| Ali Kosh | ||||
|---|---|---|---|---|
Kaart met de locatie van Ali Kosh en andere sites met vroege veeteelt | ||||
| Situering | ||||
| Land | ||||
| Locatie | District Dehloran | |||
| Coördinaten | 32° 33′ NB, 47° 19′ OL | |||
| Informatie | ||||
| Datering | 7500 - 6500 v.Chr. | |||
| Periode | Neolithicum | |||
| ||||

Ali Kosh is een kleine tell uit het vroege neolithicum, gelegen in de provincie Ilam, in het Zagrosgebergte in westelijk Iran. Het werd in de jaren 1960 opgegraven door Frank Hole en Kent Flannery. In 2017 werd Ali Kosh stratigrafisch en chronologisch opnieuw onderzocht door Hojjat Darabi.
De locatie heeft een diameter van ongeveer 135 meter.
Onderzoek heeft drie bewoningsfasen van de site aan het licht gebracht. Over de precieze duur van de bewoning wordt gedebatteerd; eerdere auteurs gingen ervan uit dat de site gedurende bijna 2000 jaar bewoond was, beginnend rond 7500 v.Chr. Maar recente analyses (2018) wijzen slechts op een bewoning van 1000 jaar.
De site werd oorspronkelijk bewoond tijdens het pre-keramisch neolithicum. Aardewerk werd in Ali Kosh geïntroduceerd tijdens de derde bewoningsfase. Het nabijgelegen Chogha Sefid kent slechts één pre-keramiekfase, waarna de bewoning zich uitstrekte tot in de kopertijd.
Er zijn drie fasen in de bewoningsontwikkeling vastgesteld.
De Bus Mordeh-fase begon rond 7500 v.Chr. De nederzetting begon als een groep kleine, rechthoekige huizen met meerdere kamers, gebouwd van aangestampte aarde. De bewoners ontwikkelden een economie gebaseerd op het hoeden van schapen en geiten, de jacht en het verzamelen van wilde planten.
Deze fase werd gedateerd rond 7250-7000 v.Chr. In grotere huizen werden de overledenen onder de vloer begraven, soms met diverse grafgiften. Het vervormen van de schedel door middel van verbanden tijdens de kindertijd deed zijn intrede, mogelijk als teken van de verschillende status van de dragers. De economie vertoonde een intensievere agrarische basis, ondersteund door visserij en schelpdierenvisserij als aanvulling op het dieet.
Deze fase werd gedateerd tussen 7000 en 6500 v.Chr. De huizen waren van steen gemaakt en er was een begraafplaats in de nabije omgeving. De werktuigen waren van vuursteen, met enig gebruik van obsidiaan. Gepolijste stenen vaten, handmolens, vijzels en manden (soms bekleed met pek) werden gebruikt. Aardewerk verscheen op de locatie in deze periode rond 7000 v.Chr.; er werden versierde vazen en menselijke en dierlijke beeldjes gemaakt. Sommige materialen werden uit andere gebieden geïmporteerd, zoals gedegen koper en turkoois. Er waren ook andere verbanden met gelijktijdige culturen van West-Azië. Tijdens de zomer werden de kuddes naar de weidegebieden in de hooglanden gebracht.
De nederzetting werd na die tijd niet meer bewoond.
Ali Kosh was de vroegste landbouwgemeenschap in westelijk Iran, waar emmertarwe al in het 8e millennium v.Chr. werd verbouwd. Dit gewas was niet inheems in het gebied. Er was ook wilde tweerijige gerst aanwezig, en werden geiten en schapen gehouden.
Een vergelijkbare vindplaats op de vlakte van Dehloran is Chogha Sefid, en ook Tepe Abdul Hosein in Luristan. Alle drie hebben vergelijkbare stenen werktuigen. Ganj Dareh in Luristan, eveneens vergelijkbaar, is zelfs nog iets ouder dan deze.
In 2017 vonden archeologen in Ali Kosh verschillende skeletten. Er werden 7 schedels gevonden, die alle sporen vertoonden van rituele schedelvervorming.
Het meest opvallende kenmerk van alle schedels was hun min of meer uitgesproken kunstmatige vervorming, die duidelijk zichtbaar was ondanks postmortale veranderingen en fragmentatie van alle schedels. In alle gevallen was er sprake van een omtreksmodificatie, als gevolg van het aanbrengen van een band die om de schedel was gewikkeld...Kunstmatige schedelvervorming kwam veel voor in het Nabije Oosten en vooral in Iran tijdens het Neolithicum en het Chalcolithicum...
— Human remains from Ali Kosh, Iran, 2017
Eerder werden door Hole en Flannery al soortgelijke schedels opgegraven in het gebied.
Een andere ongebruikelijke culturele praktijk die onderzoekers in deze schedels hebben waargenomen, was de rituele avulsie van de voortanden (het verwijderen van een of meer tanden). Een dergelijke praktijk was in de oudheid vrij gebruikelijk over de hele wereld.
Een andere culturele modificatie van het hoofd die in Ali Kosh werd waargenomen, was de avulsie van de rechterbovenste eerste snijtand bij alle volwassen mannen, maar niet bij kinderen of adolescenten.... Tandavulsie kwam veel voor tijdens het vroege Holoceen in Noord-Afrika, en werd ook af en toe waargenomen in de Natufische cultuur...
— Human remains from Ali Kosh, Iran, 2017
Volgens de onderzoekers was een dergelijk gebruik nog niet eerder gemeld voor het oostelijke deel van de Vruchtbare Sikkel.