Een thuisbatterij, ook wel thuisaccu genoemd, is een grote oplaadbare batterij voor huishoudelijk gebruik, bedoeld om elektrische energie die ofwel lokaal opgewekt wordt (meestal met zonnepanelen) of op bepaalde momenten goedkoper is, op te slaan voor later gebruik. De laadcapaciteit in woningen varieert typisch tussen 1 en 10 kWh.
Er zijn een aantal verschillende doelen die het moment van laden en ontladen kunnen bepalen. Dit laad- en ontlaadgedrag wordt gestuurd door functionaliteit die ofwel in de bijhorende omvormer is ingebouwd, ofwel door een apart energiemanagementsysteem (EMS, eventueel compatibel met batterijen van verschillende merken). Een belangrijke input hiervoor is het ogenblikkelijke verbruik in het huishouden dat meestal afgelezen wordt via de P1-poort van de slimme meter.
Meestal wordt de batterij opgeladen met stroom van de eigen zonnepanelen (op momenten dat het huishouden die niet allemaal zelf gebruikt), en teruggeleverd als het huishouden meer stroom nodig heeft. Dit is een methode om het zelfverbruik van de opgewekte zonnestroom te verhogen. De enonomische stimulans hiervoor is dat stroom die van het net gehaald wordt, in veel landen veel meer kost dan wat het leveren aan het net op momenten met overvloedige zonnestroom opbrengt. In landen zoals België en Nederland is dat zo na het verdwijnen van de initiële stimuleringsmechanismen van zonnepanelen zoals de terugdraaiende teller of de salderingsregeling zonnepanelen. Het financieel rendement van deze vorm van opslag km goed voorspeld worden, over een tijdsduur die langer is dan de variabiliteit van de zonneschijn.
Soms is de strategie hiervoor om op elk ogenblik nul op de meter te proberen houden, dus zonder rekening te houden met stroomprijzen.
Vaak wordt er ook rekening gehouden met de dynamische stroomprijzen later op de dag in plaats van ogenblikkelijk naar "nul op de meter" te streven. Omdat typisch ofwel het ontladen (in de zomer) ofwel het laden (in de winter) een bottleneck is, is er vrijheid om het moment van laden, respectievelijk ontladen, uit te stellen tot een economisch zinvoller moment (later op dag). De consument wordt voor die keuze vergoed via de gewone elektriciteitsfactuur als er een dynamisch energiecontract is bij de elektriciteitsleverancier. In West-Europa worden die dynamische stroomprijzen per kwartier vastgelegd, een dag vooraf.
Los van de opslag van de eigen zonnestroom kan de batterij volgens hetzelfde principe ook opgeladen worden met stroom van het elektriciteitsnet op tijdstippen dat die goedkoop is, om die later terug te leveren (aan het huishouden of aan het elektriciteitsnet) op tijdstippen dat stroom duurder is. Omdat de roundtrip-efficiëntie van een laad-ontlaadcyclus kan dalen tot 75%, zeker bij een AC-gekoppeld systeem, is laden en ontladen pas zinvol als het prijsverschil voldoende groot is om de slijtage van de batterij te rechtvaardigen.
In een specialistische variant wordt de batterij ook gebruikt voor stroomopslag voor handel op de onbalansmarkt, met prijzen die pas kort voordien bekend zijn. De batterij wordt daarmee ingezet voor het balanceren van het stroomnet in opdracht van de transmissienetbeheerder. Aangezien particulieren niet handelen op de onbalansmarkt, wordt het laden en ontladen aangestuurd vanuit de energieleverancier die hiervoor de gebruiker financieel beloont. Voor deze variant is een batterij met een hoog (ont)laadvermogen nodig, en de keuze van batterij, energiemanagementsysteem, energieleverancier en energiecontract is aan elkaar vastgeklonken. Het financieel rendement van deze vorm van handel is erg volatiel, en de marktomstandigheden in de loop van jaren kunnen moeilijk voorspeld worden.
Deze twee vormen van handelen zijn vooral interessant als er geen kosten aangerekend worden, een situatie die bijvoorbeeld in Nederland slechts bestaat tot en met 2026, zolang de salderingsregeling zonnepanelen nog bestaat. Er words daarnaast ook verwacht dat de winsten bij handelen op de onbalansmarkt zullen dalen naarmate de markt zich ontwikkelt.
