Carrière
Als amateur nam Sutter deel aan de Olympische Spelen van 1972. Samen met Gilbert Bischoff, Bruno Hubschmid en Roland Schär werd hij achtste in de ploegentijdrit. Een week later eindigde hij op plek 24 in de wegwedstrijd. Later die maand won Sutter een etappe en het bergklassement in de Ronde van de Toekomst.
In de Ronde van Italië van 1978 werd Sutter tiende in het eindklassement en won hij het bergklassement. Hij was onder meer als eerste boven op de Tonalepas. Een jaar later maakte Sutter de overstap naar de TI-Raleigh-ploeg. Hoewel het voor ploegbaas Peter Post al duidelijk was dat het verblijf van Sutter bij de ploeg beperkt zou blijven tot één seizoen, liet hij hem toch debuteren in de Ronde van Frankrijk. Samen met zijn ploeggenoten won hij zowel de vierde als de achtste etappe, beide een ploegentijdrit. Na zestien etappes stond hij op de vierde plaats in het klassement, tot hij in de etappe naar de Alpe d'Huez ruim 24 minuten verloor. Na de juryvergadering na afloop van de etappe bleek dat Sutter tien "streepjes" te hebben vergaard, wat betekende dat hij tien aantekeningen had gekregen wegens geduwd worden. Op elke overtreding stond een tijdstraf van tien seconden, die nog bij zijn achterstand in de etappe werd geteld. Door die optelsom bleek dat Sutter zeven seconden buiten de tijdslimiet was: hij werd uit koers genomen.