

Verkeer is de verplaatsing van mensen, planten, dieren en objecten, bijvoorbeeld wegverkeer, spoorwegverkeer, andere verplaatsing over land, en verplaatsing van schepen en vliegtuigen; ook communicatie met dataverkeer en bijvoorbeeld radiogolven worden ertoe gerekend.
Bij fysiek verkeer kan men onderscheiden: mensen die zichzelf verplaatsen met of zonder vervoermiddel (en dieren die zich verplaatsen) en mensen en goederen die vervoerd worden (met een vervoermiddel, of bijvoorbeeld een kind dat door een ouder wordt gedragen). De verplaatsingen gebeuren veelal op een speciaal daarvoor bestemde infrastructuur, zoals auto-, spoor- en waterwegen. Ook pijpleidingen, kabels en glasvezelverbindingen kunnen aangemerkt worden als verkeersinfrastructuur. In het dagelijkse taalgebruik wordt met verkeer meestal het wegverkeer bedoeld.
Indien het verkeer stagneert door een te groot verkeersvolume ten opzichte van de actuele mogelijkheden van de infrastructuur, dan is er sprake van congestie. Op het autowegennet wordt dit filevorming genoemd; op het spoorwegennet heet dit vertraging.
Het vakgebied dat zich met verkeer bezighoudt, wordt verkeerskunde genoemd.
Een verkeersongeval is een ongewenste gebeurtenis in het verkeer waarbij een of meer weggebruikers betrokken zijn en waarbij schade kan optreden aan voertuigen en (verkeers)infrastructuur, maar ook slachtoffers kunnen vallen. Oorzaken zijn onder meer menselijke fouten, technische defecten, weersomstandigheden en infrastructuurproblemen. Verkeersongevallen vormen wereldwijd een belangrijke maatschappelijke en economische problematiek. In 2018 vielen er 678 doden in het verkeer in Nederland, in 2019 waren dat er 661, in 2021: 582, in 2022: 745.
Ongewenste bijproducten van verkeer kunnen zijn:
In telecommunicatie heeft de term verkeer de volgende betekenissen: