Twee aapjes

Twee aapjes
Twee aapjes
Kunstenaar Pieter Bruegel de Oudere
Jaar 1562
Techniek olieverf op paneel (eikenhout)
Afmetingen 19,8 × 23,3 cm
Museum Gemäldegalerie
Locatie Staatlichen Museen zu Berlin, GemäldegalerieBewerken op Wikidata, Berlijn
RKD-gegevens
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Twee aapjes is een klein schilderij van Pieter Bruegel de Oudere uit 1562 in de Gemäldegalerie van de Staatliche Museen zu Berlin (inv. 2077). Linksonder is het · BRVEGEL · MDLXII · gesigneerd.

Voorstelling

Aan een ring vastgeklonken in een boogvenster zijn twee apen vastgeketend. Het zijn roodkopmangabeys uit West-Afrika. De linkse staart met grote ogen voor zich uit, de rechtse is weggedraaid van de kijker en blikt nogal ineengedoken en moedeloos naar buiten. Naast hen liggen schelpen van een gekraakte noot. Door het venster kijken we neer op de Schelde en zien we het profiel van Antwerpen uit het zuidwesten. Twee vogels vliegen voorbij, andere hangen in het zwerk. Het heldere zonlicht over het landschap contrasteert met de schaduwwerking in de vensternis. Verbleking van het blauwe pigment heeft ervoor gezorgd dat het water en de lucht er anders uitzien dan oorspronkelijk. Schepen varen af en aan naar de drukke haven, die Bruegel het volgende jaar zou verlaten voor Brussel.

Interpretatie

Weinig kunsthistorici zijn van mening dat Bruegel eenvoudig twee exotische dieren heeft willen afbeelden zonder diepere betekenis. De apen zeggen iets over de mensen, maar wat? Het eerste spoor van het werk is in 1668 in de nalatenschap van de verzamelaar Pieter Stevens, dus over de totstandkoming is niets geweten. Bruegel had in die periode een zekere fascinatie voor apen, die ook te zien zijn op de prent Marskramer bestolen door apen (1562) en achter tralies op Dulle Griet (1563). Iconografisch bestond er een traditie die apen negatieve eigenschappen liet vertegenwoordigen. De aapjes van Bruegel zijn uiteenlopend gelezen als moraliserende symbolen van lust, gulzigheid, gierigheid of verdorvenheid. Of is het geen zonde die aan de ketting ligt, maar de vrijheid zelf? Ook is gespeculeerd over woordspelingen op de toenmalige actualiteit en over uitdrukkingen in verband met noten. Misschien de meest voor de hand liggende interpretatie is dat Bruegel speelde met het cliché van de kunstenaar als vaardig na-aper van de natuur (ars simia naturae). We weten dat hij zijn vriend Ortelius verblijdde met reflecties over de verhouding tussen kunst en natuur. Maar daarmee zijn de betekenislagen van het werk lang niet uitgeput.

Het zag er dus naar uit dat de diepere betekenis van dit schijnbaar eenvoudige tafereeltje voor altijd een raadsel zou blijven, maar een recente publicatie werpt een verrassend nieuw licht op dit tafereeltje. In De Bruegel Code (2025) situeert classicus Leo Spaepen het schilderij in de privésfeer van de kunstenaar. Er zijn namelijk sterke aanwijzingen dat Bruegel in 1562 in contact en onder de invloed kwam van de Duitse mysticus Hendrik Niclaes en diens boek Terra Pacis. In dit allegorische geschrift schetst de auteur de spirituele pelgrimstocht die zijn volgelingen dienen te ondernemen om het 'Land van de vrede' te bereiken. Tijdens die levensreis dienen ze zich te hoeden voor allerlei gevaren, zoals 'de wellust van het vlees'. Dat Bruegel zijn werk voortaan in belangrijke mate dienstig maakte aan zijn streven naar vrede en verdraagzaamheid, is dan ook geen toeval. Evenmin toevallig is ook zijn plotse bezorgdheid voor een onberispelijke levenswandel, die te merken is in deze Twee aapjes. Vanwege de sterke invloed van Niclaes' gedachtegoed kan het jaar 1562 zelfs worden beschouwd als een keerpunt in het werk én in het privéleven van Bruegel.

De twee aapjes zijn door ketens met elkaar verbonden. Nu verwijst een geketende aap in de kunst van die tijd meestal naar de zondige mens die slaaf is van zijn lusten. Concreet: de staart van de linkse aap krult naar de signatuur van de schilder: een subtiele suggestie tot identificatie. Naast hem liggen de schelpen van een noot. Het zal voorzeker een harde noot geweest zijn om te kraken, want Bruegel heeft het hier zopas uitgemaakt met zijn lief en heeft haar gezegd dat hij zich zou verloven met de dochter van zijn oude leermeester Pieter Coecke. Bij Karel van Mander lezen we dat hij zijn Antwerpse geliefde de bons gaf omdat zij altijd loog, maar een betere reden waren misschien wel de morele voorschriften van Hendrik Niclaes. In elk geval wordt de lichaamstaal van beide aapjes nu duidelijk: zij staart bedrukt naar de grond, verbijsterd en volledig van de kaart door zijn onverwachte mededeling, terwijl hij met zijn ogen wijd open naar het zuiden kijkt, weg van haar en weg van Antwerpen, maar naar Brussel waar zijn toekomstige vrouw en zijn toekomst zich bevinden. Het logische vervolg van dit schilderij is dan ook De vlucht naar Egypte.

Nachleben

De Poolse Wisława Szymborska schreef het gedicht Dwie małpy Bruegla over haar interactie met het schilderij.

Literatuur

Voetnoten

  1. ↑ Pieter Bruegel the Elder: Two Monkeys, 1562, smh.museum (geraadpleegd 25 augustus 2020)
  2. 1 2 Spaepen, Leo (2025). De Bruegel Code: Pieter Bruegel de Oude, politiek commentator en pacifist. MER.Books, Gent. ISBN 978-94-93410-73-2.
Zie de categorie Two Monkeys (Bruegel) van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.