| Trosgamander | ||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
| soort | ||||||||||||||||||
| Teucrium botrys L. (1753) | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
Trosgamander (Teucrium botrys) is een plantensoort uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae).
De plant komt van nature voor in het westelijk Middellandse Zeegebied en in Midden-Europa tot Polen en de noordelijke Balkan. In Nederland komt de plant voor in Zuid-Limburg. Ze staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeer zeldzaam en zeer sterk in aantal afgenomen. De plant is in Nederland wettelijk beschermd sinds 1 januari 2017 door de Wet natuurbescherming.
Trosgamander is een eenjarige, kruidachtige plant die een hoogte kan bereiken van 7-60 cm. De stengel is bezet met klierharen. De in omtrek eironde, klierachtig behaarde bladeren zijn veerdelig tot dubbelveerdelig. De plant heeft een onaangename geur.
De plant bloeit van juli tot de herfst met roze, 1,5-2,5 cm lange bloemen, waarbij de driespletige onderlip vaak bleker van kleur is. De bovenlip is diep gespleten. De met klierharen dichtbehaarde kelk heeft bij de voet aan de onderzijde een knobbel. De bloemen staan alleen in de bladoksels of in schijnkransen met weinig bloemen.
De vrucht is een vierdelige splitvrucht. Het bijna ronde, gegroefde nootje (zaad) is 1,5-2 mm groot.
Trosgamander komt voor op vrij droge, kalkrijke grond.
In de syntaxonomie staat trosgamander te boek als kensoort voor het verbond van vetkruiden en kandelaartje.