Wim Chamuleau

Wim Chamuleau
Wim Chamuleau in 1980
Wim Chamuleau in 1980
Algemene informatie
Volledige naam Willem Matheus Victor Chamuleau
Geboren 21 april 1939
Maastricht
Overleden 4 november 2009
Tilburg
Nationaliteit Vlag van Nederland Nederland
Beroep Onderwijzer, rector, onderwijskundige
Bekend van Eerste rector van het Ashram College
Portaal  Portaalicoon   Onderwijs

Wim Chamuleau (21 april 1939, Maastricht – 4 november 2009, Tilburg), was een Nederlands onderwijsdeskundige.

Eind jaren zestig kreeg hij landelijke bekendheid als de progressieve gedelegeerde en algemeen rapporteur van het pastoraal concilie. Chamuleau is echter het bekendst als de pionierende en spraakmakende rector onder wiens leiding het Ashram College in Alphen aan den Rijn in de zeventiger jaren uitgroeide tot een vlaggenschip van progressief middelbaar onderwijs in Nederland.

Levensbeschouwing

Chamuleau’s levensbeschouwing, gevormd door zijn rooms-katholieke opvoeding, bleef gedurende zijn leven richtinggevend voor zijn ambities en keuzes. Hij zag het katholicisme als “allesomvattend”.

In de jaren zeventig, toen de ontzuiling nog niet breed was aanvaard, leidde zijn open en inclusieve opvatting regelmatig tot spanningen met conservatieve katholieken. Tijdens zijn werkzaamheden als concilierapporteur ontwikkelde hij een filosofie die later de basis vormde van zijn onderwijsideaal: toegankelijkheid voor iedereen.

Biografie

Wim Chamuleau werd op 21 april 1939 geboren als de tweede zoon van François (1906–1974) en Elisabeth Chamuleau - van der Voort (1903–1999). De familie Chamuleau, in geschrifte overigens Chamalaun, was een katholiek gezin dat uiteindelijk zes kinderen zou hebben: Frans (1937), Wim, Rob (1941), Marianne, Carla en Margot. Ondanks de patricische voorouders van moeders kant was het gezin relatief arm met als kostwinner een vader die leraar Wis- en Natuurkunde was aan de Gemeente HBS te Maastricht. Het gezin woonde aan de toenmalige Oude Wolderweg (anno 2021 de Athoslaan), schuin tegenover de Sint-Theresiakerk, wat toen aan de rand van Maastricht lag. Wims vroegste herinneringen beginnen halverwege de Tweede Wereldoorlog, toen hij met zijn familie veel tijd in de schuilkelder spendeerde tijdens geallieerde bombardementen en razzia's in Maastricht. Deze periode werd gekenmerkt door angst en armoede.

De eerste jaren na de oorlog had hij een relatief onbezorgde tijd waar hij vrij kon spelen en zwerven in de toen nog natuurlijke omgeving van Maastricht. De Belgische grens was op wandelafstand en via weilanden en akkers konden de mergelgrotten en Pietersberg verkend worden. In 1950, op zijn elfde, verhuisde het gezin naar Delft. Wim kon maar moeilijk wennen aan de stedelijke omgeving en de "Noord-Hollandse" cultuur. De afkeer voor de stad zou hem zijn hele leven bijblijven. Financieel had het gezin van met zes kinderen het niet gemakkelijk. Vader was aanvankelijk leraar wis- en natuurkunde aan de gemeentelijke HBS in Maastricht en later Instructeur Wis- en Natuurkunde aan de TH Delft. Het onderwijs werd slecht betaald en moeder moest werken als kooklerares aan de huishoudschool, kamers in het huurhuis werden onderverhuurd en spaarbankboekjes werden geleegd. In zijn vrije tijd viste Wim graag. Op zijn elfde deed hij zelfs mee aan een hengelwedstrijd, overigens zonder noemenswaardig resultaat. Hij voetbalde en hij was ook bedreven in tafeltennis. In zijn Leidse studententijd voetbalde hij bij RKSV Docos en tafeltenniste hij bij Docos.

