De Werkgroep Middelnederlandse Artesliteratuur (WEMAL) was een wetenschappelijke werkgroep om het onderzoek op het gebied van artesliteratuur te stimuleren en artesteksten voor een breed publiek toegankelijk te maken.

Artesteksten zijn instructieve teksten die bedoeld zijn om kennis over te dragen (ook bekend als wetenschaps- of vakliteratuur) en mede hierdoor een belangrijke bron van informatie over de leef- en denkwereld van de Middeleeuwen. In de Middeleeuwen werden deze artesteksten ondergebracht in drie categorieën: artes liberales (de vrije kunsten), artes mechanicae (het handwerk) en artes magicae (tovenarij en waarzegkunsten). Ze handelen over uiteenlopende zaken als grammatica, astronomie, biologie, architectuur, geneeskunde, zeevaart, landbouw, aardrijkskunde, alchemie, magie en een groot aantal andere onderwerpen.
Artesteksten kunnen vanuit verschillende disciplines en invalshoeken worden bestudeerd. Zowel medioneerlandici, historici, medici, medisch historici, wetenschapshistorici, wiskundigen, sociologen, codicologen als andere, al dan niet beroepsmatig geïnteresseerden, houden zich met artesonderwerpen bezig.
WEMAL werd in 1999 opgericht door Orlanda Lie, Erwin Huizenga en Lenny Veltman.
Toen in 1989 het monumentale Repertorium van de Middelnederlandse artesliteratuur van hoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel en grondlegster van het Middelnederlandse artesonderzoek Ria Jansen-Sieben verscheen, nam de belangstelling voor Middelnederlandse artesliteratuur langzaam maar gestaag toe. Er werden proefschriften geschreven gewijd aan de Middelnederlandse artesliteratuur (Annelies van Gijsen, Utrecht 1989; Erwin Huizenga, Groningen 1997; Veerle Fraeters, Leuven 1999) en er verscheen een belangwekkend compendium van Middelnederlandse magische teksten van de Gentse onderzoeker Willy L. Braekman (1997). Deze ontwikkeling kreeg met de oprichting van WEMAL een belangrijke impuls. In 2014 bestond WEMAL uit een honderdtal leden uit verschillende vakgebieden. Zij wisselden ideeën uit, vormden subgroepen die publicaties voorbereidden en werkten aan tekstuitgaven die het Middelnederlandse artesonderzoek nieuwe impulsen gaven. Voor de publicaties die onder de vleugels van WEMAL ontstonden, werd een nieuwe reeks gestart: Artesliteratuur in de Nederlanden.
Vanaf 1999 verzorgde WEMAL een aantal (populariserende) publicaties in de vorm van monografieën, bloemlezingen, (digitale) edities met woordverklaringen en vertalingen, aanvullingen op het Repertorium van de Middelnederlandse artesliteratuur en de artesbibliografie (tot en met 2020). In de reeks Artesliteratuur in de Nederlanden was er onder meer aandacht voor de Middelnederlandse encyclopedische traditie, de maatschappelijke context van Middelnederlandse chirurgische verhandelingen, de overdracht van geleerde (Latijnse) kennis in de Middelnederlandse vrouwengeneeskunde (Liber Trotula en de Secreta Mulierum) en interdisciplinaire samenwerking (zie Bibliografie).
Vanuit WEMAL werden ook initiatieven genomen om de wisselwerking tussen onderzoek en onderwijs te bevorderen en academische kennis toegankelijk te maken voor een breed publiek. Speciale onderzoekcolleges stelden studenten in de gelegenheid hun onderzoeksresultaten samen met wetenschappers uit binnen- en buitenland aan een breed publiek te presenteren in de vorm van, bijvoorbeeld, tentoonstellingen (2001 en 2005) en een eendaagse handschriftententoonstelling met symposium in samenwerking met de vooraanstaande Amerikaanse mediëvist-historica Monica Green (2007). Ook werden masterscripties over de Middelnederlandse vrouwengeneeskunde uitgewerkt tot digitale edities en publicaties (J. Hulsker en B. Glas).
In 2025 kwam er na 25 jaar een eind aan de activiteiten van WEMAL.
De WEMAL-website wordt gearchiveerd en duurzaam opgeslagen door de KB Webarchivering. De archiefversie van WEMAL blijft raadpleegbaar via de website van de Koninklijke Bibliotheek. De digitale edities die vervaardigd zijn door WEMAL blijven beschikbaar via het Huygens Instituut, de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL) en het Instituut voor de Nederlandse Taal (INT).