| Viola epipsila | ||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||||
| Viola epipsila Ledeb. (1820) | ||||||||||||||||||
| Viola epipsila, habitus | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
Viola epipsila is een soort uit de viooltjesfamilie (Violaceae), die vooral te vinden is in veengebieden in Noord-Europa.
De plant lijkt zeer sterk op het algemenere moerasviooltje.
De botanische naam Viola is Latijn voor 'purperen bloem'.
Viola epipsila is een overblijvende, kruidachtige plant met een 8 tot 15 cm lange, opgerichte, onbehaarde bloemstengel. Hij plant zicht voort met een dunne, kruipende wortelstok. De fijn getande, hartvormige bladeren staan in een wortelrozet en zijn enkel aan de onderzijde op de nerven licht behaard.
De bloemen zijn 1,5 tot 2 cm groot, lichtpaars of wit en zwakgeurend. De bloemlip is paars geaderd. Er is een spoor aanwezig. De schutblaadjes bevinden zich boven het midden van de stengel, in tegenstelling tot die bij het moerasviooltje, die ongeveer in het midden van de stengel zijn ingeplant. V. epipsila bloeit van mei tot juni.

De vrucht is een 1 mm lange doosvrucht.
V. epipsila kan onderscheiden worden van moerasviooltje door de iets langere bloemstengel, de hoger op de stengel geplaatste schutblaadjes, en de licht behaarde nerven op de onderzijde van de bladeren. Beide soorten komen voor in dezelfde biotopen.
V. epipsila komt vooral voor in veengebieden, moerassen, vochtige bossen en beekoevers.
Het verspreidingsgebied strekt zich uit over Rusland, Finland, Scandinavië en in het noorden van de Verenigde Staten. De soort wordt als een relict uit de laatste ijstijd beschouwd.