| Alexandre Tansman | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonsgegevens | ||||
| Volledige naam | Alexandre Tansman | |||
| Geboren | 11 juni 1897 | |||
| Overleden | 15 november 1986 | |||
| Land | ||||
| Opleiding en beroep | ||||
| Opleiding gevolgd aan | Universiteit van Warschau, Fryderyk Chopin Universiteit voor Muziek | |||
| Beroep(en) | dirigent en pianist | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Jaren actief | 1915-1985 | |||
| Instrument | piano | |||
| Stijl(en) | opera, symfonie | |||
| Belangrijkste werken | 9 symfonieën, pianoconcerten, cantate en opera's | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Lid van | Académie royale des sciences, des lettres et des beaux-arts de Belgique, Union of Polish Composers | |||
| Prijzen en erkenningen | Commandeur in de Orde van Kunst en Letteren | |||
| Links | ||||
| Website | ||||
| (en) IMDb-profiel | ||||
| (en) Last.fm-profiel | ||||
| (en) Discogs-profiel | ||||
| (en) MusicBrainz-profiel | ||||
| ||||
Alexandre Tansman (ook: Aleksander Tansman) (Łódź, 11 juni 1897 – Parijs, 15 november 1986) was een Pools-Frans componist, dirigent en pianist.
Tansman werd als zoon van Frans-sprekende Joodse ouders in Łódź geboren en groeide daar ook op. Al op 4-jarige leeftijd kreeg hij pianolessen en op 8-jarige leeftijd begon hij te componeren. Hij studeerde van 1908 tot 1914 piano en compositie bij Wojciech Gawroński aan het conservatorium van Łódź. Vervolgens vertrok hij naar Warschau en studeerde rechten aan de Universiteit van Warschau en promoveerde in 1918. Tegelijkertijd studeerde hij aan het conservatorium van Warschau contrapunt bij Piotr Rytel en compositie bij Henryk Melcer-Szczawiński.
Nadat hij bij de eerste compositiewedstrijd in 1919 van de Polski Klub Artystyczny (Poolse Artiestenclub) in Warschau met de werken Romans (Romance) (1918-1919) voor viool en piano, Impresję (Impressie) (1918-1919) voor piano en Preludium H-dur (Preludium in B) (1918-1919) voor piano drie prijzen had gewonnen, vertrok hij naar Parijs. Hier maakte hij kennis met de grote componisten van die tijd zoals Maurice Ravel, Albert Roussel, Arthur Honegger, Darius Milhaud, Andrés Segovia en Igor Stravinsky. Hij begeleidde Maurice Ravel in 1928-1929 op diens concerttournee door de Verenigde Staten.
Al in het begin van de jaren dertig was Tansman een belangrijk lid van wat wel de Parijse School wordt genoemd, een groep kunstenaars in Parijs aan het begin van de 20e eeuw, onder wie veel buitenlanders. In 1932 en 1933 maakte hij een concerttournee door de hele wereld, waarbij hij Hawaï aandeed, door de Verenigde Statenreisde, en Japan, China, de Filipijnen, Singapore, Nederlands-Indië, Maleisië, Ceylon, India, Egypte, Palestina en Griekenland bezocht. In 1937 was hij jurylid van de Koningin Elisabethwedstrijd voor viool in Brussel. In 1938 kreeg hij de Franse nationaliteit. Inmiddels was hij gescheiden van zijn eerste vrouw, Anna Eleonora Brociner. In 1937 trad hij in het huwelijk met de Franse pianiste Collette Cras, een van de dochters van de componist Jean Cras.
Als Joods componist met verbinding tot de muzikale moderne werd hij al spoedig tot speelbal van de wereldgebeurtenissen. Zijn naam verscheen in 1938 in de beruchte, door de nazi's gepropageerde en geënsceneerde expositie Entartete Musik, en na de deling van Frankrijk vluchtte hij in 1940 naar Nice. Zijn emigratie in 1941 via Lissabon naar de Verenigde Staten met zijn echtgenote en hun dochters, die beide nog zuigelingen waren, werd mogelijk gemaakt door grote steun van Charlie Chaplin, Arturo Toscanini, Sergej Koesevitski, Eugene Ormandy en Jascha Heifetz. In Los Angeles vond hij al spoedig een groep van Exil-kunstenaars. Hij werd een goede vriend en dagelijks bezoeker van Igor Stravinsky, over wie hij in 1948 een biografie schreef.
Na het einde van de Tweede Wereldoorlog kwam hij in 1946 eindelijk naar Frankrijk terug, omdat hij - zoals hij later steeds verklaarde - "Europa met heel zijn narigheid boven een goed leven in Amerika verkoos". Tot het einde van zijn leven componeerde hij, en hij schreef rond 300 werken. Tansman beleefde een carrière, die hem niet uitsluitend met de grote componisten van zijn tijd samenbracht, maar ook met talrijke persoonlijkheden van historische betekenis. Maar weinig componisten hebben een audiëntie bij de keizer Hirohito van Japan gekregen, of waren zes dagen persoonlijke gast van Mahatma Gandhi, hebben samen met George Gershwin aan de orkestratie van hun An American in Paris gewerkt, en de persoonlijke hulp van Charlie Chaplin kunnen genieten. Aan het einde van zijn leven was de wereldburger Tansman in drie van de hoogste Academiën van de Kunsten - in Frankrijk, België en in het vaderland Polen.
| Voltooid in | titel | aktes | première | libretto |
|---|---|---|---|---|
| 1927 | La nuit kurde | Prolog en 3 aktes | 1927, Radio Parijs | Jean-Richard Bloch |
| 1938 | La Toison d'or | 3 aktes | 13 april 1947, Parijs | Salvador de Madariaga |
| 1948 | Le Roi qui jouait le fou | 2 aktes | René Laporte | |
| 1953 | Le Serment | 2 schilderijen | 1954, Parijs | Dominique Vincent naar Honoré de Balzac |
| 1957-1958 | Sabbataï Zévi, le faux messie | Prolog en 4 aktes | 3 maart 1961 Parijs, Théâtre des Champs-Élysées | Nathan Bistritzky |
| 1963 | L'usignolo di Boboli | 1 akte | 21 juli 1965, Nice | Mario Labroca |
| 1973-1974 | Georges Dandin | 3 aktes | 25 juli 1974, Sarlat-la-Canéda | naar Molière |
| Voltooid in | titel | aktes | libretto | choreografie |
|---|---|---|---|---|
| 1922 | Le jardin du paradis | 4 taferelen | Hans Christian Andersen | |
| 1923 | Sextuor (wersja radiowa) radioballet | 1 akte | naar een verhaal van Alexandre Arnoux | Olga Preobrazenska |
| 1927 | Lumières | 4 scènes | André Couroy | |
| 1929 | Le cercle éternel | 2 taferelen | Jean Börlin | |
| 1935 | Bric-à-brac | 3 taferelen | Alexandre Arnoux | W. Ignatow |
| 1935 | La grande ville | 3 taferelen | Kurt Jooss | |
| 1946 | He, She and I | |||
| 1951 | Le train de nuit | Kurt Jooss | ||
| 1962 | Résurrection | 4 taferelen | Pierre Médecin, naar Léon Tolstoï | Françoise Adret |