| Archief Gent | ||
|---|---|---|
| Andere naam | De Zwarte Doos | |
| Opgericht | 1 januari 2017 | |
| Locatie(s) | Dulle-Grietlaan 12, Gentbrugge, Gent | |
| Adres | Dulle-Grietlaan 12 | |
| Overig | ||
| Toegang | publiekelijk | |
| [Officiële website Officiële website] | ||


Archief Gent is de archiefdienst van de stad Gent en het OCMW. Archief Gent is ontstaan na de fusie van het Stadsarchief Gent en Archief OCMW Gent in 2017.
De dienst huist in De Zwarte Doos, een vernieuwbouw uit 2005 met een opvallende zwart beklede depotruimte aan de Dulle-Grietlaan 12 in Gentbrugge, een deelgemeente van Gent. De naam "De Zwarte Doos" refereert ook aan de zwarte doos van een vliegtuig waarin alle vluchtgegevens worden bijgehouden. In De Zwarte Doos worden de informatiebronnen voor de geschiedenis van de stad Gent bewaard: zowel archeologische vondsten als archief.
In hetzelfde gebouw is ook Stadsarcheologie Gent gehuisvest. Het gerenoveerde gebouw was een deel van de metaalfabriek, de Puntfabriek (Arbed-site).
Het Stadsarchief zag officieel het levenslicht op 28 oktober 1817. Stadssecretaris François Hye-Schoutheer kreeg toen van de Gentse Regeringsraad de zorg over de stedelijke archieven toegewezen. In 1819 werden drie zalen ingericht op de eerste verdieping van het voormalig Schepenhuis van Gedele op de hoek van de Botermarkt en de Poeljemarkt, zodat de archieven er konden worden ondergebracht. Een belangrijke realisatie in de pioniersjaren was de publicatie van een inventaris van de Gentse charterverzameling, de Inventaire analytique des chartres et documents, gepubliceerd tussen 1849 en 1867, waaraan de archivarissen Charles Parmentier, Prudens Van Duyse en Edmond De Busscher werkten.
Het Gentse archief werd verder geprofessionaliseerd in 1863, toen op 16 januari de Archiefcommissie door de gemeenteraad in het leven werd geroepen. Deze commissie formuleerde voorstellen aan het archief voor werkzaamheden aan de collectie en taken voor het personeel. Hetzelfde jaar werd ook de systematische organisatie en classificatie van het luik modern archief, met stukken die dateren vanaf 1796, begonnen.
Stadsarchivaris Victor Vander Haeghen publiceerde in 1896 met Inventaire des archives de la ville de Gand. Catalogue méthodique général een algemeen overzicht van de inhoud van het oud archief. In 1983 verscheen een herwerking van deze archiefgids, opgesteld door Johan Decavele en Johan Vannieuwenhuyse.
Gedurende de bezetting van Gent door de Duitsers tijdens de Eerste Wereldoorlog werden de kostbaarste bescheiden ondergebracht in het Gentse Rijksarchief, dat toen gehuisvest was in het Geeraard de Duivelsteen. Ze zouden pas na de oorlog terugkeren naar het Stadsarchief.
In 1931 en 1932 verhuisde het volledige archief van het stadhuis naar de voormalige gebouwen van de Berg van Barmhartigheid in de Abrahamstraat. Op deze plaats wordt in hetzelfde jaar ook de bibliotheek van de Maatschappij van Geschiedenis- en Oudheidskunde ondergebracht. In 1935 keerde een belangrijke collectie terug naar het Stadsarchief: de Atlas Goetghebuer, een collectie aangelegd door Pierre-Jacques Goetghebuer die eerder in bewaring was gegeven in de Stads- en Universiteitsbibliotheek van Gent.
In 1958 vernieuwde het archief zich ook op technologisch vlak en werd een fotografisch laboratorium op poten gezet. Dit laboratorium zou vooral foto's en microfilm aanmaken voor de eigen dienst en het publiek. Omstreeks 1960 beschikte het Stadsarchief ook over een boekbindatelier, waar kleinschalige restauraties konden worden uitgevoerd.
In 2000 werd de vriendenkring ’t Archief opgericht. Gent on Files vzw biedt ondersteuning bij allerhande projecten en maakt het archief beter bekend door het organiseren van uitstappen en lezingen en het uitgeven van een tijdschrift, @rchieflink.
In 2005 verhuisde het Stadsarchief onder leiding van archivaris Leen Charles uit de Berg van Barmhartigheid naar De Zwarte Doos.
Tussen 2010 en 2017 voerde het Stadsarchief twee belangrijke inventarisatie- en digitaliseringsopdrachten uit met behulp van Vlaamse subsidies voor ontwikkelingsgerichte erfgoedprojecten. Een eerste project had als uitgangspunt de collecties en het archief van de Gentse ontwerper Maarten Van Severen. Een tweede project beoogde de digitalisering en ontsluiting van een representatief staal van Vlaamse tekstaffiches uit de Eerste Wereldoorlog. Binnen het kader van dit project werd in samenwerking met de Erfgoedcel Zuidwest en Casa Blanca vzw ook een educatief pakket ontwikkeld voor leerlingen van de derde graad van het lager onderwijs.
Stagiairs uit de opleiding archivistiek van de Vrije Universiteit Brussel, zoals Timo Van Havere, Thibaut Matthys, Wout Saelens en Florian Van de Walle, verrichtten tussen 2013 en 2019 heel wat nieuw opzoekingswerk in verband met de instellingsgeschiedenis van het Gentse Stadsarchief en de geschiedenis van zijn collecties. De middeleeuwse geschiedenis van het Gentse stadsarchief was het onderwerp van het doctoraatsonderzoek van Tineke Van Gassen.
Het OCMW Archief Gent gaat terug op de 19de-eeuwse archiefdiensten van het vroegere secretariaat van de Burgerlijke Godshuizen en het Bureel van Weldadigheid in Gent. De pioniersjaren van deze archiefdienst waren tot 2016 nog niet goed onderzocht.
Omstreeks 2005 kreeg het OCMW-archief een nieuwe dynamiek door de ingebruikname van een nieuw archiefgebouw en de aanstelling van nieuwe personeelsleden. Omdat het historisch archief van het OCMW beperkt in omvang was (en reeds eerder deels naar het Stadsarchief was overgebracht), koos de dienst ervoor in te zetten op het ondersteunen van de diensten van het OCMW bij hun archief- en informatiebeheer en het bewaren van semi-dynamisch archief. Dit hield het Archief echter niet tegen om in beperkte vorm een culturele archiefwerking uit te bouwen die bekroond werd met een kwaliteitslabel als cultureel archief.
Het Archief verzorgde het dynamisch informatie- en documentatiebeheer van de diensten van OCMW Gent en zorgde ervoor dat het publiek inzicht kon krijgen in de geschiedenis van de armenzorg en maatschappelijke dienstverlening in Gent sinds 1796.
Tot 1975 werden de archieven van de toenmalige Commissie van Openbare Onderstand (COO) Gent bewaard op verschillende plaatsen, zoals boven het oude Economaat en de Ontvangerij, gelegen op de hoek van de Zandpoortstraat en de Sint-Martensstraat. De ruimten die daar vrij waren, werden ingenomen om archieven onder te brengen. Onder leiding van Radulphus Vandeputte werd destijds overgegaan tot het inventariseren van deze collectie. Nog in 1975 werd een nieuw aangekocht gebouw in de Sint-Martensstraat ingericht als opslag voor archieven. Op de twee verdiepingen was er voldoende ruimte beschikbaar om rolkasten te plaatsen, wat een grote ruimtewinst opleverde. De archieven werden op archiefreeks in de volgende volgorde in de rolkasten geplaatst: Bureel van Weldadigheid, Burgerlijke Godshuizen, COO-OCMW. Er was op de locatie aan de Sint-Martensstraat ook nog ruimte beschikbaar voor een bibliotheek, waarin het Belgisch Staatsblad (van 1848 tot heden) een van de grootste reeksen was.
Na tien jaar, halverwege de jaren tachtig, begon het archief zich bewust te worden van een toenemend plaatsgebrek en moest het daarom op zoek naar nieuwe mogelijkheden. Men speelde met het idee van een Archiefkelder en begon daarom in 1987 met de voorbereidingen voor een nieuw administratief complex in de Sint-Martensstraat, waar ook het archief opnieuw een plaats zou krijgen. Na enkele problemen met deze archiefkelder werd een deel in de kelder ondergebracht en een deel in het Tehuis Leieland, nu Campus Prins Filip. In het najaar van 2001 moesten de archieven uit Tehuis Leieland opnieuw verhuizen. Stukken werden tijdelijk opgeslagen in een archiefruimte in Drongen. Daarna werd alles in een spoedoperatie terug overgebracht naar een bergruimte op de administratieve campus aan de Watersportbaan.
In het voorjaar van 2005 werd de eerste steen van het nieuwe archiefgebouw onthuld. Dit gebouw ligt aan de Neermeerskaai, dicht bij de gebouwen van de huidige campus Prins Filip aan de Jubileumlaan en de Offerlaan. Op 16 oktober 2006 begon de verhuizing van de archiefdienst naar het nieuwe gebouw dat op 1 december officieel werd ingehuldigd. Het archief bleef daar gehuisvest tot de integratie in het Stadsarchief Gent in 2017.
Aangezien het voormalige Gentse Stadsarchief de documenten bevatte die het resultaat waren van de dagelijkse beheersactiviteiten van de bestuurders, bestaat een groot deel van de collectie van Archief Gent uit overheidsarchief van de stad Gent dat teruggaat tot de Middeleeuwen. Het oud archief bevat stukken die dateren van voor 1795. De inhoud staat beschreven in de Archiefgids van Archief Gent en de collectie omvat onder meer stukken van stedelijke archieven (zoals stadscharters, vorstelijke plakkaten, briefwisselingen, wetsvernieuwingen etc.), documenten van besluitvorming (zoals resoluties en voorgeboden), stadsrekeningen en stukken over openbare en private werken.
Het modern archief van de stad Gent pikt de draad op waar het oud archief stopt in 1795. Aanleiding voor deze splitsing zijn de radicale hervormingen van het stadsbestuur tijdens de Franse bezetting. Ook in deze afdeling van het archief gaat het voornamelijk over overheidsarchief. De inhoud van het modern archief staat ook beschreven in een archiefgids. De reeksen van het modern archief zijn thematisch geordend en genummerd met ofwel een letter, voor de periode van 1795 tot 1913, of een Romeins cijfer, voor de periode vanaf 1913. Meer recent kregen overdrachten van stadsdiensten een overdrachtsnummer mee voor de vindbaarheid. Dit luik van het archief bevat onder andere briefwisselingen, processen-verbaal, besluiten van de gemeenteraad en stukken over allerlei onderwerpen zoals belastingen, kadaster, openbare werken, verkiezingen, bevolkingsaangelegenheden, etc. Ook de voormalige archieven van de deelgemeenten van Gent werden na de fusie in 1977 stelselmatig overgebracht naar Archief Gent.
Het archief van het OCMW van Gent bevat archieven uit verschillende periodes, waarvan de voornaamste de archieven van het Bureel van Weldadigheid en de Commissie van Burgerlijke Godshuizen van Gent zijn. Deze archieven dateren uit de periode tussen 1796 en 1925. Dit waren burgerlijke instellingen die in 1796 werden opgericht door de Franse revolutionairen ter vervanging van de Armenkamer die in 1535 was opgericht door Keizer Karel. De Commissie van Burgerlijke Godshuizen was belast met het beheer van alle godshuizen en van alle bejaarden, vondelingen, invaliden, zieken, wezen en verlaten kinderen, terwijl het Bureel van Weldadigheid thuiswonende armen ondersteunde. Vooral de registers over de vondelingen uit de archieven van de burgerlijke godshuizen worden vandaag nog vaak aangevraagd en zijn online raadpleegbaar. Het modern archief OCMW Gent bevat ook de archieven van de Commissie van Openbare Onderstand, die stukken bevat voor de periode van 1925-1977. Het grootste deel van de inventarisnummers in dit luik slaat op sociale dossiers en dossiers van het speciaal onderstandsfonds. Ten slotte vallen ook de archieven van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn voor de periode van 1977 tot heden onder deze koepel.
