Windmolen

De Wieker Meule in de Wijk
Windmolen De Goliath in de Eemshaven tussen moderne windturbines. De Goliath heeft een vlucht van 23,5 meter, bij de windturbines is dit circa 120 meter.

Windmolens zijn molens die de bewegingsenergie van de lucht (wind) omzetten in rotatie-energie van de wieken. De windenergie kan zo nuttig kan worden gebruikt, bijvoorbeeld voor het opwekken van elektriciteit (windturbine), het persen van olie uit oliehoudende zaden (oliemolen), het malen van graan (korenmolen), het zagen van hout (zaagmolen) of het verplaatsen van water (poldermolen).

Bij windmolens kan men twee hoofdtypen onderscheiden:

Geschiedenis

Oorsprong

De vermoedelijk oudste, echter qua leeftijd toch niet onomstreden windmolen is de Chinese windmolen. In de in Luoyang (provincie Liaoning) geopende Han-begraafplaatsen vond men muurschilderingen, die het gebruik van windmolens in China sinds de oosterse Han-dynastie (25-220 n.Chr.) aantonen. Voor zover bekend stamt de eerste vermelding van een windmolen in de Chinese literatuur van Yehlu Chu-Tshai, een Chinees staatsman, die er in het verslag van zijn reis naar Turkestan (1219 n.Chr.) over schrijft. Hierbij zou het echter om een Perzische windmolen kunnen gaan. De geschiedenis van de Perzische windmolen kan tot in de 7e eeuw teruggevolgd worden. Zowel de Chinese als de Perzische molen werkt met een verticale draaias.

Lang is men ervan uitgegaan dat het eerste windmolentype in Europa de standerdmolen is geweest, maar dit type molen is zo ingenieus geconstrueerd dat het er onmogelijk zomaar opeens geweest kan zijn. Het is daarom aannemelijk dat de standerdmolen het resultaat is van een "evolutie" die enige honderden jaren geduurd heeft.

In Europa verschenen de eerste windmolens in de 12e eeuw in Noordwest-Frankrijk, Vlaanderen en Zuid-Engeland. Ten zuiden van Duinkerke is in een balk van een windmolen het jaartal 1114 uitgekapt. In Engeland is de vroegste vermelding van een windmolen 1155 toen Hugo de Plaiz een windmolen schonk aan de monniken van Lewes. Een van de oudste schriftelijke sporen (1183) gaat over het Wormhoutse domein van de Abdij van Sint-Winoksbergen. Feitelijk waren dit watermolens geplaatst op een centrale paal waarbij het rad vervangen was door wieken. De laatste exemplaren van deze zogenaamde "inverted mill" zijn waarschijnlijk rond 1930 verloren gegaan en hebben nagenoeg geen sporen achtergelaten.

Geschiedenis in de Lage Landen

Mogelijk is de windmolen in de dertiende eeuw vanuit Engeland in de Lage Landen geïntroduceerd. De oudste vermelding van een windmolen in Nederland is afkomstig uit het voormalige dorp Willemskerke in Zeeuws-Vlaanderen en dateert uit 1221. In 1280 vindt de eerste vermelding plaats van de torenmolen met de draaibare kap. Er zijn nog vier torenmolens in Nederland. In de 15e eeuw verscheen in Nederland de wipmolen als poldermolen. De houten achtkant ontstond in Nederland aan het begin van de 16e eeuw. Ook de tjasker dateert uit deze eeuw. De houtzaagmolen kwam vanaf 1592 in ontwikkeling door de toepassing van de krukas. In 1593 ontving Cornelis Corneliszoon van Uitgeest octrooi op zijn vinding om op windkracht hout te zagen.

De komst van de stoommachine had tot gevolg dat veel windmolens in verval raakten. Ze werden niet meer gebruikt, niet meer onderhouden of gesloopt.

De oudste nog bestaande standerdmolen in Nederland is de Doesburgermolen.

Soorten windmolens

Men kan de volgende typen onderscheiden:

Veelwiekige "Amerikaanse" windmolen

Amerikaanse windmolen in Friesland wordt door de windvaan op de wind gericht.
Amerikaanse windmolen in De Oude Venen.

Op een aantal plaatsen in Nederland staan nog veelwiekige molens die ook wel aangeduid worden met de term Amerikaanse windmolen of windmotor. Dit type is midden 19e eeuw in de VS ontwikkeld om water op te pompen uit de bodem, en tegen het einde van die eeuw in Nederland geïntroduceerd voor polderbemaling. Een windvaan zorgt ervoor dat de molen altijd op de wind gericht is. De molen werkt reeds bij een lage windsnelheid, maar bleek minder goed bestand tegen storm.

Bosman

Het Bosman-molentje is een kleine poldermolen die in 1929 door Bas Bosman in de Nederlandse plaats Piershil is ontwikkeld en daarna overal in de wereld toegepast.

Functie

Molens in het algemeen kunnen ook worden onderscheiden naar de verrichting of het product. Enkele daarvan zijn:

In de Gouden Eeuw was de Zaanstreek een gigantisch industrieel molengebied. Honderden windmolens zaagden het hout uit Scandinavië voor de scheepsbouw, en voor de papierindustrie die sinds 1650 opbloeide - tot 1795 bleven de papiermolens draaien. De molens maalden de polders droog, ze maalden schoon water voor productiedoeleinden van grote diepte omhoog, ze maalden het graan uit de Oostzeelanden. Ze maalden zonnebloempitten en ze sloegen het lijnzaad tot olie voor de toen al gigantische verfindustrie (olieverf).

Draairichting

De traditionele windmolens in Nederland draaien met de wieken tegen de wijzers van de klok in als men met de rug in de wind staat. Proefondervindelijk heeft men vroeger ontdekt dat op deze manier de molens het beste draaien. Een verklaring hiervoor is dat bij een ruimende wind de molen dan langer goed blijft doordraaien. Oorzaken van een vaak ruimende wind zijn dat de depressies op het noordelijk halfrond meestal van west naar oost trekken. Na passering van het warmtefront ruimt de wind dan. Daarnaast valt de wind op het noordelijk halfrond bij windvlagen meestal ruimend in. Weliswaar krimpt de wind bij nadering van een warmtefront, maar meestal gaat dit gepaard met weinig wind.

Andere, minder geloofwaardige verklaringen worden ook gegeven, zoals dat de meeste molenaars rechtshandig zijn. Door deze draairichting kunnen ze bij het opzeilen de lussen van het zeil met de rechterhand om de kikkers op de roe leggen. Een andere verklaring gaat ervan uit dat de molens zijn ontstaan uit de handmolens die door rechtshandige mensen bediend werden. Hierbij draaide de bovenste steen tegen de wijzers van de klok in en bij de eerste windmolen met 1 koppel maalstenen, de standerdmolen, draait deze ook tegen de wijzers van de klok in als de wieken dat ook doen. De handmolens werden echter opgevolgd door wateraangedreven molens met zowel links als rechtsdraaiende molenstenen. Een derde alternatieve verklaring is dat de Europese bomen die voor de assen worden gebruikt, als het ware spiraalsgewijs groeien waardoor er een natuurlijke draaiing in het hout zit. Vanwege de krachten die op de as worden uitgeoefend, is het beter om de wieken tegen de klok in te laten draaien, zodat er minder kans is dat het hout gaat scheuren.

Stand van de wieken

In een groot deel van Nederland hebben wiekstanden de volgende betekeins:

In de Nederlandse provincies Noord-Brabant, Limburg, delen van Gelderland en de aangrenzende streken van België en Duitsland gelden andere wiekstanden.

Opmerkingen

  • Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden molens als geheime semafoor gebruikt. Door de wieken in een bepaalde stand te zetten, waarschuwde men de omgeving voor een Duitse inval.
  • In de Zaanstreek kunnen ook draaiende molens rouw tonen. Dit wordt gedaan door een of meer windborden uit te nemen. Wanneer de molen stilstaat, wordt deze in rouwstand gezet en wordt hij tot aan de begrafenis gekruid met het wiekenkruis in de richting waarin vanuit de molen gezien de overledene zich bevindt. Aan het aantal uitgenomen borden kan je zien hoever de overledene van de molenaar afstaat (vroeger de eigenaar).
  • In het buitenland kent men ook verschillende wiekstanden die vaak anders zijn dan in Nederland. Een voorbeeld is Portugal, waar het binnenste wiekenkruis (waaraan de zeilen worden vastgeknoopt tijdens het draaien) rechtop wordt geplaatst, recht voor de deur, als teken van rouw.

Begrippen

Windmolens naar land

Windmolens in België

Verenigingen

In Vlaanderen zijn er een aantal molenverenigingen actief: ze zijn alle begaan met het behoud van het ambachtelijk molenbestand. Daarbij beschikken ze ook over heel wat documentatie en beeldmateriaal.

Windmolens in Frankrijk

Zie de lijst van windmolens in Nord-Pas-de-Calais voor een lijst van molens in deze regio

Windmolens in Portugal

Portugal telt een groot aantal windmolens, die zich over bijna heel het land verspreid bevinden. Tegenwoordig zijn ze niet meer in gebruik, de meeste zijn in vervallen staat. Ze zijn doorgaans gebouwd op een hoge plek zoals een heuveltop, om wind te vangen. Portugese molens zijn relatief klein en hebben acht wieken: aan vier ervan zijn driekante zeilen bevestigd die ten dele of geheel uitgerold kunnen worden. Deze worden om te draaien vastgeknoopt aan de andere vier wieken. De molens werden voornamelijk gebruikt voor het malen van graan. De invoering van de windmolen vond in Portugal later plaats dan elders in Europa; de eerste optekening van hun bestaan dateert uit de 15e eeuw. Ze raakten weer op de achtergrond toen het na de industriële revolutie mogelijk werd het malen aan machines over te laten. In sommige plaatsen zijn initiatieven van de grond gekomen om de molens te onderhouden en indien nodig te restaureren.

Windmolens in Spanje

Zie Windmolens in Spanje voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Windmolens in de Verenigde Staten

Commons heeft mediabestanden op de pagina Windmills in the United States.

Verspreid over de VS zijn er een aantal klassieke windmolens te vinden.

Windmolens in Nederland

In Nederland werkt de vereniging De Hollandsche Molen samen met het GVM, het Gilde van Molenaars (tot 2022 Gilde van Vrijwillige Molenaars), om nieuwe molenaars op te leiden.

Een grote dichtheid aan molens treft men onder andere aan in:

Zie Windmolens in Nederland voor een uitgebreidere lijst

Windmolens in overige landen

Video

Wetenswaardigheden

Zie ook

Op andere Wikimedia-projecten