
Een aardbeienslof is een Nederlandse gebaksoort. Een slof kenmerkt zich door een brosse, taaie koekbodem, gebakken in een ovale vorm met een vulling van amandelspijs en een rijkelijke aardbeientopping.
Een aardbeienslof wordt het beste vers gegeten. In de koelkast blijft hij ongeveer 1 tot 2 dagen goed, maar de bodem wordt dan wel minder krokant door het vocht van de aardbeien en de room.
Hoewel de exacte oorsprong niet volledig gedocumenteerd is, werd het gebak een landelijke hit nadat bakker Hodes uit Enschede in 1980 een prijs won met zijn recept voor de aardbeienslof. Sindsdien is het een standaardonderdeel geworden van de Nederlandse banketbakkerij.
Het type deeg, kruimelig en rijk aan boter, heeft een vulling van amandelspijs of banketbakkersroom die met de bodem worden meegebakken.
In Nederland vinden wedstrijden plaats onder banketbakkers wie de beste aardbeienslof kan maken.

De vorm van het gebak doet denken aan een pantoffel of "slof" zoals ook andere langwerpige objecten als slof worden aangeduid, bijvoorbeeld een slof sigaretten. Een vergelijkbare verklaring komt uit de aardbeienteelt: vroeger werden aardbeien vervoerd in mandjes die ook "sloffen" werden genoemd wederom vanwege de langwerpige vorm van die mandjes.
In sommige dialecten betekent "slof" dat iets dat krokant hoort te zijn (zoals een koekje), zacht is geworden door vocht. Dit is ironisch, aangezien een goede slof juist wordt geprezen om zijn brosse bodem, en dat deze bodem in de koelkast snel zacht kan worden.