| Witte schotelkorst | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||
| Lecanora chlarotera Nyl. (1872) | ||||||||||||||
| Apothecia | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
Witte schotelkorst (Lecanora chlarotera) is een korstmossoort uit de familie Lecanoraceae.
Het thallus is lichtgrijs of gebroken wit van kleur, maar kan soms ook zijn verkleurd naar bruinachtig of groenachtig. Het oppervlak is grofkorrelig, wrattig of glad. Het thallus is meestal dik en minder vaak dun. Ook is het soms in areolen verdeeld.
De apotheciën hebben een doorsnede van 0,5 tot 3 mm en zijn doorgaans aanwezig. De kleur is bleekgeel tot kastanjebruin. De rand is duidelijk zichtbaar, onregelmatig gevormd en heeft dezelfde kleur als het thallus. Soralen of isidiën zijn niet aanwezig.
Het thallus kan door diverse parasitaire schimmels worden geïnfecteerd.
Witte schotelkorst vertoont de volgende kenmerkende kleurreacties: K+ (geel), C-, KC-, P- of P+ (geel) of bleekoranje tot rood.
De ascosporen worden gevormd in apothecia en zijn eencellig, kleurloos, ellipsvormig, recht en hebben een grootte van 13,5-15 × 6-7 µm en hun wanddikte is minder dan 1 µm.
Hij kan worden verward met:
Witte schotelkorst leeft op stammen en takken van loofbomen met een min of meer gladde schors (vooral berk, esdoorn, es, els, eik, lijsterbes, populier en walnoot). Ook komt hij regelmatig voor op dood, verweerd hout. Zeldzaam komt hij ook voor op oude bakstenen muren. Hij gedijt goed in open terrein en is daarom vooral op wegbomen, laanbomen en tuinbomen te vinden.
Het verspreidingsgebied omvat alle continenten behalve Antarctica en Australië. In Nederland komt hij vrij algemeen voor door het hele land.