| Willem Beck | ||||
|---|---|---|---|---|
| Algemene informatie | ||||
| Geboren | Enschede, 3 september 1919 | |||
| Overleden | 24 oktober 1998 | |||
| Nationaliteit | Nederlands | |||
| Beroep | neuroloog | |||
| Bekend van | Aanslag op het Amsterdams bevolkingsregister | |||
| ||||
Willem Beck (Enschede, 3 september 1919 – 24 oktober 1998) was een Nederlandse arts/neuroloog en verzetsdeelnemer tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij was betrokken bij de aanslag op het Amsterdamse bevolkingsregister in 1943. Hij en Cees Honig waren de enigen die actief aan de aanslag deelnamen en de oorlog overleefden.
Beck studeerde geneeskunde aan de Universiteit Utrecht. Hij was lid van het Utrechtsch Studenten Corps. Begin 1943 behaalde hij zijn doctoraalexamen. Kort daarna kwam hij, samen met zijn studiegenoot Honig, in contact met Johan Brouwer. Brouwer maakte deel uit van een groep binnen het kunstenaarsverzet, geleid door de beeldhouwer Gerrit van der Veen, die een aanslag voorbereidde op het Amsterdamse bevolkingsregister aan de Plantage Kerklaan in Amsterdam.
Beck en Honig werden gevraagd om tijdens de geplande actie de bewakers uit te schakelen met behulp van een verdovende injectie. Op de avond van 27 maart 1943 begaven zij zich, samen met de andere verzetsleden, vermomd als Nederlandse politiefunctionarissen naar het bevolkingsregister aan de Plantage Kerklaan in Amsterdam. Na het binnendringen van het gebouw dienden Beck en Honig de aanwezige bewakers een injectie Luminal toe, waardoor zij buiten bewustzijn raakten. De bewakers werden vervolgens gekneveld en in de tuin van Artis gelegd. Ondertussen stichtten de overige groepsleden brand en brachten explosieven aan. Na de aanslag werden alle verzetsleden opgepakt; ook Beck en Honig werden gearresteerd. Alle veertien daders werden op 18 juni 1943 berecht voor het SS- und Polizeigericht en ter dood veroordeeld. Mogelijk vanwege hun artsenstatus werd de straf voor Beck en Honig omgezet in vijftien jaar tuchthuisstraf. Ze werden gedeporteerd naar het concentratiekamp Dachau. Zowel Beck als Honig overleefden de ontberingen. De twaalf andere veroordeelden waren op 1 juli 1943 gefusilleerd.
Willem Beck trouwde 25-5-1946 met Adriana Wildeboer. Na de oorlog specialiseerde Willem Beck in Amsterdam tot zenuwarts-neuroloog. In 1950 promoveerde hij aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Thrombose van de arteria carotis. In 1952 vestigde hij zich in zijn geboortestad Enschede, waar hij de zenuwarts-praktijk van zijn vader D.J. Beck (1882-1971) overnam. Beck senior was in 1919 de eerste zenuwarts te Enschede geweest. Beck junior speelde in 1953 meteen een belangrijke rol in de start van de neurochirurgie in Enschede. Met de vestiging van Gerard Johan Hoytema beschikte Enschede over de eerste neurochirurg ter stede, die verbonden was aan beide Enschedese ziekenhuizen destijds. Minstens zo belangrijk was de rol van Beck in de totstandkoming van de specialistische opleiding voor neurologen in Enschede, waarvoor hij bij besluit van de KNMG in maart 1977 de erkenning kreeg. September 1984 ging Beck met pensioen.
Willem Beck was een man die respect afdwong; niet alleen door zijn verzetsverleden, waar hij overigens zelden over sprak. Als eerste neuroloog-opleider in Enschede genoot hij aanzien. Hij was een ingetogen arts, met goede mensenkennis en oog voor de mens achter de patiënt. Zijn bescheidenheid blijkt in zekere zin ook uit het feit dat hij tot op hoge leeftijd in Enschedese ziekenhuiskringen bekend stond als Beck jr. Een titel waar hij nimmer tegen protesteerde. Willem Beck overleed in 1998, op 79-jarige leeftijd.