Walter Dobberke

Walter Dobberke
Algemene informatie
Geboren 15 augustus 1906
Sonneburg
Overleden juli 1945
Poznań
Doodsoorzaak Difterie
Nationaliteit Duitse
Geboorteland Vlag van Duitse Keizerrijk Duitse Keizerrijk
Beroep politieagent, Gestapo-agent
Bekend van leiding over de Jüdischer Fahndungsdienst
Overig
Lid van Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP)
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

Walter Dobberke (Sonneburg, 15 augustus 1906 – Poznań, juli 1945) was een Duitse nationaalsocialist en Gestapo-agent. Tijdens de Tweede Wereldoorlog gaf hij leiding aan een door de Gestapo ingestelde opsporingsdienst van Joodse informanten ('Jüdischer Fahndungsdienst') die als taak had om ondergedoken Joden op te sporen.

Na de Tweede Wereldoorlog ontvluchtte hij Berlijn, maar werd gearresteerd door de Sovjet-geheime politie. Hij overleed in juli 1945 in een Sovjetkrijgsgevangenenkamp in Poznań.

Levensloop

Walter Dobberke werd geboren op 15 augustus 1906 in Sonneburg. Hij was de zoon van Anna en Hermann Dobberke. Zijn vader was gevangenisbewaker, vermoedelijk bij de lokale gevangenis.

Nadat Dobberke de lagere school had afgerond volgde hij een opleiding tot elektricien. Na het vak twee jaar te hebben uitgevoerd, waarvan een jaar in Berlijn, maakte hij de overstap naar de politie. In oktober 1925 begon hij met een eenjarige politieopleiding in Brandenburg an der Havel. Vervolgens vertrok hij naar Berlijn waar hij twaalf jaar voor de geüniformeerde politie werkte. In 1932 trouwde hij met Elisabeth Gerber; het huwelijk bleef kinderloos.

Nationaalsocialisme

Bürohaus Börse aan de Burgstraße. (1913) Hier zat van 1941 tot en met 1943 de Afdeling Joodse Zaken (Judenreferat) van de Gestapo. Joodse arrestanten werden hier opgesloten en gefolterd.

Op 1 mei 1937 werd hij lid van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) en trad toe tot de Schutzstaffel (SS). Datzelfde jaar startte hij met zijn tweejarige loopbaan als wijkagent bij de Nationalsozialistischen Volkswohlfahrt (NSV), een vereniging die aan de NSDAP was gelieerd. Begin 1938 werkte Dobberke op het hoofdkwartier van de Berlijnse Gestapo. Aldaar werkte Dobberke bij de centrale kaartendienst en was verantwoordelijk voor zaken omtrent homoseksualiteit.

Vanaf januari 1939 werkte hij bij de afdeling 'Confiscatie van Bezittingen' waar hij zich opwerkte tot hoofdinspecteur. In december van dat jaar begon hij als Kriminal-Oberassistent bij de Berlijnse afdeling van de Gestapo.

Toen in oktober 1941 de deportaties van Joden uit Berlijn startten, viel hij onder de Afdeling Joodse Zaken (Judenreferat) van het Reichssicherheitshauptamt (RSHA). Hij werkte in het doorgangskamp aan de Levetzowstraße in Berlijn-Moabit dat was ingericht in een synagoge. Vanuit het kamp werden personen gedeporteerd naar het getto van Litzmannstadt, het getto van Minsk en andere locaties in bezet gebied in de Baltische staten en het Generaal-Gouvernement. Dobberke begeleidde enkele van de transporten doorheen gebieden in Centraal- en Oost-Europa die door nazi-Duitsland waren bezet.

Große Hamburger Straße

In juni 1942 kreeg Dobberke de leiding over een nieuw doorgangskamp dat was opgericht in een voormalig bejaardentehuis aan de Große Hamburger Straße in Berlijn. Vanuit dit kamp werden met name ouderen naar Theresienstadt gedeporteerd. Van de ruim 50.000 personen die vanuit Berlijn werden gedeporteerd, gingen er 22.000 via het kamp aan de Große Hamburger Straße. Vanaf het voorjaar van 1943 was dit het enige doorgangskamp in Berlijn voor deportaties naar Theresienstadt en Auschwitz. Dobberke organiseerde de ophalingen, de samenstelling van de transportlijsten en het transport. Personen die waren opgepakt werden soms persoonlijk door Dobberke gefouilleerd en bij het vertrek van de transporten was hij aanwezig op het station. Begin 1944 verhuisde het doorgangskamp naar een Joods ziekenhuis aan de Schulstraße.

Jüdischer Fahndungsdienst

In de doorgangskampen gaf hij leiding aan een door de Gestapo ingestelde opsporingsdienst van Joodse informanten ('Jüdischer Fahndungsdienst') die als taak had om ondergedoken Joden op te sporen. Personen die meewerkten met de Gestapo kregen enkele privileges, waaronder het niet hoeven dragen van een Jodenster, voldoende voedsel, een identiteitskaart van de Gestapo, een vrijstelling van deportatie en een bonus van 200 Reichsmark per gearresteerd persoon.

Dobberke was voortdurend bezig om nieuwe personen te rekruteren voor de opsporingsdienst. Om personen over te halen, bood hij hen aan om hen en hun familie vrij te stellen van transport of hen naar een 'veiliger' kamp zoals Theresienstadt te deporteren. Theresienstadt werd gepresenteerd als plek waar met name ouderen en oorlogsveteranen naartoe werden gestuurd. Onder meer Stella Goldschlag werd door Dobberke overgehaald om voor de opsporingsdienst te werken. Zij maakte, samen met haar echtgenoot Rolf Isaaksohn, mogelijk honderden slachtoffers.

Vlucht en overlijden

Midden april 1945 moest het kamp aan de Schulstraße gesloten worden. Op 21 april riep Dobberke alle overgebleven gevangenen samen en tekende persoonlijk hun vrijlatingspapieren. Hij ontvluchtte Berlijn, maar werd op 9 mei 1945 gearresteerd door de Sovjet-geheime politie. Hij werd opgepakt in een vluchtelingenkamp nabij Pichelsdorf toen hij probeerde naar de Westerse militaire bezettingszone te vluchten. Zijn verblijfplaats was verraden door twee voormalige gevangenen. Na zijn arrestatie werd hij naar een Sovjetkrijgsgevangenenkamp in Poznań overgebracht. Hij stierf aldaar aan difterie in juli 1945.