Een thuisbatterij kan aan peakshaving doen, de pieken van het stroomverbruik van een huishouden verlagen (zowel opname als injectie van stroom). De motivatie hiervoor is dat de infrastructuur van het stroomnet (bijvoorbeeld de koperen kabels) duur is, zeker als die berekend moet zijn op verbruikspieken gedurende een kort deel van de dag.
Beperken van de piekbelasting van individuele huishoudens helpt de piekbelasting op transformatorstations te beperken.
In verschillende landen, zoals België, Duitsland en Scandinavische landen, is er een capaciteitstarief ingevoerd waardoor huishoudens een deel van het distributietarief betalen volgens de grootte van hun verbruikspieken, bijvoorbeeld als ze een kwartier lang gemiddeld meer dan 2,5 kW verbruiken. Anno 2025 is dit nog niet zo in Nederland bij huishoudens, alhoewel netcongestie er een belangrijk probleem is en bedrijven hun piekverbruik moeten beperken.
Een thuisbatterij kan anderzijds helpen het ogenblikkelijke verbruik van een individueel huishouden binnen het maximum vermogen van de netaansluiting te houden. In West-Europa is dit meestal enkel van toepassing bij huishoudens die op hetzelfde moment zware verbruikers zoals EV-laden. inductiekookplaten en andere vormen van elektrische verwarming willen gebruiken.
Sommige thuisbatterijen kunnen tijdelijk stroom leveren bij stroomuitval op het elektriciteitsnet. Meestal kan dat enkel door een toestel tijdelijk rechtstreeks op de thuisbatterij aan te sluiten. Er zijn ook complexe (en dure) installaties mogelijk om een noodstroomvoeding te maken, maar de elektronica daarvoor doet de energiebesparing teniet. Als de batterij gegarandeerd stroom moet kunnen leveren en dus altijd opgeladen moet blijven, betekent dat bovendien dat dat deel van de capaciteit niets bijdraagt aan de opbrengsten van de batterij.
De capaciteit van een thuisbatterij wordt vaak zo gekozen dat hij elke dag opgeladen en weer ontladen kan worden. De opbrengst van zonnepanelen en ook de marktprijs van elektriciteit volgen typisch een dagelijks patroon. Een thuisbatterij kan overdag typisch gedurende een paar zonnige uren stroom van zonnepanelen opladen, en die terugleveren tijdens de piekmomenten die typisch dagelijks optreden in de ochtend en de vooravond. Een thuisbatterij te groot kiezen is weinig zinvol tijdens de periodes met de kortste en langste dagen, want dan maakt hij zelden de volledige overgang tussen vol en leeg.
Een groter laad- en ontlaadvermogen van de omvormer en thuisbatterij zorgt dat de grotere stroompieken beter gevolgd kunnen worden, maar de efficiëntie bij lagere stromen, die in de praktijk het vaakst voorkomen, daalt wel.
Een thuisbatterij is anno 2025 economisch en ecologisch niet zinvol voor opslag voor langere tijd, bijvoorbeeld voor zomer-winteropslag. Een huishouden met een gemiddeld jaarverbruik van 2500 kWh zou voor het totale verbruik van de wintermaanden (ongeveer vier maanden met verminderde zonneproductie) al snel 800 kWh aan opslag nodig hebben, wat economisch en praktisch niet haalbaar is. Dat houdt nog geen rekening met het hogere stroomverbruik in de winter bij gebruik van een warmtepomp of andere verwarming.
Een tweerichtingsomvormer is nodig om elektrische energie om te vormen tussen de wisselstroom van het binnenhuisnet en de gelijkstroom van de accu. De omvormer kan los of ingebouwd zijn in de thuisbatterij, of het kan dezelfde omvormer zijn als van de zonne-installatie, op voorwaarde dat deze een hybride omvormer is.
Een thuisbatterij kan AC- of DC-gekoppeld zijn. Bij een DC-gekoppelde thuisaccu is de energetische efficiëntie het grootst, omdat er van zonnepaneel naar accu geen omzetting is naar AC. Er is wel minder vrijheid om voor de accu en de omvormer verschillende merken te kiezen.
