| Willem Hofdijk | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonsgegevens | ||||
| Geboortedatum | 27 juni 1816 | |||
| Geboorteplaats | Alkmaar | |||
| Overlijdensdatum | 29 augustus 1888 | |||
| Overlijdensplaats | Arnhem | |||
| Geboorteland | Nederland | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Beroep | dichter, schrijver, docent | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Jaren actief | 1831 – 1888 | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Werken in collectie | Museum Arnhem, CODA Museum, Stadskasteel Zaltbommel, Elisabeth Weeshuis Museum, Nationaal Museum Paleis het Loo, Stedelijk Museum Alkmaar | |||
| Links | ||||
| Dbnl-profiel | ||||
| RKD-profiel | ||||
| ||||

Willem Hofdijk (Alkmaar, 27 juni 1816 – Arnhem, 29 augustus 1888) was een Nederlands dichter en schrijver. Hij noemde zich Willem Jacobs(zoon) Hofdijk en publiceerde als W.J. Hofdijk. Hij wordt in de literatuur ook vermeld als Willem Jacob Hofdijk.
Willem Hofdijk was een zoon van goud- en zilversmid Jacob Hofdijk en Margaretha van Thiel. Hij verloor op eenjarige leeftijd zijn vader. Zijn moeder hertrouwde met een Salomon Sieuwerts, die de zaak van Hofdijk senior voortzette. Hofdijk werd aanvankelijk opgeleid tot zilversmid. Van 1835 tot 1839 was hij ondermeester in Heerhugowaard en Beusichem. In 1839 werd hij benoemd tot jongste klerk bij de gemeentesecretarie van Alkmaar. Op aanraden van de schilder Johannes Bosboom ontwikkelde Hofdijk zijn talent als landschapsschilder; hij kreeg in de periode 1847-1849 betaald verlof van de gemeente en volgde lessen bij Simon van den Berg en Christiaan Immerzeel in Haarlem. Hij nam deel aan de tentoonstellingen van Levende Meesters in Amsterdam (1848) en Den Haag (1849). Het Stedelijk Museum Alkmaar heeft twee bosgezichten van hem in de collectie.
Hofdijk hield zich naast zijn werk en het schilderen bezig met schrijven en dichten. In 1839 werd zijn gedicht Tegenklank in de Geldersche Volks-Almanak gepubliceerd. In datzelfde jaar debuteerde hij met een losse uitgave van zijn 'romantisch dichtstuk' Rosamunde bij de uitgeverij van J. Immerzeel jr.. Later volgde meer poëzie en proza en uitgaves over onder andere letterkunde en de geschiedenis van Kennemerland en Holland. Samen met Jacob van Lennep publiceerde hij de serie Merkwaardige kasteelen in Nederland (1852-1862). K. ter Laan noemde Hofdijk "een van de voornaamsten in de Ned. Romantiek". Hofdijk was lid van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap en vanaf 1852 lid van de Koninklijke Academie in Amsterdam.
Door bemiddeling van Jacob van Lennep en Joseph Alberdingk Thijm werd Hofdijk in 1851 aangesteld als leraar Nederlandse taal en letterkunde aan het Stedelijk Gymnasium Amsterdam. Hij werd in 1859 door koning Willem III benoemd tot officier in de Orde van de Eikenkroon. Bij zijn afscheid van het onderwijs in 1886 werd Hofdijk opnieuw koninklijk onderscheiden, Willem III benoemde hem tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en koning Leopold II van België benoemde hem tot ridder in de Leopoldsorde. Hij verhuisde in mei 1888 naar Arnhem, waar hij een paar maanden later overleed. Hij werd begraven in Rozendaal.