| Wouter Pleijsier | ||
|---|---|---|
| Algemene informatie | ||
| Geboortedatum | 7 april 1922 | |
| Geboorteplaats | Groningen | |
| Overlijdensdatum | 9 februari 2005 | |
| Werk | ||
| Beroep | stuurman, piloot, spion | |
| Religie | ||
| Religie | protestantisme | |
Wouter Pleijsier (Groningen, 7 april 1922 – Beetsterzwaag, 9 februari 2005) was tijdens de Tweede Wereldoorlog geheim agent. Hij werd tweemaal in bezet Nederland gedropt.
Pleijsier was in 1943 als stuurmansleerling aan boord van een kustvaarder. In Zweden liep hij samen met een mede-stuurmansleerling weg van het schip en meldde zich bij het Nederlands consulaat in Stockholm om naar Engeland te kunnen. Pas op 11 september 1944 kon hij met een vliegtuig naar Engeland worden gebracht.

Daar werd hij bij het Bureau Bijzondere Opdrachten opgeleid tot geheim agent. Op 17 maart 1945 werd Pleijsier samen met Tom Gehrels per parachute gedropt in Stegerveld ten oosten van Ommen (Overijssel). Hun opdracht was verbinding tot stand te brengen tussen het georganiseerde verzet in de Achterhoek en het hoofdkwartier in Londen. Als radio-operator onderhield Pleijsier de radioverbindingen met Londen, maar Duitse peilwagens kregen hen snel in de gaten.
Pleijsier en Gehrels slaagden erin uit handen van de Duitsers te blijven. Op 1 april 1945 waren beiden terug in Londen. In de nacht van 22 op 23 april 1945 werd Pleijsier voor de tweede keer boven Nederland gedropt ter ondersteuning van Nederlandse verzetsgroepen. Samen met agent Willem Bouma landde hij ten noordoosten van Alkmaar bij Spanbroek in Noord-Holland. Ze hadden een groot geldbedrag bij zich voor het Nederlandse verzet.
Na de oorlog was Pleijsier piloot bij de KLM en had medio 1950 standplaats Curaçao. Daar kreeg hij in 1950 de Britse King's Commendation for Bravery. Later was hij hoofd van de afdeling vliegveiligheid bij de KLM.