In weerwil van zijn vader, die hem graag het Gymnasium Bèta zag doen, deed Wim het Gymnasium Alfa aan het St. Stanislascollege in Delft. Hij deed er zijn eindexamen in 1957, waarna hij in aan de universiteit van Leiden Frans ging studeren. Na een kandidaatsexamen Franse taal- en letterkunde in 1960 rondde hij zijn studie in 1963 af met een doctoraal Frans.

Het historische stadhuis in La Rochelle waar Chamuleau in 1962 trouwde.

In 1962 trouwde hij in La Rochelle, Frankrijk, met Nicole Porcheron (†1991), die hij in 1958 gedurende de Wereldexpositie te Brussel had leren kennen. Uit dit huwelijk zouden vier kinderen voortkomen.

Leraar Frans aan het Fioretti College (1961-1971)

In 1961 werd Chamuleau leraar Frans aan het Fioretti College in Lisse. In 1969 was hij aangewezen als gecommitteerde bij het afnemen van de mondelinge eindexamens voor de havo.

Hij zou in die jaren naast zijn baan diverse maatschappelijke activiteiten ontplooien. Als vervolg op de bijeenkomst gehouden in de Vredesweek eerder in 1969, werd in het najaar in Lisse een forum gehouden met het motto "En wij in Lisse?" Het ging over wat men in de bollenstreek in het algemeen en in Lisse in het bijzonder aan ontwikkelingshulp kon doen. Chamuleau en zijn collega van het Fioretti college, John Bougie, waren hiervan leden die met 129 genodigden uit de bollenstreek de bijeenkomst bijwoonden. Chamuleau wilde die avond een punt maken: Hij verwees naar de grote projecten in Lisse, zoals het overdekte zwembad en de sporthal, alsook naar de luxe aan huis. "Zouden we niet eens een week rijst kunnen eten en de rest sparen voor ontwikkelingswerk?" Het was een aanknopingspunt in de discussie over de vraag wat men kon doen in het ontwikkelingsproject op regionaal niveau.

Rapporteur van het pastoraal concilie (1968-1970)

Van 1968 tot 1970 vond op initiatief van kardinaal Alfrink in Noordwijkerhout het Pastoraal Concilie van de Nederlandse Kerkprovincie plaats. Chamuleau vertegenwoordigde er samen met Ad Simonis, destijds kapelaan, het bisdom Rotterdam. Daarnaast trad hij op als algemeen rapporteur namens de delegaties van de zeven bisdommen. In die functie bracht hij verslag uit van de standpunten binnen de delegaties en stelde hij overkoepelende rapportages op.

Eerste inhoudelijke bijdragen

Tijdens de vierde plenaire zitting in april 1969 speelde Chamuleau een prominente rol in de besprekingen over onder meer kerkelijk gezag, geloofsvrijheid en experimentele vieringen. Hij verdedigde daarbij de ruimte voor uiteenlopende geloofsopvattingen en stelde bij het verbod op experimentele diensten in de Utrechtse studentenparochie de vraag waarom het geweten van het kerkelijk gezag zwaarder zou wegen dan dat van de betrokken studentenpastores. Aan het einde van de zitting deelde hij mee dat de besproken rapporten overeenkomstig de aanbevelingen van de vergadering zouden worden aangepast.

Afschaffing van het celibaat

Tijdens de vijfde plenaire zitting in januari 1970 werd gesproken over het verplichte celibaat. Chamuleau verwoordde de opvattingen van de diocesane delegaties en hielp de voorstellen zo te formuleren dat erover kon worden gestemd, terwijl de bisschoppen ruimte behielden voor overleg met Rome. Het concilie sprak zich met grote meerderheid uit tegen het verplichte celibaat.

Catechese

Tijdens de laatste plenaire zitting in april 1970 nam Chamuleau deel aan het debat over catechese en de positie van jongeren binnen de kerk. Tegenover Simonis stelde hij dat de kerk ook van jongeren kon leren. Vanuit zijn onderwijskundige achtergrond benadrukte hij bovendien dat catechese gegeven moest worden door docenten met de vereiste pedagogische kwaliteiten.

