In de wiskunde, meer bepaald in de functionaalanalyse, wordt het begrip tonruimte gehanteerd als veralgemening van Fréchet-ruimten (en dus in het bijzonder van Banachruimten). Het ontleent zijn belang aan het feit dat de definitie invariant is onder de vorming van finale topologieën.
Een ton in een topologische vectorruimte is een deelverzameling die tegelijkertijd aan de volgende vier eigenschappen voldoet:
De eigenschappen convexiteit en evenwichtigheid worden ook wel samengevat tot absolute convexiteit.
Een tonruimte is een lokaal convexe topologische vectorruimte waarin alle tonnen omgevingen van de nulvector zijn.
Dit is gelijkwaardig met de eis dat lokaal convex is en dat de familie van alle tonnen een omgevingenbasis vormt van de oorsprong. Een derde, gelijkwaardige definitie luidt: een lokaal convexe topologische vectorruimte waarop elke seminorm die halfcontinu langs onder is, meteen ook continu is.
Elke Fréchet-ruimte, en dus ook elke Banachruimte, is een tonruimte. Dit volgt uit de categoriestelling van Baire samen met de vaststelling dat elke lokaal convexe Baire-ruimte een tonruimte is.
De testfuncties voor de gewone distributietheorie (onbeperkt differentieerbare complexe functies op met compacte drager) vormen een voorbeeld van een tonruimte die geen Baire-ruimte is.
Als motivering voor de definitie van tonruimten geldt de volgende algemene vorm van het principe van uniforme begrensdheid:
Een halftonruimte is een lokaal convexe topologische vectorruimte waarin elke verzameling die aan de volgende voorwaarden voldoet, een nulomgeving is:
Iedere tonruimte is een halftonruimte. Iedere bornologische ruimte is eveneens een halftonruimte.