
Een turnclub of turnvereniging is een sportvereniging die zich richt op het beoefenen en bevorderen van gymnastiek en aanverwante disciplines. Beide termen worden in het Nederlandse taalgebied grotendeels als synoniem gebruikt. In België is turnclub de meest gangbare benaming, terwijl in Nederland vaker de term turnvereniging wordt gebruikt, hoewel ook gymnastiekvereniging veel voorkomt. Een turnclub kan zich uitsluitend op gymnastiek richten of deel uitmaken van een omnisportvereniging. De vereniging biedt haar leden de mogelijkheid om recreatief of competitief deel te nemen aan gymnastiekactiviteiten onder begeleiding van gediplomeerde trainers en vrijwilligers. De meeste turnclubs zijn georganiseerd als een vereniging zonder winstoogmerk (vzw) in België of als vereniging in Nederland.
De oorsprong van de turnvereniging ligt in de negentiende-eeuwse gymnastiekbeweging, die onder invloed stond van de Duitse Turnbewegung van de pedagoog Friedrich Ludwig Jahn (1778-1852) en de Zweedse gymnastiek van Pehr Henrik Ling (1776-1839). In zowel België als Nederland ontstonden vanaf het midden van de negentiende eeuw talrijke gymnastiekverenigingen die naast lichamelijke opvoeding ook een sociale, opvoedkundige en culturele functie vervulden. Veel van deze verenigingen organiseerden openbare turnfeesten, demonstraties en wedstrijden en droegen bij aan de verspreiding van gymnastiek als volkssport.
Hoewel de begrippen turnclub en turnvereniging inhoudelijk nauwelijks verschillen, wordt met club vaak een moderne sportorganisatie bedoeld die zich hoofdzakelijk richt op sportbeoefening, opleiding en competitie. De term vereniging legt traditioneel meer nadruk op de ledenstructuur, het democratische bestuur en het verenigingsleven. In de praktijk functioneren beide organisatievormen volgens vergelijkbare principes en zijn zij doorgaans aangesloten bij een regionale of nationale gymnastiekfederatie.
De belangrijkste doelstelling van een turnclub is het aanbieden van kwalitatieve gymnastieklessen aan sporters van alle leeftijden en niveaus. Daarbij staat niet uitsluitend sportieve prestatie centraal, maar ook de ontwikkeling van motorische vaardigheden, lichaamsbeheersing, kracht, lenigheid, coördinatie en evenwicht. Daarnaast vervullen turnverenigingen een belangrijke maatschappelijke rol door sociale contacten te bevorderen, vrijwilligerswerk te stimuleren en kinderen en volwassenen aan te zetten tot een actieve en gezonde levensstijl. Veel verenigingen besteden tevens aandacht aan veilig sporten, ethisch verantwoord coachen en inclusie van sporters met een beperking.
Het activiteitenaanbod verschilt per vereniging, maar omvat doorgaans kleuterturnen, basisgymnastiek, recreatief toestelturnen, wedstrijdturnen, acrogym, ritmische gymnastiek, trampoline, tumbling, rope skipping, freerunning, dans, ouder- en kindgym, seniorengym en G-gym voor sporters met een beperking. Naast de reguliere trainingen organiseren veel clubs interne wedstrijden, clubkampioenschappen, demonstraties, turnshows, sportkampen, stages, bijscholingen voor trainers en sociale activiteiten voor leden en ouders. Verenigingen die aan competities deelnemen schrijven hun gymnasten in voor regionale, nationale en soms internationale wedstrijden.
Turnclubs behoren in zowel België als Nederland tot de grootste categorieën van sportverenigingen voor kinderen en jongeren. Zij vervullen een belangrijke rol in de motorische ontwikkeling van jonge sporters en vormen tevens de basis voor de opleiding van topsporters die deelnemen aan Europese kampioenschappen, wereldkampioenschappen en de Olympische Spelen. Tegelijkertijd blijft recreatieve gymnastiek het grootste werkterrein van de meeste verenigingen, waarbij plezier in bewegen, persoonlijke ontwikkeling en sociale verbondenheid centraal staat.
De meeste turnverenigingen zijn aangesloten bij een nationale of regionale gymnastiekbond. Een dergelijke aansluiting biedt onder meer toegang tot officiële wedstrijden, opleidingen voor trainers en juryleden, verzekeringen, kwaliteitsondersteuning, clubbegeleiding en reglementering. Niet alle turnclubs zijn echter aangesloten bij een erkende turnbond. Sommige functioneren als zelfstandige recreatieve gymnastiekclubs of maken deel uit van een commerciële sportorganisatie, waardoor zij geen deel uitmaken van de officiële competitiestructuur.
In België wordt de georganiseerde gymnastieksport verdeeld over verschillende gemeenschapsfederaties. In Vlaanderen is de Gymnastiekfederatie Vlaanderen (Gymfed) de grootste organisatie. Zij vertegenwoordigt meer dan 320 aangesloten clubs en meer dan 125.000 leden, waarmee gymnastiek tot de grootste georganiseerde sporten in Vlaanderen behoort. In de Franse Gemeenschap worden gymnastiekverenigingen vertegenwoordigd door de Fédération francophone de Gymnastique (FFGym). Samen vormen beide federaties de basis van de Belgische gymnastieksport en zijn zij aangesloten bij de Koninklijke Belgische Gymnastiekfederatie en de internationale gymnastiekfederatie (FIG). Het totale aantal turnverenigingen in België ligt hoger dan het aantal aangesloten clubs, aangezien daarnaast ook onafhankelijke gymnastiekverenigingen en omnisportverenigingen met een gymnastiekafdeling bestaan. Exacte nationale cijfers hierover zijn niet beschikbaar.
In Nederland vertegenwoordigt de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie (KNGU) de georganiseerde gymnastieksport. Eind 2024 waren 820 gymnastiekverenigingen aangesloten bij de KNGU, met ongeveer 193.000 betalende leden en ruim 262.000 unieke sporters die gedurende het jaar lid waren. Het aantal aangesloten verenigingen neemt de laatste jaren geleidelijk af als gevolg van fusies, schaalvergroting en het opheffen van kleinere verenigingen, terwijl het ledenaantal relatief stabiel blijft. Ook in Nederland bestaan daarnaast enkele onafhankelijke gymnastiekclubs die niet bij de KNGU zijn aangesloten.