| Yra van Dijk | ||
|---|---|---|
| Persoonlijke gegevens | ||
| Geboortedatum | 1970 | |
| Geboorteplaats | Amsterdam | |
| Academische achtergrond | ||
| Alma mater | Universiteit van Amsterdam | |
| Proefschrift | Leegte, leegte die ademt. Het typografisch wit in de moderne poëzie (2005) | |
| Promotor | Marita Mathijsen | |
| Wetenschappelijk werk | ||
| Vakgebied | Neerlandistiek | |
| Promovendi | Karin Amatmoekrim, Aafje de Roest | |
| Bekende werken | Afgrond zonder vangnet (2018) | |
Yra van Dijk (Amsterdam, 1970) is een Nederlands letterkundige, onderzoeker bij de faculteit Educatie van de Hogeschool Leiden en Grunberg-kenner. Tussen 2013 en 2021 was zij hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Leiden. Van Dijk publiceert onder meer over contemporaine literatuur en de Holocaust, postkoloniale herinnering, jeugdliteratuur en leesonderwijs.
Van Dijk is de dochter van de bekende tekstwetenschapper Teun van Dijk. In haar jeugd ging ze naar de Montessorischool in Amsterdam, waar zij in de klas zat met Arnon Grunberg. Zij studeerde Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam en Comparative Literature aan de Universiteit van Kent. In 2005 promoveerde zij aan de UvA op een proefschrift over de betekenis van het typografisch wit in de moderne poëzie.
In 2013 werd Van Dijk aan de Universiteit Leiden aangesteld als hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde in mondiaal perspectief. Een jaar later sprak zij haar oratie uit, getiteld Fanfare uit de toekomst. Tussen techniek, media en literatuur. In dit pleidooi voor een grotere focus op de rol van media in de letterkunde liet zij zien hoe Louis Couperus in zijn roman Eline Vere niet alleen een psychologisch drama schetste, maar ook reflecteerde op de opkomst en invloed van nieuwe media in de negentiende eeuw.
Tussen 2008 en 2018 gaf Van Dijk, eerst aan de Universiteit van Amsterdam en daarna aan de Universiteit Leiden, tutorials en colleges over het werk van haar vroegere klasgenoot Grunberg. Uit haar jarenlange onderzoek kwam in 2018 het boek Afgrond zonder vangnet voort, waarin zij thema’s als geloof, liefde en ouderschap in Grunbergs oeuvre analyseert. Het boek werd lovend ontvangen en door de recensent van het NRC Handelsblad aangeprezen als ‘een van de beste boeken van 2018’.
In 2019 kwam Van Dijk in het nieuws nadat zij via sociale media haar onvrede deelde over haar functioneringsgesprek. Ondanks haar recente boekpublicatie kreeg zij een onvoldoende, omdat zij dat jaar geen internationale peer reviewed artikelen had gepubliceerd. Zij kreeg hierop veel bijval van vakgenoten. Twee jaar later, in 2021, stopte zij als hoogleraar in Leiden.
In de jaren daarop hield Van Dijk zich in toenemende mate bezig met leesonderwijs. In 2021 kwam zij in opspraak vanwege twee opiniestukken die zij met Marie-José Klaver schreef voor de Volkskrant en De Nederlandse Boekengids, waarin zij de winnende boeken van de Jonge Jury taalarme en clichématige pulp noemden. De stukken riepen veel boze reacties op, waartegen Van Dijk en Klaver zich verweerden in een reactie op Neerlandistiek.nl.
Ook werd Van Dijk een prominent lid van het in 2020 opgerichte collectief Fixdit, dat zich inzet voor minder genderongelijkheid in de canon en de literaire wereld.
Momenteel werkt zij met Thalia Ostendorf aan het boek Writing the Dutch Caribbean. Media and materiality in the postcolonial Novel, over postkoloniale herinnering, trauma en media. Ook werkt zij met Judit Gera aan een biografie van Marga Minco.