Afsluiting van het concilie

Chamuleau tijdens zijn afsluitende rapportage op 8 april 1970

Op de slotdag, 8 april 1970, bracht Chamuleau zijn laatste rapportage uit. In zijn afsluitende toespraak prees hij de bisschoppen omdat zij het concilie mogelijk hadden gemaakt en nam hij het initiatief tot een staande ovatie voor Alfrink en de overige bisschoppen. Het concilie werd afgesloten met het voornemen de dialoog tussen gelovigen en kerkelijk gezag voort te zetten.

Naar een progressief katholicisme (1970-1972)

Tegenslagen (1970-1972)

In mei 1970 verzette Chamuleau zich als lid van de diocesane pastorale raad van het bisdom Rotterdam tegen de geheimhouding rond de voordracht van een nieuwe bisschop. Hij beschouwde openbaarheid als essentieel en weigerde als enige de vertrouwelijke kandidatenlijst te aanvaarden, omdat hij niet voor geheimhouding wilde instaan. Later dat jaar werd Ad Simonis tot bisschop van Rotterdam benoemd. In 1972 volgde de benoeming van Joannes Gijsen tot bisschop van Roermond, tegen het advies van de Nederlandse bisschoppen en buiten de voordracht van het Roermondse kapittel om.

Open Kerk (1972)

In reactie op het beleid van Rome werd in 1972 de hervormingsgezinde beweging Open Kerk opgericht. De beweging pleitte voor meer openheid, inspraak en democratisering binnen de Rooms-Katholieke Kerk. Binnen enkele maanden telde zij ongeveer vijfduizend sympathisanten, onder wie Chamuleau. De uitgangspunten van Open Kerk sloten aan bij de progressieve opvattingen die hij tijdens het pastoraal concilie had uitgedragen.

Rector in Alphen aan den Rijn (1971-1981)

Chamuleaus lidmaatschap van de parochieraad, decanale raad en diocesane raad, zijn deelname met Ad Simonis aan het Pastoraal Concilie namens het bisdom Rotterdam en zijn werk als rapporteur namens de verschillende bisdommen waren voor schoolbestuursvoorzitter C.W. Kroft belangrijke redenen om hem in 1971 als rector aan te nemen. Chamuleau kreeg de opdracht de samenvoeging van de rooms-katholieke Sint-Bonifatius-mavo en een havo in Alphen aan den Rijn te begeleiden.

De Ashram-gedachte

Het logo van het Ashram College in de jaren zeventig, gebaseerd op het wapen van Alphen aan den Rijn.

Chamuleau ontwikkelde een onderwijsvisie waarin een humane, rechtvaardige en voor iedereen toegankelijke schoolgemeenschap centraal stond. In nota’s behandelde hij onder meer de identiteit en opbouw van de school, democratische besluitvorming, catechese en pastoraat. Een catecheet diende volgens hem niet alleen vertrouwd te zijn met de Joods-Bijbelse traditie, maar ook met de leefwereld van jongeren en maatschappelijke en politieke ontwikkelingen. Voor de nieuwe school werd de naam Ashram College gekozen, naar de ashram als leefgemeenschap waarin mensen ongeacht leeftijd, geloof, huidskleur, politieke overtuiging of maatschappelijke positie konden worden opgenomen. Deze zogenoemde Ashram-gedachte werd richtinggevend voor de school. Chamuleau streefde daarbij naar deelname aan het vernieuwende middenschoolexperiment. Zijn open interpretatie van de katholieke identiteit kreeg veel steun van docenten, leerlingen en ouders, maar riep ook weerstand op bij conservatieve katholieken.

Bouw en bloei van het Ashram College (1972-1978)

In 1972 werd de scholengemeenschap uitgebreid met een atheneum. Onder leiding van Chamuleau, destijds een van de jongste rectoren van Nederland, en conrector Harry van Casteren groeide het Ashram College uit tot een moderne scholengemeenschap. Leerlingen mochten meedenken over het nieuwe schoolgebouw, dat werd ontworpen door de Haagse architect en kunstenaar Rudi Bleeker. De school kende een vergaand democratische organisatie. In de plenaire vergadering overlegden de directie, docenten en vertegenwoordigers van de leerlingen gezamenlijk over actuele schoolzaken. De groei en vernieuwende werkwijze maakten het Ashram College tot een belangrijke kandidaat voor het middenschoolexperiment.

