Een zelfvervuller is een woord dat zelf de eigenschap bezit die het benoemt. Zelfvervullers zijn de meest voorkomende verschijningsvorm van autologie.
Alle inhoudswoorden benoemen iets. Bijvoorbeeld: tafel benoemt een plat voorwerp met poten eronder en rood benoemt een bepaalde opvallende kleur. Een zelfvervuller benoemt niet alleen iets anders, maar ook zichzelf.
Categorieën
Er zijn verschillende categorieën zelfvervullers denkbaar. Enkele daarvan zijn:
Gedicht is zelf ook een zelfvervuller indien het in een gedicht staat, want dan is het ge-dicht.
Homograaf is zelf een homograaf. Een homograaf is een stijlfiguur waarbij een woord gespeld wordt als een ander woord, maar een geheel verschillende betekenis heeft. Het woord 'homograaf' is zelf dus ook een homograaf, je hebt immers een hómograaf (een homoseksuele graaf) en een homográáf (de stijlfiguur).
Oxymoron is zelf een oxymoron. Een oxymoron is een stijlfiguur waarbij twee woorden die elkaar in hun letterlijke betekenis tegenspreken, desondanks worden gecombineerd tot één begrip. Het is een van oorsprong oud-Grieks woord dat letterlijk scherp-stomp of scherpzinnig-stompzinnig betekent.
Autologisch beschrijft onder andere zichzelf.
Agglutinaties en agglutinatietje zijn zelf voorbeelden van een agglutinatie. De affixen -s en -tje maken van een zelfstandig naamwoord immers een agglutinatie.
Nederlands is zelf een Nederlands woord. Hetzelfde geldt voor English in het Engels. Het woord Duits is daarentegen geen Duits woord, en dus geen zelfvervuller; het Duitse woord voor Duits is Deutsch, en dit laatste woord is weer wel een zelfvervuller.
Neologisme verwees naar zichzelf op het moment dat het werd bedacht.
Assimilatie is zelf een diachrone, totale assimilatie (Lat. assimiláre; ad-, + similáre). Hier heeft de eindklank van het Latijnse voorvoegsel ad de kenmerken van de beginklank van het Latijnse similáre volledig overgenomen.
Dactylus is zelf ook een drielettergrepige versvoet waarbij het accent op de eerste lettergreep ligt.
Anapest is zelf ook een drielettergrepige versvoet waarbij het accent op de laatste lettergreep ligt.
Aaneengeschreven wordt aaneengeschreven.
Bron
Het verschijnsel werd beschreven door Lex van Boetzelaer in het tijdschrift Onze Taal, in het nummer van mei 2005 en juli/augustus 2007.