| Wijnrode boleet | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Wijnrode boleet | ||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||
| Xerocomus ripariellus' Redeuilh (1997) | ||||||||||||||
| Synoniemen | ||||||||||||||
|
Boletus ripariellus | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
De wijnrode boleet (Xerocomus ripariellus) is een schimmel behorend tot de familie Boletaceae. De in de bodem groeiende ectomycorrhiza-schimmel leeft samen met loofbomen zoals berk (Betula), populier (Populus), wilg (Salix) en soms ook eik (Quercus). Hij komt voor op vochtige tot natte plaatsen zoals greppels en slootkanten. Soms tussen mos in berkenbroekbos.
De hoed is tot 6 cm in diameter, aanvankelijk halfbolvormig, daarna convex. Het oppervlak is lichtrood, karmijnrood, donkerrood, of roodbruin, met de leeftijd vaak verkleurend tot abrikoos. De hoedhuid is eerst grof viltig-onregelmatig bobbelig, al snel meer craquelé, waarbij het gele hoedvlees zichtbaar wordt. Dit is bij droogte al het geval bij jonge vruchtlichamen.
De buisvormige poriën zijn lichtgeel tot goudgeel of groengeel, na kneuzing blauw. Buisvormige poriën, die ook blauw worden als ze worden geplet.
De steel is cilindrisch, naar de voet sterk versmallend. De huid is aangedrukt vezelig, aan de top is de huid geel of roodgeel gekleurd, daaronder rood tot karmijnrood. Vaak geel tot aan de basis witachtig verkleurend met de leeftijd.
Het vlees is wit tot bleekgeel in de hoed, rood in de steelschors en voet. Bij aansnijden sterk blauw verkleurend in het middelste deel van de steel.
Geur en smaak zijn onduidelijk.
De hoedhuid gemaakt van vrij korte hyfen. Hun terminale cellen zijn 5,7 tot 17,1 µm groot en zwellen op tot 35 µm op bij oudere vruchtlichamen.
De sporen meten 11-15 × 4-5,5 µm en zijn subtiel overlangs gestreept.
Door zijn karmijnrode hoed vertoont de zwam sterke gelijkenis met de vrij algemene rode boleet (Xerocomus rubellus), maar de vruchtlichamen van de wijnrode boleet zijn meestal wat kleiner. De standplaats is veel vochtiger. Verder is het hoedoppervlak van de wijnrode boleet onregelmatig bobbelig en met barstjes terwijl de rode boleet vlak en regelmatig is zonder barstjes. Microscopisch onderscheidt hij zich door de hoedhuidcellen die zwellen en de gestreepte sporen.
De soort komt in Europa wijdverspreid voor, en ook in Rusland en Nieuw-Zeeland. In België en Nederland is hij matig algemeen.