een stenen woning en schuur bouwen. Een gedeelte van de woning werd in 1908 opgenomen in het huidige Tuggeranong Homestead.

In december 1838 hield Macquoid als sheriff toezicht op de executie van zeven kolonisten die waren veroordeeld wegens de massamoord op leden van de Wirrayaraay bij Myall Creek, een gemeenschap van Aboriginals. De zaak kreeg historische betekenis doordat Europese kolonisten ter dood werden gebracht wegens de moord op Aboriginals.

Het ambt maakte de sheriff persoonlijk financieel aansprakelijk voor fouten van zijn medewerkers. In 1841 raakte Macquoid betrokken bij verscheidene rechtszaken, terwijl ook zijn persoonlijke financiële toestand verslechterde. Hij overleed op 12 oktober 1841 in zijn woning op Woolloomooloo Hill door zelfdoding. De onderzoeksjury oordeelde dat hij had gehandeld in een toestand van tijdelijke geestelijke ontregeling.

Publicatie

In 1856 verscheen postuum een door Macquoid samengesteld historisch overzicht op basis van archiefstukken uit Batavia:

Literatuur