| Weigela | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Weigela ×fujisanensis | ||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
| Geslacht | ||||||||||||||||
| Weigela Thunb. (1780) | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
Weigela is een geslacht van twaalf soorten bladverliezende struiken uit de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae). Sommige botanici brengen het geslacht onder in de familie Diervillaceae.
Het geslacht is inheems in Oost-Azië, met name Japan en China, o.a. in Mantsjoerije. Cultivars worden veel aangeplant in parken. Weigela-soorten komen in de Benelux niet in het wild voor.
Het geslacht is vernoemd naar de Duitse wetenschapper Christian Ehrenfried Weigel (1748-1831).
De getande bladeren zijn 5–15 cm lang, ovaal tot langwerpig, en lopen uit in een spitse punt. De bloemen zijn 2–4 cm lang en wit, roze of rood (zelden geel). De bloeiperiode valt voor de meeste soorten in Nederland en België in mei en juni, soms tot in augustus. De vrucht bestaat uit een doosvrucht met vele kleine gevleugelde zaadjes.
Weigela-soorten zijn de waardplant van een aantal vlindersoorten. Zo hebben Cystidia couaggaria, Cystidia stratonice en Ladoga camilla Weigela coraeensis als waardplant. De bastaardsatijnvlinder (Euproctis chrysorrhoea) en de Melanchra adjuncta hebben Weigela florida als waardplant. Antheraea polyphemus en Marumba gaschkewitschii komen ook op Weigela-soorten voor. Garaeus-soorten komen op verschillende Weigela-soorten voor.
Het geslacht is heel populair in tuinen en parken, en er zijn dan ook veel cultivars in de handel. Een selectie: