Urbaan district

Geel nagelkruid (Geum urbanum): een urbane plant die hier al vroeg was

Het urbaan district is een (plantengeografisch) floradistrict in Nederland, gekenmerkt door het voorkomen van bepaalde plantensoorten, of liever het voorkomen van plantensoorten die van bepaalde omstandigheden houden.

Het urbaan district bestaat uit de grotere stadskernen van Nederland, spoorwegemplacementen, industriegebieden en andere gebieden die stenig of versteend zijn. Het is samen met het District IJsselmeerpolders een gebied dat dusdanig gedomineerd wordt door menselijk ingrijpen dat het niet onder een ander floradistrict kan worden geschaard.

De stedelijke gebieden kenmerken zich onder andere door een relatief hogere temperatuur, waardoor er een specifiek soort flora is ontstaan. Hier zijn meer dan achthonderd soorten planten gevonden, waaronder diverse bedreigde soorten.

Urbicolen

Muurfijnstraal: afkomstig uit Mexico en tegenwoordig in opkomst in Nederland als liefhebber van urbane, stenige milieus
Muurleeuwenbek houdt van tegels en muren

Kenmerkend zijn vooral de stadsafhankelijke soorten, de zogenaamde urbane soorten of urbicolen. Dit zijn soorten, die in sterke mate gebonden zijn aan stedelijke biotopen en het stedelijk klimaat. Het stedelijk gebied telt circa zeventig stadsafhankelijke soorten, waaronder kransmuur, muurfijnstraal, klein glaskruid, klimopbremraap, gehoornde klaverzuring, kransgras. De meeste van deze soorten komt van nature uit warme tot zeer warme gebieden.

Urbanofielen

Schijnpapaver: een ontsnapte tuinplant, die van de wat meer schaduwrijke plaatsen in het urbaan district houdt

Daarnaast zijn er in het stedelijk gebied ook soorten te vinden die niet primair stadsafhankelijk zijn, maar in zekere mate wel karakteristiek voor de stedelijke flora, dit zijn de zogenaamde urbanofielen ofwel stadsminnende soorten. Ook deze groep bestaat in hoofdzaak uit thermofielen.

Stadsgerelateerde soorten

Ten slotte herbergt de stad een aantal soorten die 'fysiek' of 'historisch' met het stedelijk gebied verbonden zijn. Dit zijn de stadsgerelateerde soorten. Zo zitten muurplanten 'vast' aan bebouwing, in het bijzonder oude muren (vooral muurvarens), en zijn sommige stinsenplanten traditiegetrouw verbonden met stadswallen, kerkhoven, buitenplaatsen en stadsparken.

Verstedelijking

Met de voortgaande verstedelijking neemt het 'volume' aan geschikt biotoop steeds maar toe. Tegelijkertijd neemt ook het aanbod aan invasieve soorten steeds toe. Vanaf 1985 is wel te spreken van een botanische warmtegolf; in korte tijd heeft een nieuwe reeks thermofielen – vooral soorten uit het gebied rond de Middellandse Zee – de Nederlandse steden veroverd en het einde hiervan is nog niet in zicht. De nieuwkomers profiteren van het warmer worden van het klimaat in het toch al relatief warme stedelijk gebied.

Literatuur

Zie ook