Walvisstranding

Een groep aangespoelde walvissen (omstreeks 1940).
Aangespoelde walvissen in Nieuw-Zeeland.

Een walvisstranding is het individueel of groepsgewijs stranden van walvisachtigen (Cetacea) op kusten of soms in riviermondingen. De bekendste zijn strandingen van de bultrug, griend, bruinvis en de potvis. De oorzaken van walvisstrandingen zijn nog steeds onvoldoende opgehelderd. In sommige gevallen zijn de dieren al dood of zwaargewond en is er eerder sprake van aanspoelen.

Aan de Nederlandse Noordzeekust zijn het vooral bruinvissen die stranden, 98% van het totaal.

Mogelijke redenen voor strandingen zijn:

Sinds het einde van de zestiende eeuw zijn potvissen gestrand in de Noordzee. Deze traden met name op in de wintermaanden tussen november en februari in de periode van de mannelijke zuidmigratie.

Eenmaal gestrand, worden vooral grote walvissen verpletterd door hun eigen lichaamsgewicht als ze niet op tijd in het diepere water teruggezet kunnen worden. Bovendien is de regulering van de lichaamstemperatuur in een gestrande walvis onderbroken en bestaat er een risico op oververhitting of zelfs spontane ontploffing.

Zie de categorie Walvisstranding van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.