Archief Gent verzamelt naast archieven van overheidsinstellingen en het gemeentebestuur ook private archieven. Dit zijn voornamelijk archieven van personen, families, bedrijven, organisaties en verenigingen met een link aan de stad en enig cultureel of historisch belang. Zo bevat het archief stukken die afkomstig zijn van het hospitaal en klooster van de Bijloke, van Gentse textielbedrijven, van Nobelprijswinnaar Maurice Maeterlinck, van fotograaf Michiel Hendryckx en van architect-ontwerper Maarten Van Severen. Een overzicht van de private archieven in Archief Gent staat op Archiefbank Vlaanderen.
Deze collectie omvat vooral objecten zoals stempels, vondelingenstofjes en -herkenningstekens, vlaggen, enkele schilderijen, godsdienstige voorwerpen en armenbussen afkomstig uit het voormalige OCMW-Archief Gent.
Archief Gent bewaart een grote hoeveelheid bouwtekeningen, -plannen en -foto's. Daarnaast bewaart Archief Gent ook collecties van private archiefvormers, een uitgebreide fototheek met foto's, prentbrief- en porseleinkaarten en een prentenkabinet. Het gaat bij deze collecties vaak over historische beeldcollecties die gelinkt kunnen worden aan Gent, of verzamelingen samengebracht door vooraanstaande verzamelaars zoals Pierre-Jacques Goetghebuer, Armand Heins, Edouard de Keyser of Jérôme Storme, die grote aantallen tekeningen, schilderijen en prenten bevatten. Archief Gent wil systematisch inzetten op de digitalisering van de collectie en deze ontsluiten naar een breed publiek via de beeldbank van Stad Gent.
Geluidsopnames, films en video's worden gedigitaliseerd op hoge resolutie in samenwerking met het Vlaams Instituut voor Archivering en het Koninklijk Belgisch Filmarchief.
De erfgoedbibliotheek telt meer dan 30.000 titels en heeft de geschiedenis van Gent en de Lage Landen als onderwerp. De catalogus is opgenomen in CaGeWeB, de online catalogus van de Gentse Wetenschappelijke Bibliotheken. De bibliotheek van het voormalige OCMW-archief zit fysiek in de archiefdepots van de Neermeerskaai en is online opgenomen in de catalogus van De Krook. In deze collectie zitten vooral historische en juridische werken over het OCMW, de geschiedenis van het OCMW en zijn rechtsvoorgangers, over Gentse wezen en vondelingen en allerhande publicaties over maatschappelijk welzijn.
Het Archief Gent bewaart verschillende stukken met esthetische, historische of wetenschappelijke waarde:
De fotoverzameling die werd gebruikt voor de uitgave van het Kriegsalbum von Gent is sinds 2014 erkend als een Vlaams topstuk. De foto's tonen het leven in Gent tijdens de Duitse bezetting in de Eerste Wereldoorlog. In 2018 werden de foto’s van het Kriegsalbum gepresenteerd in een moderne uitgave.
Houtbrekers en timmerlieden vormden in Gent twee afzonderlijke ambachten, die in de 17e eeuw regelmatig met elkaar in conflict kwamen. Om daar een eind aan te maken, werd in 1686 een gezamenlijk ambacht opgericht, met Pieter Pennekijn en Pieter van Beirleere als gezworenen. Zij besloten de namen van de bestuursleden te laten optekenen in een register dat jaarlijks aangevuld werd. Naast kalligrafische passages bevat het ook miniaturen. Kunstenaars zoals Augustinus Cnudde (zoon van schilder Lodewijk Cnudde), Louis ’t Kindt (zoon van architect David ’t Kindt), en Frans Van Paemel werkten mee aan dit register. Het beslaat de periode 1685-1772 en is online te bezichtigen.
