Weird fiction

M.R. James, ca. 1900
H.P. Lovecraft in 1934

Weird fiction (letterlijke vertaling: bizarre fictie) is een subgenre van speculatieve fictie dat is ontstaan in de late 19e en vroege 20e eeuw. Weird fiction vermijdt of herinterpreteert op radicale wijze traditionele antagonisten uit bovennatuurlijke horrorfictie, zoals geesten, vampiers en weerwolven. Schrijvers van weird fiction, zoals China Miéville, gebruiken soms "het tentakel" om dit type literatuur te omschrijven. Een tentakel is een ledemaat dat ontbreekt bij de meeste monsters in de Europese gotische literatuur, maar vaak voorkomt bij de monsterlijke wezens die zijn gecreëerd door weird fiction-schrijvers zoals William Hope Hodgson, M.R. James, Clark Ashton Smith en H.P. Lovecraft.

Weird fiction probeert vaak zowel ontzag als angst op te wekken bij de fictieve creaties, waardoor schrijvers zoals Miéville Goethe parafraseerden door te zeggen dat weird fiction een gevoel van het numineuze oproept. Hoewel weird fiction vooral als historische beschrijving werd gebruikt voor werken tot en met de jaren 1930, beleefde het genre een heropleving in de jaren tachtig en negentig onder de noemer New Weird, dat tot in de 21e eeuw voortduurt.

Definities

John Clute definieert weird fiction als een term die "losjes wordt gebruikt om fantasy, bovennatuurlijke fictie en horrorverhalen te beschrijven die transgressief materiaal bevatten". China Miéville definieert het als "meestal, ruwweg, opgevat als een nogal ademloze en genrematig ongrijpbare macabere fictie, een duistere fantastische 'horror' plus 'fantasy' die vaak onconventionele buitenaardse monsters bevat (dus plus 'sciencefiction')". Jeffrey Andrew Weinstock bespreekt de oude weird fiction die in de late 19e en vroege 20e eeuw werd gepubliceerd en zegt: "Oude weird fiction gebruikt elementen van horror, sciencefiction en fantasy om de machteloosheid en onbeduidendheid van de mens te tonen binnen een veel groter universum bevolkt door vaak kwaadaardige machten en krachten die het menselijk vermogen om ze te begrijpen of te beheersen ver te boven gaan." Jeff en Ann VanderMeer beschrijven weird fiction niet als een genre, maar eerder als een literaire stijl of sfeer die doorgaans voorkomt binnen het horrorgenre.

Geschiedenis

Cover van Weird Tales, mei 1934

Hoewel de term weird fiction pas in de 20e eeuw opdook, wordt Edgar Allan Poe (1809-1849) vaak beschouwd als de pionier van dit genre. Lovecraft identificeerde Poe als de eerste auteur van een distinctief type bovennatuurlijke fictie, anders dan de traditionele gotische literatuur en latere beschrijvingen over de term hebben ook gesuggereerd dat Poe de eerste weird fiction-schrijver was. De Ierse schrijver Sheridan Le Fanu (1814-1873) wordt ook gezien als een van de eerste schrijvers die in dit subgenre werkte.

Literaire critici in de negentiende eeuw gebruikten soms de term weird om bovennatuurlijke fictie te beschrijven. Zo prees de Scottish Review in een artikel uit 1859 Poe, E.T.A. Hoffmann en Walter Scott door te stellen dat de drie schrijvers de "power of weird imagination" (kracht van een bizarre verbeelding) bezaten. Het Ierse tijdschrift Freeman's Journal beschreef in een recensie van Bram Stokers Dracula uit 1898 de roman als "wild and weird" (wild en bizar) en niet gotisch. Weinstock suggereerde dat er een periode van old weird fiction bestond die duurde van het einde van de 19e tot het begin van de 20e eeuw. S.T. Joshi en Miéville betoogden beiden dat er een periode van haute weird was tussen 1880 en 1940, toen auteurs die belangrijk waren voor weird fiction, zoals Arthur Machen en Clark Ashton Smith, hun werk publiceerden.

Aan het einde van de negentiende eeuw schreven een aantal Britse schrijvers die geassocieerd werden met de decadente beweging wat later bekend zou komen te staan als weird fiction. Tot deze schrijvers behoorden Arthur Machen, M.P. Shiel, graaf Eric Stenbock en R. Murray Gilchrist. Andere baanbrekende Britse weird fiction-schrijvers waren Algernon Blackwood, William Hope Hodgson, Lord Dunsany en M.R. James.

Het Amerikaanse pulptijdschrift Weird Tales publiceerde veel van dit soort verhalen in de Verenigde Staten van maart 1923 tot september 1954. De redacteur van het tijdschrift, Farnsworth Wright, gebruikte vaak de term weird fiction om het soort materiaal te beschrijven dat het tijdschrift publiceerde. De schrijvers die voor het tijdschrift Weird Tales schreven, worden daarom nauw geassocieerd met het subgenre weird fiction, met name H.P. Lovecraft, Clark Ashton Smith, Fritz Leiber en Robert Bloch. Andere pulptijdschriften die weird fiction publiceerden, waren onder andere Strange Tales (onder redactie van Harry Bates) en Unknown Worlds (onder redactie van John W. Campbell).

H.P. Lovecraft populariseerde de term weird fiction in zijn essay Supernatural Horror in Literature. Hoewel Lovecraft een van de weinige schrijvers uit het begin van de 20e eeuw was die zijn werk als weird fiction beschreef, heeft de term een hedendaagse heropleving gekend in de New Weird-fictie. Veel horrorschrijvers hebben zich ook binnen de weird-traditie geplaatst, waaronder Clive Barker, die zijn fictie als "fantastique" beschrijft en Ramsey Campbell, wiens vroege werk beïnvloed werd door Lovecraft.

Zie ook