Het conflict (1978-1979)

Vanaf 1978 ontstond een conflict tussen de schoolleiding en het schoolbestuur over de democratische werkwijze en de katholieke identiteit van de school. Chamuleau en Van Casteren meenden dat zij mede verantwoording verschuldigd waren aan de plenaire vergadering, terwijl het bestuur vond dat de directie uitsluitend tegenover het bestuur verantwoording moest afleggen. Externe organisatiedeskundigen adviseerden de disciplinaire dreigementen van het bestuur te beëindigen en een overgangsbestuur te vormen. Nadat Chamuleau en Van Casteren tegen de wens van het bestuur in de plenaire vergadering over het conflict hadden geïnformeerd, werd Chamuleau in oktober 1979 voorwaardelijk ontslagen en Van Casteren voorwaardelijk geschorst. Een grote meerderheid van de docenten, leerlingen en ouders kwam tegen deze maatregelen in verzet. Het bestuur stemde uiteindelijk in met de vorming van een overgangsbestuur, maar handhaafde de maatregelen tegen Chamuleau en Van Casteren, waardoor een impasse ontstond.

Ontslag (1980)

Kunstenares Marieke van Amerom uitte in deze tekening in het Leidsch Dagblad van 6 februari 1980 haar kritiek op de gang van zaken bij het Ashram College.

Begin 1980 verscherpte het conflict door verdeeldheid binnen de oudervereniging en onenigheid over de voorgenomen middenschool. Het schoolbestuur erkende het opnieuw gekozen ouderbestuur niet, waarop de oudervereniging in een kort geding vertegenwoordiging in het schoolbestuur en voortzetting van het experiment probeerde af te dwingen. Ook een bemiddelingsvoorstel van de docenten leidde niet tot een oplossing. Minister Pais stelde daarop als voorwaarde dat vóór 1 mei een oplossing moest worden bereikt om het experiment te laten doorgaan. Een daaropvolgend voorstel, dat volgens de betrokkenen met de vakbonden was afgestemd, voorzag in het vertrek van Chamuleau en Van Casteren met wachtgeld. De docenten wezen dit af, omdat zij beiden als drijvende krachten achter de middenschool beschouwden. Nadat Chamuleau op 27 maart 1980 op non-actief was gesteld, nam hij ontslag onder de voorwaarde dat het middenschoolexperiment alsnog zou beginnen. Het bestuur aanvaardde zijn ontslag; formeel eindigde zijn dienstverband op 1 april 1981.

Doorstart van het experiment

Kort na Chamuleaus ontslag kondigde het schoolbestuur aan dat het middenschoolexperiment zou doorgaan. De voorbereidingen liepen echter vertraging op, mede doordat ongeveer dertig voor het experiment opgeleide docenten uit solidariteit met Chamuleau vertrokken. In juni 1980 oordeelde het ministerie dat de school nog niet gereed was, maar het experiment mocht een jaar later alsnog beginnen. Het schoolbestuur werd in oktober 1980 uitgebreid, waarna voorzitter Maas en de bestuursleden Ponsioen en Van Klink vertrokken. Chamuleau waarschuwde vanuit zijn nieuwe positie buiten de school dat door het vertrek van ervaren docenten veel voorbereidend werk verloren was gegaan.

Rehabilitatie (1981)

Oud-docent en kunstenaar Han van Hagen legde in een bijdrage aan het Leidsch Dagblad de verantwoordelijkheid voor het conflict bij het toenmalige schoolbestuur. In juni 1981 rehabiliteerde het nieuwe schoolbestuur Chamuleau en Van Casteren. Het erkende dat het vorige bestuur hun ten onrechte het functioneren aan de school onmogelijk had gemaakt en bood beiden de gelegenheid terug te keren. Zij zagen daarvan af. Nadat ouders, docenten en het nieuwe bestuur zich tegen verder uitstel hadden verzet, keurde het ministerie een aangepast plan goed en ging het middenschoolexperiment in augustus 1981 alsnog van start.

