Wegbeprijzing

Wegbeprijzing (Engels: road pricing) is een aantal diverse maatregelen, meestal van overheidswege, om automobilisten te laten betalen voor het gebruik van de weg. Dit is een aanvulling of alternatief voor reguliere belasting op het bezit van de auto, zoals de motorrijtuigenbelasting. In Nederland wordt vaak de term rekeningrijden gebruikt als verzamelnaam, maar dat is slechts een van de verschillende vormen van wegbeprijzing, zij het wel de bekendste. Waar in dit artikel automobilisten wordt geschreven, worden meestal ook motorrijders bedoeld.

Doelen

Redenen voor het invoeren van wegbeprijzing kunnen zijn:

In de laatste twee gevallen probeert de overheid het gedrag van automobilisten te veranderen. Door toepassing van het prijsmechanisme, eventueel met differentiatie van het tarief naar tijd, plaats en milieufactoren, verwacht men dat automobilisten op minder drukke tijden en plaatsen gaan rijden of kiezen voor schonere alternatieven: de fiets, het openbaar vervoer of carpoolen. Uit de praktijkervaringen in Londen en Stockholm is gebleken dat hoge tarieven nodig zijn om verkeerscongestie daadwerkelijk te verminderen. In Nederland is veel weerstand tegen verdere verhoging van de autokosten, daarom verwacht de Nederlandse overheid meer van variabilisatie van de autokosten. Uit theoretisch onderzoek blijkt namelijk dat gelijktijdige verlaging van de vaste autokosten en verhoging van de variabele autokosten door wegbeprijzing, kan leiden tot flinke afname van verkeerscongestie, luchtvervuiling en het aantal verkeersdoden, zonder lastenverzwaring voor de gemiddelde automobilist. Alternatieve maatregelen om het gebruik van de auto te beïnvloeden zijn onder meer carpoolstroken, milieustickers, een restrictief parkeerbeleid, belonen van spitsmijden en verhandelbare kilometerrechten.

Vormen

Er zijn verschillende uitvoeringsvormen van wegbeprijzing, die met elkaar gecombineerd kunnen worden:

In de laatste twee gevallen gaat het eigenlijk om eenvoudige vormen van elektronische tolheffing. Steeds vaker kunnen automobilisten kiezen tussen stickers en digitale vignetten.

Doelgroepen

Wegbeprijzing is in beginsel vaak bedoeld voor al het gemotoriseerde wegverkeer, maar gewoonlijk worden hogere tarieven gehanteerd voor zwaardere voertuigen. Bepaalde voertuigcategorieën worden soms vrijgesteld, meestal betreft dat auto's van hulpdiensten, soms ook motorfietsen en oldtimers.

Soms proberen overheden alleen specifieke doelgroepen te belasten, vaak gaat het dan om vrachtauto's en bussen, zoals bij Eurovignet. Niet alle doelgroepen laten zich apart behandelen. Zo wilde Duitsland tolvignetten verplicht stellen voor alleen buitenlandse automobilisten. Maar binnen de Europese Unie is deze discriminatie niet toegestaan, daarom is besloten toch alle automobilisten te belasten. In navolging van Zwitserland wilde Oostenrijk aan zijn landsgrenzen het autoverkeer controleren op tolvignetten, maar aan de binnengrenzen van de Europese Unie mogen automobilisten niet worden aangehouden. Daardoor was Oostenrijk aangewezen op controle met camera's in het hele land.

In de Nederlandse plannen voor wegbeprijzing werden buitenlandse automobilisten juist vrijgesteld, omdat zij moeilijk verplicht kunnen worden een voertuigapparaat te installeren in hun auto en wegens de moeizame invordering van verschuldigde bedragen.

Landelijke plannen in Nederland

Het Nederlandse ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft sinds 1989 diverse grootschalige plannen voor wegbeprijzing gehad. Sommige plannen bleven slechts ideeën, andere plannen waren ver ontwikkeld, maar tot invoering is het nooit gekomen, afgezien van Eurovignet voor het vrachtverkeer. Hieronder een overzicht van plannen die de pers hebben gehaald:

Al deze plannen ontmoetten veel weerstand uit de maatschappij. Fervente automobilisten vonden dat de auto opnieuw de melkkoe van de overheid dreigde te worden. Vooral de autolobby stond steeds klaar met kritiek. Daarnaast leverden privacywaakhonden kritiek dat de technologie voor wegbeprijzing te gemakkelijk kan worden misbruikt ten koste van de privacy van de automobilist. Overigens waren de bovengenoemde ministers van Verkeer en Waterstaat niet altijd grote voorstanders van de plannen die op hun ministerie werden ontwikkeld. Oud-ministers lieten zich soms kritisch uit over de plannen van hun opvolgers. Toch groeit het besef dat een vorm van wegbeprijzing onontkoombaar is, ook binnen de autolobby. Volgens een enquête in 2018/2019 is een meerderheid van de Nederlanders voorstander van het betalen per gereden kilometer in plaats van een vast bedrag per auto. Daarbij gaat de voorkeur uit naar een vast tarief per kilometer, onafhankelijk van plaats, tijd of CO2-uitstoot.