Jean Cras

Jean Cras
Jean Cras
Persoonsgegevens
Geboren Brest, 22 mei 1879Bewerken op Wikidata
Overleden Brest, 14 september 1932Bewerken op Wikidata
Opleiding en beroep
Opleiding gevolgd aan École navaleBewerken op Wikidata
Leermeester(s) Henri DuparcBewerken op Wikidata
Erkenning en lidmaatschap
Prijzen en erkenningen Officier in het Legioen van Eer (10 juli 1920)Bewerken op Wikidata
Links
(en) Allmusic-profiel
(en) Discogs-profiel
(en) MusicBrainz-profiel
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Jean Émile Paul Cras (Brest (Frankrijk), 22 mei 1879 – Brest, 14 september 1932) was een Frans componist, scheepskapitein en marineofficier. Hij combineerde een carrière in de Marine nationale met het schrijven van klassieke muziek die invloeden vertoont van impressionisme en de Franse kamermuziektraditie.

Leven en werk

Cras werd geboren in een familie met een maritieme achtergrond. Hij volgde een opleiding aan de École navale (zeevaartschool) en maakte een lange carrière bij de Franse marine. Tijdens de Eerste Wereldoorlog onderscheidde hij zich en klom op tot de rang van viceadmiraal. Hij is de uitvinder van een nuttig navigatie-instrument voor de scheepvaart, de "Règle Cras", een parallelliniaal.

In 1906 trouwde Cras met de violiste Isaurette Paulette (1885). Ze kregen drie dochters, Isaure in 1908, Colette in 1909, Monique in 1910 en een zoon Pierre in 1912.

Muziek

Kapitein Jean Cras aan de piano, 1930

Naast zijn militaire werk hield hij zich intensief bezig met componeren, vaak tijdens zijn reizen op zee. Hij was een leerling en vriend van Henri Duparc, die hem aanmoedigde zijn muzikale talenten te ontwikkelen. Naast zijn drukke loopbaan als officier wist hij een aanzienlijk oeuvre op te bouwen. In zijn kapiteinshut stond altijd een piano.

Het werk van Cras kenmerkt zich door een verfijnde harmoniek en kleurrijke instrumentatie, vaak met inspiratie uit de zee en uit zijn geboortestreek Bretagne. Hij schreef kamermuziek, liederen, orkestwerken en stukken voor piano en voor harp. De lyrische opera Polyphème op een libretto van Albert Samain, gebaseerd op het verhaal van Acis en Galatea en de cycloop Polyphemus (uit Ovidius' Metamorfosen), geldt als zijn magnum opus en werd in 1922 met succes opgevoerd in de Opéra-Comique in Parijs.

Door zijn veelvuldig verblijf op zee had Cras betrekkelijk weinig contact met andere Franse componisten, al was hij bevriend met zijn leermeester Henri Duparc en met Maurice Ravel, Paul Dukas en Albert Roussel. Hoewel de muziek van zijn geboortestreek Bretagne hem interesseerde, hield hij zich afzijdig van "L’Association des compositeurs bretons", waarin een achttal componisten, onder wie Louis Aubert, Paul Le Flem, Paul Ladmirault en Joseph Guy Ropartz, streefde naar Bretonse culturele autonomie.

Cras zelf was van mening dat zijn talent het meest tot uiting kwam in kamermuziek. In het pianotrio (1907) wordt Bretonse volksmuziek verweven met Afrikaanse en Oriëntaalse melodiek. Zijn strijkkwartet "à ma Bretagne" (1919) wordt beschouwd als een van zijn meesterwerken en geldt als een belangrijke Franse bijdrage aan het genre in de vroege 20e eeuw. Het strijktrio (1926), dat hij componeerde terwijl hij drie maanden het bevel voerde over de proefvaarten van een marinekruiser, valt op door "een optimum aan kleuren en contrasten" Even bijzonder van timbre is het kwintet voor harp, fluit, viool, altviool en cello (1928). Deze werken vormen een synthese tussen de stijlen van César Franck en Henri Duparc enerzijds en die van Claude Debussy en Maurice Ravel anderzijds.

Ook zijn orkestsuite Journal de bord (1927), wel zijn 'symfonische autobiografie" genoemd, en diverse liedcycli (op gedichten van onder anderen Rodenbach, Verlaine, Baudelaire, Tagore en Omar Khayyám) tonen zijn persoonlijke stijl, die wortelt in de Franse traditie, maar altijd een eigen karakter behoudt.

In 1931, een jaar voor zijn dood, componeerde Cras een pianoconcert voor zijn dochter, de pianiste Collette Cras, die later trouwde met de Pools-Joodse componist Alexandre Tansman. Zijn andere dochter, de schilderes Monique Cras, zette zich na zijn dood in voor de inventarisatie en transcriptie van zijn zeer uitvoerige persoonlijke correspondentie.

Werkenlijst

Orkestwerk
Opera
Liederen
Kamermuziek
Solostukken voor piano of harp
Koormuziek

Literatuur