| Wouter Veldhuis | ||
|---|---|---|
| Algemene informatie | ||
| Geboren | 1971 | |
| Nationaliteit | Nederlandse | |
| Beroep | Stedenbouwkundige, architect | |
| Bekend van | Bureau MUST, Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving | |
| Website | must.nl | |
Wouter Veldhuis (1971) is een Nederlands stedenbouwkundige en architect. Hij is medeoprichter en directeur van het stedenbouwkundig bureau MUST, dat kantoren heeft in Amsterdam en Keulen. Van 1 december 2020 tot 1 april 2025 was hij Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving, als lid van het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs.
Veldhuis studeerde in 1996 af als architect aan de Technische Universiteit Delft en staat sinds 2010 ingeschreven als stedenbouwkundige in het Architectenregister. Van 2012 tot 2018 was hij hoofd van de masteropleiding Stedenbouw aan de Rotterdamse Academie van Bouwkunst. Met uitgever Simon Franke schreef hij twee essays over de rechtvaardige stad. Als rijksadviseur trad hij geregeld op in de landelijke media, over woningbouw, de verdozing van het landschap, de energietransitie en de inrichting van de stad.
Veldhuis is een van de oprichters van MUST, dat hij sinds 1997 in Amsterdam leidt. Het bureau werkt aan stedelijke transformatie, regionale strategie en cartografie, vanuit vestigingen in Amsterdam en Keulen. Het kaartwerk van MUST kreeg landelijke aandacht met de Atlas van de wederopbouw, die Veldhuis mede samenstelde. Het bureau werkte onder meer aan de vernieuwing van de Amsterdamse Westelijke Tuinsteden en aan de herstructurering van de Eindhovense wijk Lakerlopen. Ook de landschappelijke inpassing van rijkswegen behoort tot het werk, waaronder delen van de A1 en de A27, inclusief de Ring Utrecht.
Tussen 2005 en 2020 was Veldhuis lid van de Amsterdamse Raad voor de Stadsontwikkeling en daarna van de denktank Stad-Forum, die het stadsbestuur van Amsterdam adviseerde over stedelijke ontwikkeling. Beide adviesorganen zijn inmiddels opgeheven.
Met Simon Franke voerde Veldhuis vanaf 2017 het project De rechtvaardige stad uit, met steun van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Daaruit kwamen twee stadsessays voort: Verkenning van de rechtvaardige stad (2018) en Onderweg naar de rechtvaardige stad (2024). Beide gaan over de gevolgen van de economisering van stedelijke ruimte voor wonen, openbare ruimte en maatschappelijke functies. In het najaar van 2025 vormden de essays de basis voor de tentoonstelling De rechtvaardige stad in het Van Eesteren Museum in Amsterdam. Veldhuis en Franke stelden die samen met Jorn Konijn en Saskia Naafs.
In 2025 werd Veldhuis aangesteld als hoofdcurator van de Internationale Architectuur Biennale Rotterdam (IABR) 2026, met als thema Systems of Support. Hij stelt de editie samen met curatoren Carola Hein en Martina Muzi. In datzelfde jaar volgde hij Hilde Blank op als voorzitter van de Van Eesteren-Fluck & Van Lohuizen Stichting (EFL Stichting), die stedenbouw, planologie en landschapsarchitectuur ondersteunt.
Op 1 december 2020 werden Veldhuis en landschapsarchitect Jannemarie de Jonge benoemd tot Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving. Zij volgden Berno Strootman en Daan Zandbelt op, voor een termijn van vier jaar. Het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs adviseert het kabinet gevraagd en ongevraagd over de ruimtelijke inrichting van Nederland. Veldhuis legde in die rol de nadruk op rechtvaardigheid, gezonde verstedelijking en ruimtelijke economie. Op 1 april 2025 nam architect Thijs van Spaandonk de functie van hem over.
Als rijksadviseur bewaakte Veldhuis ook de ruimtelijke kwaliteit van grote rijksprojecten, zoals stationsgebieden, snelwegen en waterwerken. Zo was hij voorzitter van het Kwaliteitsteam Afsluitdijk, dat namens het Rijk, twee provincies en twee gemeenten de beeldkwaliteit van de vernieuwing van de Afsluitdijk borgde.
Veldhuis sprak zich herhaaldelijk uit over de groei van grote distributiecentra, in het publieke debat verdozing genoemd. In het televisieprogramma Pointer noemde hij een distributiehal in 2022 een van de meest ruimteverslindende functies. Hij pleitte ervoor dat provincies gezamenlijk beleid voeren, zodat gemeenten elkaar niet beconcurreren. In 2024 wees hij er in Nieuwsuur op dat de oppervlakte aan distributiecentra sinds 2010 bijna was verdubbeld. Het Rijk zou volgens hem meer regie moeten nemen op de schaarse ruimte. Een interview met NRC uit 2025 plaatste die kritiek in een breder verhaal over Nederland Distributieland.
Ook over energie en landschap liet Veldhuis zich gelden. In 2021 pleitte hij ervoor zonnepanelen op bestaande daken te leggen in plaats van nieuwe zonneparken in weiland; een groot oppervlak aan bedrijfsdaken lag toen nog onbenut. Daarnaast adviseerde hij over de inpassing van nieuwe hoogspanningsverbindingen, die volgens hem als een zorgvuldig ontworpen laag in het landschap moeten worden ingepast.
Over de woningbouwopgave bepleitte Veldhuis compactere steden: minder ruimte voor de auto, meer hoogbouw en meer groen. Tegelijk waarschuwde hij voor het volbouwen van open landschap om snel aan de woningvraag te voldoen. In zijn afscheidsinterview betoogde hij in 2025 dat de nadruk minder op nieuwe wijken en meer op het verbeteren van bestaande buurten zou moeten liggen. In 2026 ondertekende hij met tien andere stedenbouwkundigen en architecten een opiniestuk in Het Parool, waarin zij bij de geplande bruggen over het IJ voorrang bepleitten voor een westelijke verbinding.
Veldhuis is auteur en medeauteur van verschillende publicaties over stedenbouw en ruimtelijke transformatie.