Albert Starink

Albert Starink (Den Haag, 7 december 1917 – Wassenaar, 15 februari 2014) was een Nederlands ingenieur en verzetsmedewerker die tijdens de Tweede Wereldoorlog vanuit Parijs vluchtelingen hielp om bezet gebied te verlaten. Hij werkte samen met het ontsnappingsnetwerk Dutch-Paris en verzorgde onder meer onderdak, reisdocumenten en contacten voor Engelandvaarders.

Opleiding en verblijf in Frankrijk

Na de Nederlandse capitulatie in mei 1940 hervatte Starink zijn studie aan de Technische Hogeschool Delft. Hij studeerde in augustus 1941 af als ingenieur en ging vervolgens werken bij het Laboratorium voor Grondmechanica in Delft. In deze periode was hij getuige van de arrestatie van enkele vrienden die betrokken waren bij het Delftse studentenverzet.

Op 31 oktober 1942 vertrok hij via een uitwisselingsprogramma naar Gent. Zijn officiële reispapieren maakten het mogelijk tussen Nederland en België te reizen. Vanaf 1 juni 1943 liep hij stage bij een instituut in Parijs dat onderzoek deed naar voorgespannen beton. Ook tijdens zijn verblijf daar beschikte hij over een doorlaatbewijs waarmee hij naar Nederland kon reizen.

Via zijn vrienden Jojo Everard en (de latere ambassadeur) mr. Jan Strengers (1914-1994; na de oorlog getrouwd met verzetsvrouw jkvr. Agnès de Beaufort (1914-2002)), die in Brussel woonden, raakte hij betrokken bij een ontsnappingslijn naar Spanje.

Hulp aan vluchtelingen

De Rue Monsieur-le-Prince in Parijs, gezien vanaf het Carrefour de l'Odéon (2019). In deze straat ontving Starink op nummer 56 Engelandvaarders.

Starink beschikte door zijn werk over een pas waarmee hij de grens kon oversteken. Hij begeleidde vluchtelingen vanuit Brussel naar Parijs. Zij reisden grotendeels per trein, maar passeerden de grens te voet om controles te vermijden. In Parijs organiseerde hij tijdelijk onderdak en Franse identiteitspapieren. Vervolgens droeg hij de vluchtelingen over aan begeleiders voor het traject naar Zuid-Frankrijk.

Bij dit werk had Starink contact met Victor Swane en Mathijs van Roggen. Hij werkte ook samen met Dutch-Paris, het netwerk van Johan Hendrik Weidner. Historica Megan Koreman rekent hem in haar overzicht van de organisatie tot de leidinggevende medewerkers in Parijs.

Zijn rol komt naar voren in verschillende levensbeschrijvingen van Engelandvaarders. In januari 1944 meldden Sam Timmers Verhoeven en Chris van Oosterzee zich bij hem op de tweede verdieping van Rue Monsieur-le-Prince 56. Starink verwees hen naar het Hôtel de l'Observatoire aan de Boulevard Saint-Michel. Ook bracht hij de groep waartoe Ferry Staverman en Gijs den Besten behoorden in contact met iemand die valse identiteitspapieren vervaardigde. Deze papieren waren bestemd voor hun verdere reis naar de Pyreneeën.

Starink ontkwam aan arrestatie toen hij tijdens een verblijf bij Everard in Brussel onverwacht elders bleef overnachten. Diezelfde nacht kwam de Gestapo Everard arresteren.

Na de oorlog werd hij hoogleraar offshore engineering aan de TUDelft. Hij overleed in 2014 op 96-jarige leeftijd.

Archief

Het Verzetsmuseum Amsterdam bewaart onder objectnummer 13368 een collectie van Starink. Deze bevat persoonlijke documenten, identiteitspapieren, correspondentie en pasfoto's, evenals stukken betreffende Joodse vluchtelingen.