| Vulkoprin | ||||
|---|---|---|---|---|
| Locatie | ||||
| Adres | Tielt, België | |||
| Industrie en producten | ||||
| Industrie(ën) | intern transport; achtbanen | |||
| Producten/ |
zwaarlast (zwenk)wielen, technische vormstukken | |||
| Status en tijdlijn | ||||
| Oprichting | 1964 | |||
| Bedrijfsstructuur | ||||
| Rechtsvorm | naamloze vennootschap | |||
| Aantal werknemers | 84 (2014) 130 (2025) | |||
| Aantal vestigingen | 2 (Tielt, België; Minden, Duitsland) | |||
| Financiën | ||||
| Omzet/jaar | 15 miljoen euro (2014) 25,5 miljoen euro (2025) | |||
| ||||
Vulkoprin is een familiebedrijf in het West-Vlaamse Tielt dat hoogwaardige wielen en technische vormstukken produceert voor industrieel intern transport, achtbanen, en op maat gemaakte toepassingen.
Het hoofdbestanddeel van Vulkoprins producten is polyurethaan, een elastomeer waarvan de meest gebruikte variant het gepatenteerde Vulkollan is.
Vulkoprin ontstond in 1964, toen een West-Vlaamse textielindustrieel een licentie kocht op de Vulkollan-formule van Bayer (later Covestro). Deze industrieel zou vanuit een garage in het centrum van Tielt een zaak van kunststofonderdelen voor zijn zoon begonnen zijn.
Om de toenemende groei van het bedrijf te faciliteren, verhuisde Vulkoprin in 1972 naar de Herderstraat in Tielt. In 1973 opende het bedrijf zijn eerste internationale vestiging in Minden, Duitsland.
In die beginperiode werkte Roger Maes er als onafhankelijke boekhouder; hij zag groeipotentieel en nam samen met drie anderen het bedrijf in 1974 over via een managementbuy-out. In 1991 nam Maes alle aandelen over. Tegen die tijd waren ook de kinderen actief in het bedrijf, waaronder Jan Maes, die op dat moment zijn rol als aankoper inruilde voor die van CEO en zo aan het hoofd kwam te staan van de tweede generatie van wat inmiddels een familiebedrijf was geworden.
De productiecapaciteit werd stapsgewijs uitgebouwd met onder andere een eerste gietlijn in 1980 en een eerste CNC in 1985. Datzelfde jaar produceerde Vulkoprin de eerste wielen en materialen voor de rollercoastermarkt. In 2007 introduceerde het bedrijf het eerste automatisch geleide voertuig, een geautomatiseerd transportsysteem dat destijds de logistieke sector transformeerde. Binnen Vulkoprin zorgde het voor hogere efficiëntie en automatisering binnen magazijnen en productiefaciliteiten. Anno 2015 behoorde Vulkoprin tot de wereldwijde top vijf van producenten van hoogtechnologische kunststofwielen voor heftrucks, machines en rollercoasters.
Jan Maes droeg in 2021 de leiding over aan dochter Leen Maes (1986) die sindsdien de derde generatie leidt.
Vulkoprin ontwerpt en produceert diverse polyurethanen voor technische toepassingen, zoals hoogwaardige wielen, geleiderollen, banden en technische vormdelen. Het onder licentie van Covestro (voorheen Bayer) geproduceerde Vulkollan is de belangrijkste. Het is een elastisch materiaal met hoog draagvermogen, lage slijtage en hoge scheurweerstand en staat te boek als benchmark voor zwaarlastwielen en -zwenkwielen.

Vulkoprins producten bestaan vooral uit wielen in polyurethaan voor industriële toepassingen, waarbij draagvermogen en vormvastheid belangrijke criteria zijn. Ze produceren onder andere voor het interne transport in industrieën, zoals loopwielen in machines en wielen voor vorkheftrucks en automatisch geleide voertuigen.
Voorts produceert het bedrijf wielen voor rollercoasters. In 2014 reed meer dan 70 procent van de rollercoasters in Europese pretparken op wielen van Vulkoprin en in 2025 reden alle rollercoasters in de Benelux op door Vulkoprin geproduceerde wielen. Een voorbeeld hiervan is Vogel Rok in de Efteling.
Ook draagt Vulkoprin bij aan op maat gemaakte toepassingen. Een voorbeeld is de 'Kiwheel', een wielconcept ontwikkeld aan de Nieuw-Zeelandse Universiteit van Auckland, waarbij in plaats van een rubberen band noppen ('inserts') van polyurethaan op de velgen geplaatst zijn, met als doel grip te hebben zonder risico op een klapband en bij schade of slijtage alleen de noppen te hoeven vervangen in plaats van een complete band. Het voertuig wordt gebruikt voor racen op de zoutvlakte van het Australische Gairdnermeer, dus de elasticiteit van de noppen helpt tevens bij het loslaten van het zout dat eventueel blijft kleven.