Walter Schellenberg

Walter Schellenberg
Walter Schellenberg
Walter Schellenberg
Geboren 16 januari 1910
Saarbrücken, Koninkrijk Pruisen, Duitse Keizerrijk
Overleden 31 maart 1952
Turijn, Italië
Rustplaats Cemetery Commune de la Grande Croce Turin, Turijn (provincie), Italië
Religie Katholiek tot april 1937, kerkuittreding daarna Gottgläubig
Land/zijde Vlag van nazi-Duitsland nazi-Duitsland
Onderdeel Allgemeine-SS
Sicherheitspolizei
Waffen-SS
Dienstjaren 1934 - 1945
Rang
SS-Brigadeführer en Generalmajor in de Waffen-SS en de politie
Eenheid Gestapo
1935 - 1 januari 1937
Bevel I/11/SD Hauptamt
Staatspolizeistell Dortmund
27 september 1939 -
31 oktober 1939
Gruppe IV E/RSHA
12 juni 1940 -
1 juli 1941
Amt VI/Ausland-SD/RSHA
24 februari 1943 -
29 april 1945
Amt Mil./Ausland/Abwehr/RHSA
1 augustus 1944 -
29 april 1945
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Onderscheidingen Zie decoraties
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

Walter Friedrich Schellenberg (Saarbrücken, 16 januari 1910 – Turijn, 31 maart 1952) was een Duitse SS-Brigadeführer en Generalmajor in de Waffen-SS en werkzaam bij het Reichssicherheitshauptamt op Amt III (Sicherheitsdienst).

In 1939 was Schellenberg betrokken bij het Venlo-incident. Een aantal dagen na het Venlo-incident werd Schellenberg onderscheiden met het IJzeren Kruis 1e en 2e klasse. In datzelfde jaar was Schellenberg verantwoordelijk voor de totstandkoming van het spionagebordeel Salon Kitty.

Schellenberg stelde in 1940 de Sonderfahndungliste GB op. Op deze lijst, ook wel het zwarte boek genoemd, stonden 2.820 namen van Britse personen en Europese bannelingen, die naar het Verenigd Koninkrijk waren gevlucht. Al deze personen moesten direct na het slagen van Operatie Seelöwe worden gearresteerd of uitgeschakeld.

In mei 1941 organiseerde Schellenberg de uitvoering van het akkoord tussen Reinhard Heydrich, chef van het Reichssicherheitshauptamt, en generaal Wagner, betreffende de inzet van de Einsatzgruppen. In 1942 volgde hij Heinz Jost op als hoofd van Amt VI (Buitenlandse inlichtingen) van het Reichssicherheitshauptamt.

Op 21 juli 1944 werd Schellenberg bevorderd tot SS-Brigadeführer und Generalmajor der Polizei. Hij werd aan de staf van Heinrich Himmler toegevoegd en werd diens vertrouwensman. In februari, maart en april 1945 organiseerde hij geheime ontmoetingen tussen Himmler en graaf Folke Bernadotte, de vicedirecteur van het Zweedse Rode Kruis. Deze gesprekken dienden om een afzonderlijke vrede tussen de Westerse geallieerden en Duitsland te bewerkstelligen. Ze liepen op niets uit omdat het Westen weigerde zaken te doen met Himmler, die medeverantwoordelijk was voor de genocide op de Joden en alleen een onvoorwaardelijke overgave van Duitsland wilde accepteren.

Schellenberg werd in juni 1945 gearresteerd. Tijdens zijn gevangenschap schreef hij zijn memoires. Een militair tribunaal in Neurenberg veroordeelde hem in 1949 tot een gevangenisstraf van zes jaar, maar om gezondheidsredenen werd hij al in 1951 vrijgelaten. Coco Chanel, die na de bevrijding van Parijs naar Zwitserland was gevlucht, stelde Schellenberg financieel in staat met zijn vrouw in Zwitserland te verblijven. Nadat hij door de Zwitserse autoriteiten was uitgewezen, vestigde hij zich onder de naam Louis Kowalki te Pallanza. Ook zijn behandeling van een leverkwaal werd door Chanel betaald. Schellenberg overleed een jaar na zijn vrijlating aan de gevolgen van kanker.

Privéleven

Nadat hij op 2 februari 1938 toestemming kreeg trouwde Schellenberg op 25 mei 1938 met Käthe Kortekamp (geboren 1907 in Bonn). Hij scheidde op 31 december 1939 van haar, en hertrouwde op 10 oktober 1940 met Irene Grosse-Schönepauck (geboren 1919); het echtpaar kreeg drie kinderen: een zoon en twee dochters.

Carrière

Schellenberg bekleedde verschillende rangen in zowel de Allgemeine-SS als Waffen-SS. De volgende tabel laat zien dat de bevorderingen niet synchroon liepen.

Datums Allgemeine-SS Politie Overheid Waffen-SS
1 april 1933SS-Anwärter
—
—
—
10 januari 1934SS-Mann
—
—
—
17 oktober 1934SS-Sturmmann
—
—
—
15 januari 1935SS-Rottenführer
—
—
—
15 mei 1935SS-Unterscharführer
—
—
—
9 november 1935SS-Scharführer
—
—
—
13 september 1936SS-Oberscharführer
—
—
—
1 januari 1937
—
—
Regierungsassessor
—
13 april 1937
(met ingang van 20 april 1937)
SS-Untersturmführer
—
—
—
Midden 1937
—
—
Regierungsrat
—
22 januari 1938
(met ingang van 30 januari 1938)
SS-Obersturmführer
—
—
—
30 augustus 1938
(met ingang van 1 augustus 1938)
SS-Hauptsturmführer
—
—
—
30 januari 1939SS-Sturmbannführer
—
—
—
29 september 1939
—
—
Oberregierungsrat
—
1 september 1941SS-Obersturmbannführer
—
—
—
1942
—
—
Ministerialrat
—
21 juni 1942
(op direct bevel van Himmler bevorderd)
SS-Standartenführer
—
—
—
15 juni 1943
(met ingang van 21 juni 1943)
SS-Oberführer
—
—
—
28 oktober 1943
—
Oberst der Polizei
—
—
23 juni 1944
(met ingang van 21 juni 1944)
SS-Brigadeführer
—
—
—
1 december 1944
—
Generalmajor in de politie
—
Generalmajor in de Waffen-SS
4 mei 1945
—
—
Gesandter
—

Lidmaatschapsnummers

Decoraties

Bibliografie