Trekvogel

Een voorbeeld van een trekvogel, de boerenzwaluw

Een trekvogel is een vogelsoort waarvan (vrijwel) alle individuen uit het broedgebied wegtrekken om op geruime afstand daarvan te overwinteren. Door in de herfst naar een zuidelijker overwinteringsgebied te trekken ontvluchten ze slechte omstandigheden (onder andere gebrek aan voedsel) in het broedgebied. Soorten als bijvoorbeeld boerenzwaluw, die helemaal afhankelijk zijn van vliegende insecten, hebben in de winter in Nederland en omgeving niets meer te zoeken. In de lente vindt de terugkeer plaats.

Een trekvogel wordt ook wel trekker, wegtrekker of migrant genoemd. Het tegenovergestelde van een trekvogel is een standvogel. Deze blijft wel in zijn broedgebied overwinteren.

Oriëntatie

Er bestaan verschillende theorieën over het terugvinden van de weg van trekvogels.

Indeling vogelsoorten naar trekgedrag

De volgende driedeling is mogelijk:

Vaak zijn de populaties uit Noord-Europa trekvogel en die uit Zuid-Europa standvogel. Nederland neemt veelal een tussenpositie in, er zijn daar veel deeltrekkers.

Trekroutes

De trekroutes over Europa lopen in noord-zuid richting. Er is een westelijke en een oostelijke route. De westelijke route loopt langs Scandinavië, Nederland, Frankrijk, Spanje en via de Straat van Gibraltar en Marokko naar de Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara. De oostelijke route loopt langs de arctische gebieden, Scandinavië, Duitsland, over de Alpen naar Italië en via de Bosporus naar Afrika.

Op hun trekroutes komen Europese trekvogels steeds meer obstakels tegen zoals windturbines en hoogspanningskabels.

Voorbeelden trekvogels

Bij de Nederlandse broedvogels zijn dat onder andere:

Zie ook