Van Pabst

Van Pabst (ook: Van Lawick van Pabst en: Van Pabst van Bingerden) is een Nederlands geslacht waarvan leden vanaf 1815 tot de Nederlandse adel behoren en dat vanaf 1661 eigenaar van de heerlijkheid en huis Bingerden was.

Geschiedenis

De stamreeks begint met Wilhelm Pabst wiens zoon Johann, heer van Pabsthof, omstreeks 1425 werd geboren. Nakomelingen waren ambtenaren in Brandenburg. In 1661 werd mr. Hermann Pabst, heer van Kaldenbach en Bingerden 1661- (1603-1666), keurvorstelijk Brandenburgs geheim- en justitieraad, heer van Bingerden. Van hem stammen de tak Van Lawick van Pabst en de tak Van Pabst van Bingerden.

In 1712 werden de neven Johann Maurits (1650-1730) en Johann Hendrik (1672-1766) erkend te behoren tot de Pruisische adel. In 1815 werd Johan Maurits van Pabst van Bingerden (1740-1824) benoemd in de ridderschap van Gelderland waardoor hij en zijn nakomelingen het predicaat jonkheer en jonkvrouw verkregen; een kleinzoon van hem, R.J.W. van Pabst van Bingerden (1826-1912) verkreeg in 1906 de persoonlijke titel van baron.

Van 1661 tot 1847 was huis Bingerden in bezit van dit geslacht. Vanaf 1849 is huis Nijeveld in dit geslacht.

In 1860 werd Diederik Jacob Adrianus Albertus van Lawick van Pabst (1795-1881) ingelijfd in de Nederlandse adel waardoor hij en zijn nakomelingen ook het predicaat jonkheer en jonkvrouw verkregen. In 2001 waren er nog drie mannelijke telgen in leven: de chef de famille en zijn twee zonen.

Er bestaat nog een tak Van Lawick van Pabst, deel uitmakend van het geslacht Van Lawick.

Wapens

Enkele telgen

Huis Bingerden in 2012

mr. Hermann Pabst, heer van Kaldenbach en Bingerden 1661- (1603-1666), keurvorstelijk Brandenburgs geheim- en justitieraad, heer van Bingerden