Jacques Horenbault was een Gents schilder en landmeter. In 1618 kreeg hij de opdracht van het Gentse stadsbestuur om het juridisch gebied van de stad in kaart te brengen. Het Groot Plan dat Horenbault afleverde, is een van de vroegste iconografische weergaves van Gent die technisch redelijk accuraat is. Naast een historische waarde heeft de kaart ook een grote esthetische waarde. Horenbault versierde de kaart met cartouches, vignetten en wapenschilden in barokstijl, doordrongen met symboliek die verwijst naar het stadsbestuur.
De kaart werd voor het eerst gerestaureerd in de jaren 1830. Na enkele jaren merkte men echter dat de kaart verder bleef aftakelen, zodat men in de jaren 1870 besloot een kopie te maken. In de jaren 1980 werd de kaart opnieuw gerestaureerd. De kaart is digitaal beschikbaar op de beeldbank van Gent.
Arent van Wijnendale werkte als kunstschilder in Gent en het album over de stad is een van zijn bekendste werken. Verschillende religieuze gebouwen in Gent zijn hierin opgenomen voordat ze werden vernietigd in de godsdienstoorlogen. Zijn collectie is voor onderzoekers die architectuur in het zestiende-eeuwse Gent bestuderen belangrijk, omdat zijn tekeningen dikwijls de enige beeldende bron zijn die we voor een gebouw hebben. Dankzij onderzoek van Marc De Vleeschouwer aan dit album weten we hoe de Sint-Veerlekerk eruitzag voor haar ontmanteling in 1582. Na de dood van van Wijnendale kwam de collectie in handen van Christophe van Huerne en het is nu deel van de reeks Atlas Goetghebuer.
Gent overleefde de godsdienstoorlogen niet zonder kleerscheuren. Volgens de Gentse kroniekschrijver en politiemeester Justus Billet lag Gent er aan het begin van de zeventiende eeuw niet al te best bij. Het beleid was erg gericht op stadsvernieuwing, niet alleen door het restaureren van publieke gebouwen, maar ook door steun aan particuliere werken. Omdat houten gevels te vaak stadsbranden veroorzaakten, moedigde het stadsbestuur stenen gevels aan met subsidies. Gent leed echter onder haar succes. De gevels gaven de stad een dergelijke schoonheid dat het stadsbestuur de subsidies steeds verder opdreef. Het bestuur in Brussel ging echter niet akkoord met de hoge uitgaven en in 1671 kwam er een eind aan de subsidies.
Toch bleven de stenen gevels populair. Van 1672 tot 1795 moesten bouwaanvragen worden ingediend bij de schepenbank van de keure. Deze aanvragen zijn van bijzondere waarde, omdat de meeste voorzien zijn van tekeningen met gevelontwerpen. Als de stadssecretaris een positief advies uitbracht, bezochten twee schepenen, de secretaris en de politiemeester de locatie. Het gaat om meer dan vijfduizend bouwaanvragen, waarvan bij 2884 nog de geveltekening werd bewaard, meer dan in enige stad in België. Deze reeks is te raadplegen via de beeldbank.
Het Guldenboek van de Academie voor Schone Kunsten (tegenwoordig KASK) is een versierd boek waarin de beschermheren van de academie en belangrijke bezoekers hun handtekening plaatsen. Men begon het boek in 1770, maar tot op de dag van vandaag wordt het aangevuld. Het bevat onder andere handtekeningen van Karel van Lotharingen, bisschop Lobkowitz van Gent, Napoleon Bonaparte en leden van de Belgische koninklijke familie. Het boek werd vormgegeven door verschillende kunstenaars, waarbij Pieter van Reysschoot belangrijke bijdragen voor de achttiende eeuw leverde. De handtekeningen van de personen worden vergezeld van allegorische voorstellingen die de persoonlijkheid of het verleden van de persoon in kwestie moeten verbeelden.