Een thuisbatterij met stekker of ook wel stekkerbatterij of plug-and-play-thuisbatterij is een batterij die je gewoon in het stopcontact kan steken. Dit is dus altijd een AC-gekoppeld systeem. Er is geen installateur en elektrische keuring nodig. Het vermogen van laden en ontladen wordt wel beperkt wegens veiligheidsredenen en Europese wetgeving. De meeste thuisbatterijen met stekker kunnen wel hogere vermogens opladen of ontladen aan, maar dat is alleen toegestaan als deze zijn aangesloten op een eigen groep in de meterkast. Ook hebben de meeste thuisbatterijen met stekker een noodstroom stopcontact, wat anders is dan bij een normale thuisbatterij waar het in sommige gevallen mogelijk is om als voorwaardige noodstroom te functioneren in de meterkast.
Anno 2024 zijn er drie soorten thuisbatterijen qua energieopslag:
Organisaties zoals Milieu Centraal noemen een thuisbatterij (anno 2025) in de meeste gevallen economisch niet rendabel om terug te verdienen. en noemen milieuvriendelijkere manieren om meer van de eigen zonnestroom te verbruiken, zoals het aanzetten van een vaatwasser of wasmachine of opladen van een elektrische auto op het moment dat de zonnepanelen stroom opwekken.
Als algemene regel combineren huishoudens thuisbatterijen meestal met een dynamische stroomtarief, want met een vast of variabel tarief kunnen ze niet genieten van het prijsverschil tussen de "goedkope" en "dure" uren (eigenlijk kwartieren).
Andere maatregelen om het elektrisch verbruik van een huishouden af te stemmen op de beschikbaarheid van goedkope lokale stroom, en dus de zelfconsumptie van zonnepanelen te verhogen, verkleinen de mogelijkheid om de investering in een thuisbatterij terug te verdienen of maken eerder een kleine dan een grote thuisaccu geschikt. Dit zijn bijvoorbeeld: automatische sturing van het opwarmen van het boilerwater, of huishoudens waar men zich door gedragsveranderingen aanpast, bijvoorbeeld door een elektrische auto vooral op gunstige momenten op te laden, overdag in het weekend.
Een thuisbatterij kan anderzijds sneller rendabel zijn in een huishouden waar men geen mogelijkheid ziet om de (vaat)wasmachine en andere grote verbruikers met een uitsteltijd te laten werken en en waar koken steeds in de dure namiddag-vooravondpiek moet gebeuren in plaats van op de middag. Een thuisbatterij kan gezien worden als een alternatief voor gedragsverandering of verschuiving door slimme sturing, maar de prijs hiervoor is rendementsverlies door het laden/ontladen plus de kost van de batterij, waarvoor typisch met een levensduur van 15 jaar gerekend wordt.
Het Vlaamse initiatief Maak je Meter Slim (een samenwerking tussen de Vlaamse overheid, netbeheerders en ledenorganisaties) heeft als standpunt over de thuisbatterij: "Eerst optimaliseren via een EMS (slimme sturing van toestellen) levert vaak meer op. Pas wanneer je daarna nog veel overschot hebt, kan een batterij nuttig zijn als aanvulling."
Tot begin 2023 was er in Vlaanderen een subsidie van maximaal 1.725 euro voor een thuisbatterij. In 2020 werd die 337 maal aangevraagd, in 2021 bijna 19.000 maal en in 2022 zo'n 30.000 maal. De subsidie werd stopgezet omdat die onterecht insinueerde dat een thuisbatterij voor iedereen interessant is, en omdat de subsidie ook niet nodig was. Het vrijgekomen budget verhuisde naar subsidies voor warmtepompboilers.
Pluginbatterijen worden sinds april 2025 toegelaten, mits CE-certificaat en homologatie door
Tot 800 watt is geen keuring nodig. Sinds oktober 2025 mogen deze aangestuurd worden via de P1-poort van de digitale meter in plaats van met een bijkomende EnFluRi-meter.
Ze moeten altijd aangemeld worden, in Vlaanderen is dat bij Fluvius, op straffe van een boete. In juni 2026 was er in het Vlaams Parlement echter een akkoord om de meldingsplicht in de toekomst bij de keuringsdienst te leggen.
In Duitsland was de thuisbatterij al vanaf ongeveer 2014 belangrijk, een tiental jaar eerder dan in Nederland, omdat de initiële subsidiëring van zonnepanelen er niet gebeurde met een salderingsregeling. Anno 2025 is daar ongeveer de helft van de zonnepaneelinstallaties uitgerust met een thuisbatterij. Ook plugin -zonneinstallaties (Balkonkraftwerke) zijn er populair, vaak met plugin-batterij.