Zie Geschiedenis van het Ashram College voor de verdere ontwikkeling van de school.

Nalatenschap

In een tijd waar ontzuiling nog in volle gang was en een tolerante houding in de maatschappij nog alles behalve gemeengoed was, zwom Chamuleau tegen de stroom van de behoudende katholieke kerk in om van binnen de katholieke omgeving middels een 'alles omvattende' katholicisme het katholieke wereldbeeld open te breken. Hij vertegenwoordigde daarin de jonge progressieve generatie gedurende het pastoraal concilie waar hij hun gedachten verwoordde en bijdroeg aan de strijd voor democratie en openheid binnen de kerk.

Later bracht hij zijn ideeën in de praktijk middels het Ashram college, wat zijn levenswerk zou worden. Hij was er om zijn progressieve ideeën en slagvaardigheid aangenomen, maar werd daarna paradoxaal genoeg om deze eigenschappen tegengewerkt door ditzelfde bestuur. Het was niet zonder de toegewijde en bevlogen steun van zijn staf dat hij toch zijn ideeën in de praktijk kon brengen. Tezamen met zijn staf was hij de grondlegger van ideeën als mentoraat, vakintegratie, projectonderwijs en vormingsdoelen, die nieuw waren in de zeventiger jaren van de twintigste eeuw, maar anno 2021 gemeengoed in de Nederlandse onderwijs zijn geworden. De verrichtingen van deze mensen van het eerste uur hebben de basis gelegd voor wat een vlaggenschip werd voor modern middelbaar onderwijs in de jaren tachtig en een grote schoolgemeenschap die anno 2021, een kleine veertig jaar later, nog altijd de genen van hun inspanningen in zich draagt.

Martin Duivenvoorden, de derde en met vijftien dienstjaren de langstzittende rector aan het Ashram college, beschreef Chamuleau als volgt:

Hij leidde de school van 1971 tot 1981. In die bewogen zeventiger jaren begon hij - samen met andere pioniers - een onderwijsmodel dat uniek was in die tijd. Zaken als mentoraat, vakintegratie, projectonderwijs en vormingsdoelen, die nu op de meeste scholen als gewoon beschouwd worden, waren toen nieuw en werden door hem ingebracht. En hij kreeg het voor elkaar om jonge, enthousiaste docenten mee te nemen op dit avontuur. Wim Chamuleau was een man die groot was in gestalte en in ideeën. Zijn bevlogenheid en idealisme zijn alleen al terug te vinden in de bijzondere naamgeving van de school. Wim Chamuleau heeft ervoor gezorgd dat de passie voor het onderwijs in de genen van de school zit.

— Martin Duivenvoorden, in het Ashram Bulletin

Chamuleau's ideeën zijn daarna in het Nederlandse onderwijs verspreid door zijn inspanningen gedurende de jaren tachtig en negentig toen hij als onderwijsdeskundige namens het Katholieke Pedagogische Centrum uitbreidingen en fusies van scholen in het Voortgezet onderwijs en het Middelbaar beroepsonderwijs begeleidde.