De Karolijnse Concessie of Concessio Carolina is een belangrijk document dat Gent verbindt met de bredere Europese geschiedenis. Karel V, op dat moment de machtshebber in de Nederlanden, was in oorlog met Frankrijk en legde steden een belasting op voor de financiering, maar de collatie van Gent (een raad met drie geledingen: de poorters, de kleine neringen en de grote nering) weigerde te betalen. De landvoogdes van Vlaanderen, Maria van Hongarije, liet onder druk de belasting toch innen, waarna Gent in opstand kwam. Karel onderdrukte de opstand in 1540, legde symbolische straffen op en perkte de stedelijke vrijheden in. De Karolijnse Concessie bepaalde bijvoorbeeld dat de Sint-Baafsabdij moest worden afgebroken om de stenen te gebruiken bij de aanleg van het Spanjaardenkasteel. Tevens werd de collatie teruggedrongen naar een raad met alleen zes poorters. Ook de neringen werden ingeperkt: 54 neringen werden er 21.
Het leven van Justus Billet is voor de zeventiende eeuw redelijk opmerkelijk. Tot zijn veertigste leidt hij een vrij avontuurlijk leven in het buitenland en bezoekt hij onder andere Zwitserland, Duitsland en Frankrijk. Terug in zijn geboortestad Gent richt hij zich op het verkopen van zaken zoals lijnwaad en zout. Wonend in het oud gildehuis van de goud- en zilversmeden in de Hoogpoort krijgt hij verschillende aanzienlijke titels binnen de stad. Zijn bekendste ambt bekleedde hij vanaf 1658: als vijftigjarige werd hij politiemeester. Onder andere moest hij gedetailleerd toezicht houden op de openbare werken. Alles wat hem opviel, rapporteerde hij in zijn politieboeken, die niet enkel administratief zijn, maar doorspekt zijn met persoonlijke anekdotes en opmerkelijke gebeurtenissen.

Pierre-Jacques Goetghebuer was een 19e-eeuwse Gentse architect, en een omvangrijke collectie van historische kaarten en prenten is naar hem vernoemd. Goetghebuer begon in 1820 met het verzamelen van allerhande beeldmateriaal dat betrekking had op Gent, en zijn collectie vormt het hart van wat vandaag de Atlas Goetghebuer wordt genoemd. Zijn collectie bevatte werken van Jacques Horenbault, Jean-Baptiste Wynantz en Arent Van Wijnendale, maar ook van Goetghebuer zelf, die een getalenteerd tekenaar was. Naast het verzamelen van oude prenten en het zelf tekenen van Gentse gebouwen gaf Goetghebuer soms ook opdrachten aan andere kunstenaars.
Het stadsbestuur kocht de verzameling van meer dan vierduizend stukken aan in 1867, na het overlijden van Goetghebuer In 1874 werd de belangrijke collectie van Auguste Van Lokeren geïntegreerd in de Atlas Goetghebuer. Ook delen van het archief van de stad zelf vonden in de loop der jaren hun weg naar de Atlas Goetghebuer. De Atlas Goetghebuer telt vandaag meer dan negenduizend stukken en is van bijzonder belang voor het architecturaal verleden van Gent.
De stadsrekeningen van Gent vormen een opmerkelijke tijdreeks, van de veertiende eeuw tot het einde van het ancien régime, met slechts enkele kleine hiaten. Wat de veertiende-eeuwse rekeningen uniek maakt in Vlaanderen, is dat ze in het Middelnederlands zijn opgesteld en niet in het Frans. De rekeningen zijn bijna allemaal in codexvorm bewaard. De laatste rekening die nog op rolvorm stond, dateert van 1319-20. De uitgaven werden per uitgavepost ingedeeld en de belangrijkste bleven gedurende het hele ancien régime onveranderd. De stadsrekeningen tonen evenementen waar we anders vaak weinig over ingelicht worden. Bezoeken aan het buitenland, uitgaven voor geschenken en uitgaven voor stadsfeesten kunnen aan de hand van de stadsrekeningen worden uitgepluisd.
