| Veit Bach | ||
|---|---|---|
| Algemene informatie | ||
| Geboren | ca. 1550 Wechmar | |
| Overleden | 8 maart 1619 Wechmar | |
| Geboorteland | Heilige Roomse Rijk | |
| Beroep | Molenaarsgezel | |
| Bekend van | voorvader van de muziekfamilie Bach | |
| Familie | ||
| Vader | Hans Bach | |
| Kinderen | Johannes Bach, Philippus ("Lips") Bach | |
| Zie ook | Bach-Stammhaus | |
Veit Bach (ca. 1550 – Wechmar, 8 maart 1619) was in muzikaal opzicht de voorvader van de wijdvertakte Duitse muziekfamilie Bach, met als beroemdste nazaat Johann Sebastian Bach. Veit werd waarschijnlijk in of nabij Pressburg (de huidige Slowaakse hoofdstad Bratislava) geboren en werd molenaarsgezel. Tijdens de Schmalkaldische Oorlog week hij uit naar Hongarije; destijds omvatte dat land ook delen van wat nu Oostenrijk respectievelijk Slowakije is.
In verband met de contrareformatie vluchtte Veit Bach (die protestant was) vervolgens naar het in Thüringen gelegen Wechmar. Daar was hij werkzaam als molenaar, en ook als bakker (een toentertijd voor de hand liggende combinatie). Volgens aantekeningen van zijn achter-achterkleinzoon Johann Sebastian Bach bespeelde hij als tijdverdrijf de cythringen, een soort luit.
Veit Bach had een broer, Caspar Bach (ca. 1570-1642), die stedelijk fluitspeler was in Gotha en Arnstadt.
Van Veits twee zoons heette de oudste Johannes Bach (ca. 1580-1626); deze was musicus en tapijtmaker in Wechmar. De jongste zoon was Philippus ("Lips") Bach (1590-1620).
Het huis waar Veit Bach woonde, is tegenwoordig het museum Bach-Stammhaus.