Bronnen, noten en referenties

Televisieprogramma's

Afbeeldingen

Meer lezen

Bronnen

Referenties

  1. ↑ Overlijdensbericht Wim Chamuleau in het Brabants Dagblad
  2. ↑ Wilhelmus Matheus Victor Chamuleau. Online Begraafplaatsen 3.0.
  3. ↑ Jeugdhengelwedstrijd. Nieuwe Leidsche Courant (16 augustus 1951).
  4. ↑ De Docoskampioenschappen onder grote spanning verlopen. Leidse Courant (25 februari 1958).
  5. ↑ Tafeltennis - R.K. T.T.V. "Docos". Leidse Courant (30 september 1957).
  6. ↑ DOCOS tafeltennis is in 1951 opgericht en is anno 2021 nog altijd actief.
  7. ↑ "Examens", De Tijd, 29 juni 1957.
  8. ↑ Academische examens. Leidsch Dagblad (7 juli 1960).
  9. ↑ Leidse universiteit. Leidse Courant (6 mei 1963).
  10. 1 2 "Overlijdensbericht Nicole Chamuleau-Porcheron", De Volkskrant, 26 februari 1991.
  11. ↑ Leidse flitsen. Leidsch Dagblad (2 mei 1969).
  12. ↑ Lisse sprak over ontwikkelingshulp. Nieuwe Leidse Courant (5 november 1969).
  13. ↑ In Bollenstreek projekt voor ontwikkelingshulp. Leidse Courant (5 november 1969).
  14. ↑ Bronkhorst, H., "Behoudende verontrusten sterker vertegenwoordigd op Pastoraal Concilie", De Tijd, 4 april 1969.
  15. ↑ Verslaggever, "Spanning niet op de spits tussen orthodoxen en vrijzinnigen", Leidse Courant, 10 april 1969.
  16. ↑ Kardinaal onder vuur over verbod Utrechtse missen. Leidsch Dagblad (11 april 1969).
  17. ↑ Concilie: zondagsplicht handhaven. Leidse Courant (12 april 1969).
  18. ↑ Auwerda, Richard, "Uitstel van besluit celibaatsbeleid", de Volkskrant, 7 januari 1970.
  19. ↑ Wereldkerk: op concilie sprak niet het Nederlandse volk – Celibaatsvraag door pastoraal concilie evenwichtig behandeld. Leidse Courant (8 januari 1970).
  20. ↑ Groen, J., "Pastoraal concilie een traag kabbelende zaak", Limburgsch Dagblad, 7 april 1970.
  21. ↑ Bronkhorst, H., "Christenen van vandaag zien uit naar toekomst", De Tijd, 7 april 1970.
  22. ↑ Groen, J., "Slot Pastoraal concilie werd grote manifestatie", Limburgsch Dagblad, 9 april 1970.
  23. ↑ "Patertje-zoenen slot Pastoraal Concilie", Leeuwarder Courant, 9 april 1970.
  24. ↑ Verslaggever, "Namen kandidaten blijven geheim", De Tijd, 12 mei 1970.
  25. ↑ Bisschopskandidaten blijven vertrouwelijk. Leidse Courant (12 mei 1970).
  26. 1 2 Bronkhorst, Hans, "Open Kerk: al meer dan 5.000 sympathisanten", De Tijd, 25 maart 1972.
  27. ↑ Stichting Open Kerk. Katholiek Documentatie Centrum, Radboud Universiteit. Geraadpleegd op 19 april 2021.
  28. 1 2 Houtman, Henk, "Het begon allemaal zo aardig met Ashram", Leidsch Dagblad, 31 december 1980. Gearchiveerd op 3 juni 2021.
  29. ↑ Pommerel, Ivo, Ashram was ‘altijd al een beetje anders’. Leidsch Dagblad (31 januari 1998). Gearchiveerd op 10 april 2021.
  30. ↑ Nieuwe scholen in Leidse regio kunnen starten. Leidse Courant (27 oktober 1972). Gearchiveerd op 16 april 2021.
  31. ↑ Westerlaken, Jan, "Leerlingen denken mee over vormgeving nieuwe school", Leidsch Dagblad, 27 september 1973. Gearchiveerd op 3 juni 2021.
  32. ↑ Rector Ashram en conrector wacht aangezegd 1, 27. Leidsch Dagblad (1 november 1979). Gearchiveerd op 21 april 2021.
  33. ↑ "Beleid bestuur leidt tot schoolconflict", de Volkskrant, 15 november 1979.
  34. ↑ Ouders leggen Ashram plat. Leidsch Dagblad (14 november 1979). Gearchiveerd op 23 april 2021.
  35. ↑ Van Amerom, Marieke, Ingezonden tekening. Leidsch Dagblad (6 februari 1980). Gearchiveerd op 27 juni 2023.
  36. ↑ Rector en conrector moeten ontslag nemen. Leidsch Dagblad (21 maart 1980). Gearchiveerd op 17 april 2021.
  37. ↑ "Laatste lijmpoging bij Ashram", Leidsch Dagblad, 26 maart 1980. Gearchiveerd op 4 juni 2021.
  38. 1 2 "Ashram-rector Chamuleau stapt op", Leidse Courant, 1 april 1980. Gearchiveerd op 9 januari 2022.
  39. ↑ Ashram-bestuur kiest voor middenschool. Leidse Courant (5 april 1980). Gearchiveerd op 23 april 2021.
  40. ↑ Bogaarts, René, "Schoolbesturen staan ontwikkelingen in de weg – Geen middenschool zolang leraren eigen vak belangrijkst vinden", Leidse Courant, 30 januari 1981. Gearchiveerd op 9 januari 2022.
  41. ↑ Ashram mag (nog) niet met middenschool beginnen. Leidsch Dagblad (9 juni 1980). Gearchiveerd op 23 april 2021.
  42. ↑ Van Hagen, Han, Lezers schrijven – Ashram. Leidsch Dagblad (31 maart 1980). Gearchiveerd op 23 april 2021.
  43. ↑ "Rehabilitatie voor Chamuleau en Van Casteren", Leidsch Dagblad, 5 juni 1981. Gearchiveerd op 9 januari 2022.
  44. ↑ Twee leerjaren middenschool. Leidsch Dagblad (5 juni 1981). Gearchiveerd op 19 april 2021.
  45. ↑ Duivenvoorde, Martin (december 2009). Van de redactie. Gearchiveerd op 3 juni 2021. Ashram Bulletin 15: 2
  46. ↑ "Celibaat en ambt in extra KRO-uitzendingen", Het Parool, 20 januari 1970.
  47. ↑ "Brandpunt-extra over celibaat", Leidse Courant, 20 januari 1970.