Stadsrekeningen dienden vooral voor controle door de vorst, maar ook aan anderen werd verantwoording afgelegd. Aan het begin van een nieuw schepenjaar (15 augustus) werden de rekeningen in de oude halle voorgelezen aan het volk. De schepenbank van de Keure was verantwoordelijk voor de opstelling van de rekeningen. Ze werden echter bewaard in de Tresorie van het stadhuis, en na de Karolijnse Concessie in de Thesauriezaal.
Aan het begin van de veertiende eeuw kende Gent twee schepenbanken: die van de Keure en die van de Gedele, ingesteld door Filips de Schone, ter vervanging van het college van de XXXIX. Toen Filips de Schone kortstondig de macht in Gent heroverde, stelde hij de schepenbank van de Keure aan voor het dagelijkse beheer van de stad en het strafrecht. De schepenbank van Gedele beheerde de goederen van minderjarige wezen, maar zij diende ook als vredegerecht.
Beide schepenbanken hielden in jaarregisters hun akten bij, die nagenoeg allemaal bewaard zijn gebleven. Ze noemen mensen die in andere bronnen niet te vinden zijn en vormen ook een primaire bron voor het dagelijkse reilen en zeilen van de stad. De schepenen van Gedele lieten de boekbanden beschilderen met het wapenschild van de voorschepen. Toen de Franse republiek in 1790 een wet uitvaardigde tot het vernietigen van wapenschilden en symbolen van adel, werden ze overgeschilderd met grijze olieverf. Pas onder stadsarchivaris Victor Vander Haeghen werd in de jaren 1880 met de gebundelde inspanning van Ernest Lacquet en Herman Van Duyse een procedé gevonden om de verf te verwijderen en de wapenschilden bloot te leggen. De wapenschilden werden nog een tijdlang tentoongesteld in de troonzaal van het stadhuis.
De stedelijke commissie voor monumenten en stadsgezichten (SCMS) werd op 27 december 1823 opgericht door het provinciaal bestuur van de provincie Oost-Vlaanderen. Ze bestond in haar beginjaren voornamelijk uit cultuurminnende Gentenaars zoals François Hye-Schoutheer, Lodewijk Roelandt en Lieven de Bast. Zij moesten een adviesraad vormen voor het stadsbestuur bij zaken zoals de restauratie of afbraak van gebouwen. Deze commissie slaagde erin om de Sint-Baafsabdij te behouden en was een belangrijke kracht bij de restauratie van het Gravensteen.
De eerste foto’s van deze collectie werden gemaakt in de jaren zestig van de negentiende eeuw door Charles D’Hoy. Dit luidde het startschot in om tal van foto’s te maken van Gent. De foto’s die aan de overgang van de negentiende naar de twintigste eeuw zijn gemaakt, worden gebruikt bij adviezen voor restauraties en ze documenteren ook grootschalige werken in de stad. Door grote stadsvernieuwingswerken zoals het Zollikofer-Devigneplan vanaf de jaren 1880, en de voorbereidingen voor de wereldtentoonstelling van 1913, verloor Gent zijn negentiende-eeuwse straatbeeld, maar met deze fotocollectie is dit vrij nauwkeurig te reconstrueren. De SCMS had geen eigen fotograaf in dienst en kocht daarom foto’s direct bij de fotografen zelf. Aan de collectie, die vandaag meer dan zevenduizend stuks telt, hebben enkele bekende Gentse fotografen belangrijke bijdragen geleverd, waaronder Edmond Sacré.
Een groot deel van de foto’s is online raadpleegbaar op de beeldbank van Gent.
