| Warschauschild | ||||
|---|---|---|---|---|
Het Warschauschild. | ||||
| Uitgereikt door | ||||
| Type | Ereteken | |||
| Bestemd voor | Wehrmacht- en Waffen-SS-personeel | |||
| Uitgereikt voor | Gediend tijdens de Opstand van Warschau | |||
| Status | In onbruik geraakt | |||
| Beschrijving | Zie ontwerp | |||
| Statistieken | ||||
| Instelling | 10 december 1944 | |||
| Totaal uitgereikt | Nooit uitgereikt | |||
| Volgorde | ||||
| Volgende (hoger) | Geen | |||
| Gelijkwaardig | Krimschild, Narvikschild, Demjanskschild | |||
| Volgende (lager) | Geen | |||
| ||||
Warschauschild (Duits: Kampfabzeichen für Warschau) was een Kampfabzeichen (gevechtsinsigne) dat op 10 december 1944 door Adolf Hitler werd ingesteld.
Het was een onderscheiding voor Wehrmacht- en Waffen-SS-personeel dat had deelgenomen aan het neerslaan van de Opstand van Warschau in 1944, tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Het schild werd ontworpen door Benno von Arent; het originele kunstwerk dat nog bestaat, bevestigt dit ontwerp. Het was 65 millimeter lang en 50 millimeter breed (gemeten vanaf de onderkant). Het betrof een bronskleurig schild met daarop een grote adelaar in Wehrmachts-stijl, met gevouwen vleugels, die een kronkelende slang vastgrijpt. Op de hals van de adelaar was een hakenkruis aangebracht, direct daaronder gevolgd door een smalle banderol met het opschrift WARSCHAU 1944.
De voor de productie benodigde matrijzen werden tijdens een bombardement vernietigd.
De kwalificatie voor de toekenning van het Warschauschild waren:
Zij die hadden gediend tijdens de Opstand van Warschau, tussen 1 augustus en 2 oktober 1944, kwamen in aanmerking voor het schild.
Heer/Waffen-SS:
|
Luftwaffe:
|
Het schild zou worden uitgereikt door de SS-Obergruppenführer en Generaal in de Waffen-SS en de politie Erich von dem Bach-Zelewski “in naam van de Führer”.
Op 9 januari 1945 werd in het Reichsgesetzblatt de instellingsbeschikking voor het Warschauschild gepubliceerd.
Het Warschauschild werd op de linkerbovenarm gedragen. De kleur van de achtergrond stof gaf aan tot welke militaire onderdeel de ontvanger behoorde:
Het schild kon ook worden gedragen op alle uniformen van de nazi-partij en de organen van de Duitse staat. Op burgerkleding mocht een gereduceerde uitvoering van het schild worden gedragen op het linker revers. Soldaten met meerdere schilden (het Krimschild, Narvikschild en Demjanskschild) droeg het oudste schild op zeven centimeter van de aanhechting van de linkermouw. Het tweede schild werd vlak daaronder gedragen. Leden van de SS droegen het schild boven de SS-adelaar, tenzij er meerdere schilden ontvangen waren, dan kon deze onder de adelaar gedragen worden.
Na 1945 verboden de geallieerde mogendheden het dragen van alle Duitse orden en onderscheidingen, ook die uit het Duitse Keizerrijk van vóór 1918. In de DDR bleef dit verbod van kracht. In de Bondsrepubliek Duitsland werd op 26 juli 1957 een wet ingevoerd die het dragen van onderscheidingen met nationaalsocialistische symbolen (zoals hakenkruizen of SS-runen) verbood. Dit gold ook voor het Warschauschild. Sommige onderscheidingen werden in een aangepaste, gedenazificeerde versie toegestaan.