Noten

  1. ↑ Genealogische oorsprong van de naam Chamuleau: De naam Chamuleau gaat terug naar de 17e eeuw, waar de eerst vermelde voorvader Pierre Chamoulaud (ca. 1620 -?) was. Een van zijn nazaten, Jean François Ferdinant Chamoulaud (1803-1873) is na de Franse bezetting in Nederland blijven hangen als soldaat van het Hollandse leger en in Breda getrouwd met de Brusselse Catharina Doré (1800-1882). Door administratieve fouten in diverse registraties van zijn Nederlandse kinderen in de vroege 19e eeuw ontstonden variaties in de achternaam. De enige lijn die tot heden doorgezet is, was die van de jongste zoon François Dieudonné (1803-1873) wiens achternaam op papier Chamalaun was. Met name Ferdinants achterkleinkind François Jean Chamalaun (1906-1974), liet de administratieve naam voor wat het was en gebruikte uitsluitend 'Chamuleau' in de praktijk. In 1973 maakte zijn zoon Wim alsook enkele andere afstammelingen gebruik van een aanpassing in de Nederlandse wet om middels een petitie aan de Koningin de naam Chamalaun te corrigeren tot de naam die in de praktijk gebruikt werd: Chamuleau. Bron: F. H. Chamalaun (2014), Genealogy and History of the Family Chamalaun-Epskamp - Part 1: French Roots, Digiwedoo.com.au
  2. ↑ Het geslacht Van der Voort is in elk geval beschreven tot en met de generatie van Elisabeth van der Voort (1903), in F. de Josselin de Jong (red.) (1961). Nederland's Patriciaat, 47. Den Haag: Centraal Bureau voor Genealogie. Een geslacht kan uit dat naslagboek verdwijnen indien de familie niet gedurende ten minste de laatste 150 jaar onafgebroken een vooraanstaande rol heeft gespeeld in de Nederlandse samenleving. Het patriciaat (iemand is 'van stand') is overigens niet hetzelfde als de adel (iemand is 'van adel'). Van der Voort is dus een geslacht van het Nederlands patriciaat en is ook opgenomen in de Lijst van geslachten in Nederland's Patriciaat. Elk geslacht, ongeacht of het al dan niet van adel of patriciaat is, kan een familiewapen gebruiken, maar is gebonden aan de regelgeving volgens het Wapenrecht (Nederland). Zie ook Nico de Fijter (24 juli 2004), "Voor iedereen is er een familiewapen." in Trouw.