Jean-Baptiste Joseph Wynantz was een Nederlandse kunstschilder die aan het begin van de negentiende eeuw verschillende aquarellen maakte van Gent. Hij werkte voornamelijk in de periode van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815-1830), toen de industrialisering zijn intrede deed en het straatbeeld volledig veranderde. Meer dan 150 aquarellen van Gent worden aan hem toegeschreven, waarvan er 134 bewaard zijn in Archief Gent. Hij laat plekken zien waar anders nauwelijks beeldmateriaal van is, zoals het zicht op de Muinkmeersen, vlak voor de oprichting van het Zuidstation. De architect Pierre-Jacques Goetghebuer verwierf en annoteerde ze, waardoor we nog altijd weten waar we naar kijken.
De vondelingenregisters kenden hun oorsprong in de Franse periode. De sterk administratieve inslag van dit regime liet zich gelden op elk niveau van de samenleving, en in steden werden alle vondelingen op een centraal punt bijeengebracht. In Gent was dit in Sint-Jan-in-d’olie, waar de vondelingenschuif of “rolle” geïnstalleerd werd. De Burgerlijke Godshuizen beschreven het tijdstip van de achterlating, de kleren van het kind en de geschatte leeftijd, en als er een briefje achtergelaten werd ook de gewenste naam.
De rolle werd in Gent opgericht in 1820 en bleef als langste in Vlaanderen bestaan tot 1863. De registers van de vondelingen beginnen echter al in 1796 en lopen tot 1861. De vondelingenregisters zijn niet alleen een sleutelbron voor genealogen maar ook voor sociale geschiedenis. Daarnaast bevatten ze soms ook briefjes van de ouders of stukjes stof van de kleren van de kinderen, wat een indruk geeft van de minder gegoede klasse. De registers werden volledig gedigitaliseerd door het archief van het OCMW te Gent (heden Archief Gent). De stukjes stof werden ook digitaal raadpleegbaar gemaakt op de website van erfgoedinzicht.
Bij of na een hevige brand in 1176 zijn oorkonden verloren gegaan en de oudst bewaarde is van Filips van de Elzas uit 1178. Het is onduidelijk waar de Gentse oorkondenschat bewaard is na die brand. In de veertiende eeuw was het klooster van de Fransiscanen ongetwijfeld een archiefplaats, maar voor actuele charters waren er speciale plaatsen zoals het schepenhuis van de keure op het stadhuis. Vanaf 1400 werd de volledige oorkondeschat uiteindelijk verplaatst naar het Belfort. Momenteel worden de stadscharters bewaard in Archief Gent in de Zwarte Doos. Een eerste belangrijke ontsluiting kwam er dankzij de archivarissen Prudens Van Duyse en Edmond De Busscher. In 2009 is er een project begonnen om de Charters op een betere manier te bewaren.
De familiepapieren in Archief Gent vormen wellicht een van de grootste raadsels. Dit archieffonds is nauw verwant aan het fonds ‘vreemde steden’ en het fonds ‘familiehandboeken’ en de genealogieën, en het bevat allerlei informatie over families binnen en buiten Gent. Hun link is de consignatiekamer van het Gentse stadsbestuur in de zeventiende en achttiende eeuw. De consignatiekamer vormde een belangrijk onderdeel van de twee schepenbanken van Gent en het bredere Gentse kwartier. De consignatiekamer kan worden gezien als een soort bewijskamer waar gerechtelijke partijen de stukken konden bekijken.
Onderzoek van Wout Saelens wees uit dat veel van de geconsigneerde familiepapieren hun plaats in het archief vonden door erfkwesties in verband met priesters. Het archief van de consignatiekamer lag lange tijd in wanorde op de zolder van het stadhuis en werd in de negentiende in vier aparte fondsen ingedeeld, waarvan de reeks familiepapieren er vandaag een van vormt. Omdat de reeks stukken van verschillende aard bevat en lastig doorzoekbaar is, worden de familiepapieren over het algemeen minder geraadpleegd. Enkele stukken uit de familiepapieren zijn ook esthetisch zeer mooi. De genealogie van de familie Mesdagh is er zo een van.